Deze website is verhuisd naar departementzorg.be.
De meeste pagina's vindt u dan ook daar terug.
Enkele pagina's zijn uitzonderlijk nog op deze oude omgeving te vinden.

We verduidelijken hieronder kort hoe Zorginspectie te werk gaat. Dat vergemakkelijkt het lezen en interpreteren van de inspectieverslagen rond het thema suïcidepreventie.

Voorzieningen en afdelingen/teams

De inspecties rond het thema suïcidepreventie werden uitgevoerd op basis van de Multi­­­disci­pli­naire richtlijn (MDR) voor de detectie en behandeling van suïcidaal gedrag en waren gericht op alle GGZ-voorzieningen:

  • AZ (enkel PAAZ = psychiatrische afdelingen in algemene ziekenhuizen; niet EPSI, spoed of Sp-psychogeriatrie)
  • PZ (psychiatrische ziekenhuizen)
  • CGG (centra voor geestelijke gezondheidszorg)
  • PVT (psychiatrische verzorgingstehuizen)
  • IBW (initiatieven van beschut wonen)
  • Residentiële voorzieningen met een revalidatieovereenkomst
  • Ambulante voorzieningen met een revalidatieovereenkomst.

Alle afdelingen/teams voor meerderjarigen en ouderen (inclusief forensische afdelingen en dossiers van forensische zorggebruikers) konden worden meegenomen in de inspecties, behalve wanneer het afdelingen/teams voor of dossiers van zorggebruikers met een ernstige cognitieve beperking (ernstige verstandelijke beperking of gevorderde dementie) betrof. Afdelingen/teams voor en dossiers van minderjarigen werden buiten beschouwing gelaten.

Werkwijze

Bij deze inspecties wordt voornamelijk gefocust op de controle van de procedure m.b.t. suïcidepreventie, aangevuld met praktijkinfo vanuit inzage in dossiers van zorggebruikers. Op het einde van het inspectiebezoek worden de vaststellingen kort teruggekoppeld naar de voorziening.

Om de inspectievaststellingen te kunnen maken, beoogt Zorginspectie maximaal objectieve aantoonbaarheid: de antwoorden op de inspectievragen werden dan ook vooral gezocht in de procedure en in de dossiers; de gesprekken met medewerkers waren aanvullend en bedoeld om dieper in te gaan op de vaststellingen.

Zorginspectie engageert zich tot het zorgvuldig omgaan met het controleren van gegevens in dossiers van zorggebruikers, omwille van het belang van de bescherming van de privacy.

De inspectieverslagen geven een momentopname weer, een beeld van de realiteit op de dag van de inspectie. Dat maakt dat sommige vaststellingen in het inspectieverslag misschien niet steeds of niet meer van toepassing zijn.

In principe onaangekondigde inspecties

In principe gebeurden deze inspecties onaangekondigd om zo beter zicht te krijgen op de dagelijks geleverde zorg.

In bepaalde omstandigheden (bv. sommige settings zoals CGG en IBW) is de vereiste aanwezigheid van medewerkers echter niet evident. Daarom koos Zorginspectie hier voor een gedeeltelijk aangekondigde inspectie: de dag vóór het bezoek nam Zorginspectie contact op om te bepalen welke locatie (bv. CGG-vestigingsplaats, aanloopadres IBW,...) zou worden bezocht.

Geen uitspraken over individuele zorgverleners of over medisch handelen

Zorginspectie is niet bevoegd voor de evaluatie van het individuele handelen van zorgverleners, noch voor de evaluatie van het medisch of therapeutisch handelen: daarover vindt u dan ook geen uitspraken in de inspectieverslagen.

Verbeterinstrument

Een inspectieverslag is in eerste instantie een verbeterinstrument voor een voorziening: het is de bedoeling dat de voorziening na de inspecties concreet aan de slag gaat met de vaststellingen uit de inspectieverslagen.

De inspecties resulteren in 1 inspectieverslag per campus/vestigingsplaats, waarbij de vaststellingen over het beleid worden aangevuld met de bevindingen vanuit de praktijk (nl. dossiers van zorggebruikers). In functie van overzichtelijkheid en leesbaarheid worden de vaststellingen in tabelvorm weergegeven. In het inspectieverslag kan de voorziening duidelijk de elementen identificeren waarrond verbeteracties zijn aangewezen.

Waarom geen eindscore?

Zorginspectie kende geen eindscores toe. De zorgkwaliteit is namelijk niet in één cijfer te vatten.

Na de inspectie

De voorziening ontvangt het inspectieverslag en kan er op reageren alvorens het verslag definitief wordt. Deze reactie wordt door Zorginspectie overgemaakt aan Zorg en Gezondheid, maar wordt niet gepubliceerd op de website van Zorginspectie. Op de eigen website kunnen de voorzieningen zelf meer informatie meedelen rond de inspecties (zoals reacties, voortgang van verbeteracties of plannen van aanpak). De linken naar deze websites staan telkens naast de link naar het inspectieverslag.

Ook Zorg en Gezondheid ontving de definitieve inspectieverslagen en kan hiervan gebruik maken bij de aansturing van de voorzieningen. Naast het opmaken van de individuele inspectieverslagen, zorgt Zorginspectie voor een voortgangsrapportage m.b.t. de reeds bezochte voorzieningen.