Op naar een Sociaalwerkconferentie in 2018

De drie Vlaamse masteropleidingen sociaal werk (UGent, KUL en UA) organiseren op vraag van Vlaams minister van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin, de heer Jo Vandeurzen en in samenwerking met de afdeling Welzijn en Samenleving van het Departement Welzijn, Volksgezondheid en Gezin en met VOSW (Vlaamse opleidingen sociaal werk) in mei 2018 een Vlaamse Sociaalwerkconferentie.

De doelstelling van de conferentie is om

  1. De gedeelde basis van het sociaal werk te expliciteren;
  2. De mensenrechtenbenadering te expliciteren en te concretiseren, gegeven de huidige maatschappelijke en beleidsmatige ontwikkelingen.

De conferentie moet een zicht geven op de uitdagingen inzake sociaal werk voor de toekomst, en dit op volgende vlakken: praktijk, beleid, onderzoek en onderwijs.

Op 14 oktober 2016 vond een startdag plaats. In aanwezigheid van de minister Jo Vandeurzen, werd de centrale vraagstelling van de conferentie, de methodische aanpak van het traject naar de conferentie en de gehanteerde open benadering (waarbij er aandacht zal gaan naar alle velden waarin het sociaal werk opereert) toegelicht. Op deze startdag werden vertegenwoordigers van de koepels en steunpunten uitgenodigd, en ook een 80-tal sociaal werkers die door de hogeschoolopleidingen werden gesuggereerd.

Werkgroepen

Er zijn zes werkgroepen samengesteld die een aantal thema’s/doelgroepen clusteren. Daarbij is vertrokken vanuit 2 uitgangspunten:

  1. We kiezen voor een open benadering van sociaal werk, waarbij we een diversiteit van sectoren en praktijken proberen samen te brengen.
  2. We vertrekken vanuit een ‘street-level’ of frontlinieperspectief: we kiezen expliciet om te vertrekken vanuit het perspectief van mensen die in de frontlinie werken. In de loop van het proces zullen we verkregen informatie wel toetsen aan perspectieven vanuit het beleid- en organisatieperspectief.

Elke werkgroep bestaat uit 15 à 20 leden die werken in de betrokken sectoren. Elke werkgroep wordt voorgezeten door een voorzitter die lector/docent is in een opleiding sociaal werk. We voorzien in elke groep ook de aanwezigheid van cliëntvertegenwoordigers.

De volgende werkgroepen zijn actief:

  1. Sociaal werk op de eerste lijn en in de samenleving
    In deze werkgroep zijn sociaal werkers uit het OCMW, CAW, opbouwwerk, sociale diensten van de mutualiteiten, Verenigingen waar armen het woord nemen, wijkgezondheidscentra,buurtwerk, enz. vertegenwoordigd. Het betreft een groep sociaal werkers uit praktijken die zich elk vanuit hun eigen opdracht zeer duidelijk profileren op een concrete werking met individuen en groepen maar zich tegelijk profileren op hun maatschappelijke opdracht en oriëntering op structurele verandering.

  2. Sociaal werk en kinderen en jongere
    Deze werkgroep brengt sociaal werkers bijeen die werken met kinderen en jongeren. Het betreft medewerkers uit de sectoren gevat door de integrale jeugdhulp, maar ook actoren uit het jeugdwelzijnswerk, lokaal jeugdbeleid, de jeugdpsychiatrie, de revalidatiecentra, …

  3. Sociaal werk en ondersteuning van sociaal kwetsbare volwassenen en ouderen met beperkingen
    In deze groep gaat het om sociaal werkers die instaan voor residentiële, ambulante en  mobiele ondersteuning van personen met een beperking (fysieke beperking, psychische beperking, chronische ziekte) met inbegrip van de residentiële centra voor thuislozen, sociale diensten in de ziekenhuizen, woonzorgcentra en psychiatrische instellingen, vormingsinstellingen voor personen met een beperking, gebruikersverenigingen.

  4. Sociaal werk en justitie
    In deze werkgroep gaat het om sociaal werkers die opdrachten uitvoeren in opdracht van of in relatie tot het straftrecht/jeugdbeschermingsrecht. Het betreft meer bepaald justitieel welzijnswerk binnen de CAW, sociaal werk (PSD en zorgteams) in de gevangenis, justitieassistenten uit de justitiehuizen, sociaal werkers verbonden aan de sociale dienst van de Vlaamse gemeenschap bij de jeugdrechtbank en gespecialiseerde vormingsinstellingen (bv. De Rode Antraciet).

  5. Sociaal werk en integratie
    Hier betreft het sociaal werkers uit diensten die betrokken zijn met het ‘integreren' en ‘inburgeren’ van nieuwkomers, zoals onthaalbureaus, centra voor basiseducatie, onthaaldiensten van CAW voor personen met een precair verblijfstatuut, etnisch-culturele federaties (binnen het kader van het sociaal-cultureel volwassenwerk), sociaal-culturele bewegingen (bv. Kif Kif, Vluchtelingenwerk Vlaanderen).

  6. Sociaal werk en arbeid
    In deze werkgroep gaat het om sociaal werkers werkzaam in de sociale economie, maatwerkbedrijven, arbeidstrajectbegeleiding (met inbegrip van OCMW’s), …

In de loop van 2017 wordt een voortraject gelopen dat zal uitmonden in de conferentie in mei 2018.  In het voortraject zal elke werkgroep 5 keren bijeen komen om telkens een specifiek thema uit te diepen en te bespreken.

Vijf samenkomsten

Deze vijf werkgroepen komen 5 keer samen rond dezelfde agenda. De agenda is als volgt opgesteld:

  • Bijeenkomst 1: grondrechtenbenadering als referentie- en handelingskaderconcept in het sociaal werk
  • Bijeenkomst 2: emancipatie versus disciplinering als centraal spanningsveld/paradox van het sociaal werk
  • Bijeenkomst 3: verscherpen van de eigen finaliteit van het sociaal werk in netwerken
  • Bijeenkomst 4: individuele hulpverlening én bouwen aan de samenleving
  • Bijeenkomst 5: diversiteit en sociaal werk

De eerste bijeenkomst staat in het teken van het expliciteren en uitdiepen van de grondrechtenbenadering die het sociaal werk schraagt. Centrale vragen voor de eerste bijeenkomst zijn:

  1. hoe geven wij in onze praktijken vorm aan de grondrechtenbenadering,
  2. hoe kunnen we die grondrechtenbenadering verder concretiseren
  3. hoe komt die tot uiting in het dagelijkse handelen en de organisatie?

De tweede bijeenkomst heeft betrekking op het centrale spanningsveld van het sociaal werk: emancipatie versus disciplinering/controle. Het sociaal werk heeft doorheen de geschiedenis verschillende posities aangenomen ten aanzien van dat spanningsveld. Sommige initiatieven kozen resoluut voor bijvoorbeeld een emancipatorisch perspectief, wat dan vrijwillige hulpverlening werd genoemd die aansluit op de ‘vraag van de cliënt’. Sommige initiatieven vertrokken van een controlerende, disciplinerende opdracht zoals die door de opdrachtgever werd geformuleerd, maar probeerde van hieruit kansen tot emancipatie te creëren. Voorbeelden zijn sociaal werk in de gevangenissen, straathoekwerk ter preventie van overlast… Doorheen de tijd zijn er ook verschuivingen op dit spanningsveld vast te stellen. Zo wordt bijvoorbeeld van maatschappelijk werkers in OCMW’s meer en meer verwacht om ‘sociale fraude’ op te sporen en worden in sommige OCMW’s specifieke controlediensten opgericht waarin sociaal werkers het opsporen van fraude als hoofdopdracht mee krijgen. Een ander voorbeeld betreft de recente radicalisering en hoe van het jeugdwelzijnswerk wordt verwacht om ‘verdachte’ personen te melden aan de politiediensten. Dit raakt dus evenzeer aan het thema van het beroepsgeheim en van gegevensdeling.

De derde bijeenkomst staat in het teken van het verscherpen van de eigen finaliteit van het sociaal werk. Is sociaal werk in hoofdzaak een toeleider, een doorverwijzer, een vraagverhelderaar, een bemiddelaar, een (zorg)coördinator, of is er ook een specifieke eigen expertise? En waarin ligt die dan precies? Wat is die eigen finaliteit in multidisciplinaire teams? Welke specifieke expertise brengen sociaal werkers binnen in professionele netwerken? In deze bijeenkomst staat de concretisering van het leefwereldperspectief van het sociaal werk centraal en de vraag welke rol het sociaal werk opneemt in methodieken en interventies zoals casemanagement, trajectbegeleiding,…

De vierde bijeenkomst staat in het teken van de verhouding tussen individuele hulpverlening en samenlevingsopbouw: sociaal werk tussen individu en samenleving. Dit spanningsveld gaat terug op de relatie tussen twee basispraktijken in het sociaal werk: het social casework oftewel het maatschappelijk werk van Mary Richmond en de buurtgerichte en activistische aanpak van Jane Adams. Op dit moment manifesteert zich deze discussie in Vlaanderen onder de notie van vermaatschappelijking van de zorg, netwerkversterkend werken, community building,… Waar ligt de specifieke expertise van het sociaal werk wat betreft samenlevingsopbouw? Andere richtinggevende vragen zijn: waar ligt het verschil tussen ‘community building’ en ‘community development’ en wat is de relatie met een mensenrechtenbenadering? Hoe verhoudt het sociaal werk zich tot het vrijwilligerswerk? Meer en meer gaan stemmen op om professionele krachten te vervangen door vrijwilligers (zie bv. buddywerkingen in armoede, GGZ)? Waar liggen precies de grenzen aan deze keuze?

De vijfde bijeenkomst staat in het teken van de diversiteit van de samenleving. De samenleving verkleurt bijzonder snel, zeker in de steden. Wat zijn de gevolgen hiervan voor het sociaal werk? Welke assumpties van sociale interventies moeten in vraag gesteld worden als gevolg van de groeiende diversiteit? Welke nieuwe actieterreinen ontstaan? En wat zijn de implicaties hiervan voor de mensenrechtenbenadering?

Expertenpanel

De kernpunten en belangrijkste vaststellingen uit de discussies in de werkgroepen worden tijdens een expertenpanel voorgelegd en afgetoetst bij vertegenwoordigers uit de steunpunten, koepels en gebruikersorganisaties.

Een eindrapport

Op basis van 5 bijeenkomsten wordt een finaal rapport opgemaakt aan de hand van de 5 thema’s van de bijeenkomsten. Het is niet de bedoeling om te komen tot een globale consensustekst, maar eerder een overzicht te hebben over de punten van overeenstemming en van dissensus.

De conferentie

Het rapport zal worden voorgesteld op de Sociaalwerkconferentie in 2018. Op deze conferentie zal de inhoud van het rapport met een ruimere groep worden besproken en verdiept, en bekijken we de resultaten van het voortraject in relatie tot actuele beleidsontwikkelingen en maatschappelijke vraagstukken. We voorzien op de conferentie ook aandacht voor de repercussies van dit rapport voor het overheidsbeleid, het onderwijs en het wetenschappelijk onderzoek. De slotconferentie wordt gefinaliseerd in een definitief rapport.

 

Contact

Afdeling Welzijn en Samenleving
Koning Albert II-laan 35 bus 30
1030 Brussel
T 02 553 33 30
E-mail