Een strafprocedure kan op verschillende manieren worden gestart:

  • De politie kan op eigen initiatief een misdrijf vaststellen of iemand op heterdaad betrappen. De politie maakt hiervan een proces-verbaal op en stuurt dit naar het parket, dat instaat voor de opsporing van misdrijven en de vervolging ervan. Het parket onderzoekt klachten en processen-verbaal, vordert een straf en zorgt voor de uitvoering van de straffen.

  • Daarnaast kan elke persoon klacht indienen bij de politie of rechtstreeks bij het parket.

  • Het slachtoffer kan zich ook bij een onderzoeksrechter burgerlijke partij stellen. Het slachtoffer meldt dan aan de onderzoeksrechter dat hij schade heeft geleden door een wanbedrijf of een misdaad.

  • Een benadeelde kan de vermoedelijke dader onmiddellijk voor een correctionele rechtbank of politierechtbank dagvaarden en zich burgerlijke partij stellen. Dit is enkel mogelijk bij overtredingen en wanbedrijven.

Het strafonderzoek

Het strafonderzoek is de voorbereidende fase van het strafproces. Het dient om:

  • bewijzen op te sporen

  • een strafdossier samen te stellen

De wet voorziet in twee manieren om een strafdossier aan te leggen:

  • het opsporingsonderzoek, onder leiding van de procureur des konings

  • het gerechtelijk onderzoek, onder de verantwoordelijkheid van de onderzoeksrechter.

Opsporingsonderzoek

In de meeste gevallen voert het parket een voorbereidend onderzoek, waarin het zelf verschillende onderzoeksdaden stelt en weer andere laat uitvoeren door de politie. Dit wordt een opsporingsonderzoek genoemd.

Een aantal onderzoeksdaden kan het parket niet zelf verrichten, omdat ze te zwaar ingrijpen in het privé-leven van de verdachte (bv. een huiszoeking). Het parket kan dan beroep  doen op een onderzoeksrechter.

Zodra het opsporingsonderzoek beëindigd is, beslist het parket welk gevolg het eraan geeft:

  • Het parket kan beslissen voorlopig afstand van vervolging te doen door het dossier te seponeren: de zaak wordt dan "zonder gevolg" geklasseerd.

  • Is de dader bekend, zijn de feiten duidelijk en gaat het om een kleiner misdrijf, dan kan het parket een minnelijke schikking voorstellen: als de verdachte een geldsom betaalt, vervalt de strafvervolging.

  • Het parket heeft ook de mogelijkheid om een aantal misdrijven af te handelen via een bemiddeling en maatregelen tussen dader en slachtoffer.

  • Het parket kan de vermoedelijke dader van de feiten vervolgen en zo de strafvordering op gang brengen. In dat geval roept het parket de verdachte op om te verschijnen voor een rechtbank. Het zal in de meeste gevallen gaan om de politierechtbank of de correctionele rechtbank. Misdaden, zoals moord, worden door een hof van assisen behandeld.

  • Het parket kan tot slot menen dat een diepgaander onderzoek nodig is en een gerechtelijk onderzoek

Gerechtelijk onderzoek

De onderzoeksrechter wordt op vraag van het parket ingeschakeld om complexere zaken uit te diepen waarvoor specifieke onderzoeksmaatregelen noodzakelijk zijn. Ook kan hij aan het werk worden gezet door een slachtoffer dat zich burgerlijke partij stelt bij hem. Dit noemt men een gerechtelijk onderzoek.

Als de onderzoeksrechter oordeelt dat tegen een verdachte ernstige aanwijzingen van schuld bestaan, moet hij hem in verdenking stellen

Een aantal onderzoeksmiddelen zijn zo ingrijpend, dat enkel een onderzoeksrechter ze kan bevelen, zoals een huiszoeking, het afluisteren van telefoons, een onderzoek aan het lichaam, …

Als de verdachte een feit gepleegd heeft dat strafbaar is met een gevangenisstraf van een jaar of meer kan de onderzoeksrechter hem, in het belang van de openbare veiligheid, in voorlopige hechtenis nemen. Dit kan in de gevangenis of onder elektronisch toezicht (bijvoorbeeld via een enkelband).

De onderzoeksrechter kan hem ook vrijlaten onder bepaalde voorwaarden.

De raadkamer ziet toe op het verloop van het gerechtelijk onderzoek. Beroep aantekenen kan bij de kamer van inbeschuldigingstelling. Ze worden de onderzoeksgerechten genoemd.

Zo zal de raadkamer op regelmatige tijdstippen beslissen of de voorlopige hechtenis gehandhaafd wordt.

Zodra het gerechtelijk onderzoek beëindigd is, beslist de raadkamer welk gevolg eraan wordt gegeven. Er zijn verschillende mogelijkheden:

  • De raadkamer kan verder onderzoek noodzakelijk vinden en het dossier terugsturen naar het parket;

  • De raadkamer kan de verdachte buiten vervolging stellen als er onvoldoende bewijzen zijn;

  • De raadkamer kan oordelen dat er wel voldoende bezwaren zijn:

    • De raadkamer verwijst de verdachte naar de correctionele rechtbank;

    • De raadkamer start de procedure van de inbeschuldingstelling op in het geval van een misdaad (die berecht moet worden voor het assisenhof);

    • De raadkamer kan zich in twee gevallen ook zelf uitspreken over de schuld van de verdachte:

      • bij internering

      • bij een opschorting van de uitspraak.

Het strafproces

Een strafproces vindt in de regel plaats op een politierechtbank of op een correctionele rechtbank. Zeer ernstige misdrijven (zoals moord) kunnen voor een hof van assisen worden gebracht.

Op een strafproces zijn verschillende personen aanwezig:

  • Op een strafproces is steeds een parketmagistraat aanwezig. Hij geeft zijn mening over de schuld van de verdachte en de op te leggen straf of maatregel;

  • Tegenover het parket staat de beklaagde, die op een assisenproces de beschuldigde wordt genoemd. Hij of zij kan zich laten bijstaan door een advocaat;

  • Vaak zijn ook de slachtoffers aanwezig op een strafproces als burgerlijke partij, om een schadevergoeding te krijgen. Ook zij kunnen zich door een advocaat laten bijstaan of laten vertegenwoordigen door een advocaat.

Een strafproces verloopt als volgt:

  • De strafrechter ondervraagt de beklaagde en hoort de eventuele getuigen of deskundigen. Dit noemt men het onderzoek ter zitting;

  • De burgerlijke partij legt haar schadeclaim voor, en het parket vordert een straf of maatregel. Tot slot houdt de verdediging van de beklaagde haar pleidooi;

  • De voorzitter van de rechtbank spreekt na de sluiting van de debatten het vonnis uit. De rechtbank kan de zaak ook in beraad houden en op een latere zitting uitspraak doen. Bij een assisenproces is dat anders. Daar spreekt een volksjury zich uit over de schuld of onschuld van de beschuldigde.

De rechtbank kan tot verschillende uitspraken komen. De belangrijkste mogelijke uitspraken zijn de volgende:

  • Wordt de beklaagde onschuldig bevonden, dan volgt vrijspraak;
  • Acht de rechtbank de schuld bewezen, dan zijn er verschillende mogelijkheden:
  1. De beklaagde kan tot een geldboete en/of een vrijheidsstraf worden veroordeeld. Een vrijheidsstraf kan worden omgezet in elektronisch toezicht (bijvoorbeeld via enkelband) of beperkte detentie.  De rechter kan er ook voor kiezen om een werkstraf op te leggen.

  2. De rechtbank kan ook een bijkomende straf opleggen, zoals intrekking van het rijbewijs, de ontzetting uit bepaalde rechten of de terbeschikkingstelling van de strafuitvoeringsrechtbank.

  3. De strafrechter kan de uitspraak van de veroordeling opschorten: hij acht de schuld van de beklaagde bewezen, maar spreekt geen veroordeling uit. De strafrechter kan ook veroordelen met uitstel: hij veroordeelt wel, maar beveelt dat de uitvoering van de veroordeling (geheel of gedeeltelijk) wordt uitgesteld. Zowel opschorting als uitstel kunnen onder bepaalde voorwaarden worden toegekend. In dat geval spreekt men van probatie-opschorting en probatie-uitstel.

  4. De dader van een misdrijf kan ook als ontoerekeningsvatbaar worden beschouwd. In dat geval beslist de rechtbank tot zijn internering. Een geïnterneerde kan vrijgesteld worden op proef.

De procespartijen kunnen een gerechtelijke beslissing aanvechten:

  • Een beklaagde die afwezig was terwijl de zaak werd behandeld, en veroordeeld werd “bij verstek”, kan verzet aantekenen;

  • Wie de zaak een tweede keer behandeld wil zien, door een hogere rechtbank, kan hoger beroep aantekenen. De burgerlijke partij kan enkel beroep aantekenen tegen een vrijspraak of tegen de beslissing over de schadevergoeding;

  • Tegen een definitieve uitspraak kan cassatieberoep worden aangetekend. Dit is slechts mogelijk als de rechter de wet verkeerd heeft toegepast of als er procedurefouten zijn gemaakt.