Het VIPA sectorbesluit moest aangepast om in betere overeenstemming te zijn met het decreet kinderopvang en de uitvoeringsbesluiten ervan, het Vergunningsbesluit en het Subsidiebesluit.

Concreet werd het sectorbesluit aangepast op het vlak van:

  • Terminologie.
  • Toegang tot de VIPA-betoelaging
  • Bouwtechnische en bouwfysische normen.

Terminologie

Dit gaat om het opvangen van het wegvallen van de term ‘erkenning’ en verder eerder tekstuele aanpassingen zoals bv. het vervangen van het woord ‘crèche’ door ‘kinderdagopvanglocatie’.

Toegang tot de VIPA-betoelaging

Voortaan zijn er 3 grote voorwaarden om te kunnen aankloppen bij het VIPA:

  1. De voorziening heeft een rechtsvorm met sociaal oogmerk. Naast de publieke rechtspersonen en de VZW’s betekent dit dus een uitbreiding.
  2. De voorziening is vergund door Kind en Gezin.
  3. Die vergunning geldt voor minimum 19 kindplaatsen. Omdat er maximaal 18 kinderen per leefgroep mogen opgevangen worden, moet men dus minimaal 2 leefgroepen hebben.

Dit betekent tevens dat kleine vestigingsplaatsen met minder dan 19 kindplaatsen niet langer in aanmerking komen voor het VIPA. Voorheen kon dit vanaf 14 kindplaatsen.

Naast deze 3 grote voorwaarden blijven uiteraard de ontvankelijkheidsvoorwaarden van het VIPA van kracht.

Bouwtechnische en bouwfysische normen

Hier worden enkel die normen vermeld die bovenop de normen in het Vergunningsbesluit komen. De voornaamste verschillen met het Vergunningsbesluit zijn deze:

  • VIPA hanteert een maximumnorm voor koolstofdioxideconcentratie van 1.200 ppm;
  • Het VIPA behoudt zijn concept van leefgroepunits. Het verschil met het Vergunningsbesluit bestaat er hoofdzakelijk uit dat het VIPA hier aparte, afsluitbare, rustruimtes eist in de unit;
  • Voor de raamoppervlakte blijft het VIPA blijft de lat op 1/6de van de vloeroppervlakte leggen voor elke leefruimte.
  • De rustruimte moet akoestisch geïsoleerd zijn;
  • Een ingebouwd kinderbad en kindertoiletjes (enkel voor peuters) moeten voorzien zijn;
  • Een kinderopvanglocatie heeft voor het VIPA een administratieve ruimte, een personeelsruimte, een keukenzone of -ruimte en een berging;
  • Voor de hoofdingang wordt er een aparte ingang gevraagd, die enkel voor de kinderopvang wordt gebruikt en waarop toezicht mogelijk is. Als de kinderopvanglocatie deel uitmaakt van een groter gebouw of gebouwencomplex vraagt het VIPA géén aparte hoofdingang tot het complex, maar binnen het complex een aparte ingang tot de kinderopvanglocatie. Als dit een buiteningang is, moet deze voorzien zijn van een tochtportaal;
  • Voor de circulatieruimte, vanuit de hoofdingang (tot de kinderopvanglocatie) moet elke leefgroep apart bereikbaar zijn;
  • Minimum 1 kleedzone voor de kinderen per bouwlaag;
  • Een zone om kinderwagens te stallen in de onmiddellijke nabijheid van de hoofdingang. Deze zone mag de circulatie niet hinderen;
  • Sanitair voor het personeel en voor de bezoekers.

We benadrukken dat het VIPA, conform het Vergunningsbesluit, niet langer een algemene minimumoppervlakte per kindplaats oplegt.

Categorie: 
Algemeen - VIPA