Waarom is dit belangrijk?

Sinds de opkomst van de problematiek van gewelddadige radicalisering en de gevolgen daarvan, zijn er een hele reeks initiatieven genomen om deze tendens tegen te gaan door onder meer in te zetten op informatiedeling, samenwerking en coördinatie. Deze problematiek vergt een integrale aanpak met een combinatie aan repressieve, preventieve en curatieve maatregelen. Het repressieve luik is de verantwoordelijkheid van het federale niveau. De Vlaamse bevoegdheden hebben vooral betrekking op het preventieve en curatieve aspect. Het beleid en de maatregelen zijn terug te vinden in het ‘Actieplan ter preventie van gewelddadige radicalisering en polarisering’.

Een bijzondere doelgroep binnen de radicaliseringsproblematiek zijn de (ex-)gedetineerden en hun re-integratie. Personen die veroordeeld werden wegens terroristische misdrijven dienen ook na hun vrijlating uit de gevangenis gere-integrereerd te worden in de maatschappij. Met hen wordt gewerkt aan een disengagementtraject. Een disengagementstraject dat sociale re-integratie beoogt is een traject op maat van een individu in de aanpak van gewelddadig extremisme dat ingrijpt op meerdere levensdomeinen en werkzame factoren. Binnen een dergelijk traject zijn de facto meerdere actoren betrokken. De begeleiding omvat zowel veiligheids- als socio-preventieve begeleidingsaspecten binnen een lange termijnperspectief en waarin de continuïteit van de opvolging wordt verzekerd. Gelet op het belang van de sociale context vindt het traject ook aansluiting bij de lokale realiteit van het individu en kan het steunen op de lokale partners.  Bij het opbouwen van het traject worden minstens volgende levensdomeinen onderzocht:  psychosociale begeleiding, opleiding en tewerkstelling, trauma- of gespecialiseerde geestelijke gezondheidszorg, waaronder ook de verslavingszorg, betrokkenheid en begeleiding van de sociale context en het betrekken van personen die een alternatief discours aan het gedachtengoed van gewelddadig extremisme kunnen bieden, zoals personen met een religieuze autoriteit en andere steunfiguren.

Wat kan het lokale bestuur doen?

In het kader van de opvolging van de problematiek werd zowel door de federale als door de  Vlaamse overheid een centrale rol toegekend aan de lokale besturen. Steden en gemeenten hebben de regierol voor het ontwikkelen van een lokale aanpak ter zake. En één van de instrumenten die hierbij kan worden ingezet is de Lokale Integrale Veiligheidscel (LIVC).

In sommige gevallen zal er sprake zijn van een gerechtelijke opvolging door een justitieassistent en de politiediensten. Het lokaal bestuur kan, in overleg met de justitiehuizen en politiediensten, ondersteuning bieden. Hiertoe wordt het betrokken justitiehuis en de betrokken politiedienst best uitgenodigd op het LIVC om te overleggen op welke manier het lokaal bestuur kan ondersteunen.

Bij disengagementtrajecten wordt veel belang gehecht aan de continuïteit van het traject bij het verlaten van de gevangenis.  Dit houdt onder meer in dat er overleg gepleegd wordt met lokale actoren om aansluiting te vinden op de lokale realiteit van de betrokkene en om het traject dat werd opgestart tijdens de detentie kan worden verdergezet na vrijlating.

Indien er geen gerechtelijke opvolging is voorzien, is het zinvol dat het lokale bestuur een ambtenaar aanstelt als trajectbegeleider om een vrijwillig (aanklampend) aanbod te doen naar de betrokkene om hem of haar opnieuw aansluiting te laten vinden in de maatschappij.

Binnen de LIVC of de partnertafel kan de trajectbegeleider het nodige aanbod organiseren voor een individueel traject. Bij de uitvoering is zowel het veiligheids- als het sociale aspect belangrijk en is een integrale aanpak dus cruciaal. De regiefunctie van de lokale gemeente biedt hiervoor het kader. In elke situatie wordt dus expliciet en formeel gezorgd voor een structurele trajectbegeleiding.

Welke ondersteuning biedt de Vlaamse overheid?

Binnen de gevangenissen zetten consulenten in de aanpak van radicalisering disengagementtrajecten op met gedetineerden. In sommige gevallen nemen ook CAW’s (Justitieel Welzijnswerk) deze begeleidingen op. Soms worden gedetineerden na hun vrijlating opgevolgd door een justitie-assistent.

Lokale besturen kunnen steeds een beroep doen op de expertise van de justitiehuizen, de consulenten en het CAW en hen uitnodigen op de LIVC.

Waar vindt u meer info?