Multidisciplinaire teams (MDT’s) spelen een cruciale rol binnen de weg die:

  • een volwassen persoon met een handicap moet volgen om gebruik te kunnen maken van de niet rechtstreeks toegankelijke hulpverlening erkend en gesubsidieerd door het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap (VAPH)
  • een volwassen persoon of een minderjarige moet volgen om gebruik te kunnen maken van een gesubsidieerd hulpmiddel;
  • een minderjarige moet volgen om gebruik te kunnen maken van niet rechtstreeks toegankelijke hulpverlening erkend en gesubsidieerd binnen Integrale Jeugdhulpverlening (Jongerenwelzijn en VAPH).

De MDT’s maken een multidisciplinair verslag of een A-document op, waarin zeer gedetailleerd alle gegevens worden opgenomen die van belang zijn om te oordelen over een handicap of een vraag voor ondersteuning. Het MDT onderzoekt samen met de persoon de medische, psychologische en sociale toestand.

MDT’s zijn geen aparte organisaties maar maken steeds deel uit van een andere dienst zoals een dienst maatschappelijk werk van de mutualiteiten, een CLB, een revalidatiecentrum…

Wat inspecteren we?

Zorginspectie focust op wat de kwaliteit van de geboden zorg het meest beïnvloedt en baseert zich hiervoor op regelgeving, referentiekaders, eisenkaders, kwaliteitseisen… waaraan de organisatie zich moet houden.

U vindt hierover meer informatie bij het VAPH en het Agentschap Jongerenwelzijn.

Hoe inspecteren we?

Het toezicht op de MDT’s bestaat uit aangekondigde inspecties in hoofdzaak gebaseerd op de minimale  kwaliteitseisen rond multidisciplinair werken, informeren van de aanvrager, betrekken van de aanvrager, respecteren van doorlooptijden…

Een inspectie kan plaatsvinden op initiatief van Zorginspectie of op basis van een vraag of opdracht van het VAPH.

Na een eerste algemene inspectieronde in 2012-2013, wordt in 2016-2017 ingezet op de opvolging van de MDT’s die niet helemaal voldoen aan de minimale kwaliteitseisen.

Bij elk inspectiebezoek komt volgende rode draad terug:

  • Elke inspectie is een momentopname. De vaststellingen zijn gebaseerd op wat er tijdens de inspectie vastgesteld wordt. Dit kan via:
    • bevraging van medewerkers en verantwoordelijken;
    • inzage in documenten;
    • inspecteren van de lokalen die gebruikt worden door de organisatie.
  • De inspecteur bespreekt zijn vaststellingen, zowel positieve als negatieve, steeds met zijn gesprekspartner(s) en geeft hen daarbij de kans om vaststellingen toe te lichten, te nuanceren of verder uit te leggen.  
  • Een inspectie gebeurt altijd aan de hand van een gestandaardiseerd inspectie-instrument. De inspecteur kan zo beoordelen of de organisatie aan de regelgeving en kwaliteitseisen voldoet. Informatie wordt op een gestructureerde en afgestemde manier verzameld tijdens het inspectiebezoek.

Wat leest u in het verslag?

De bevindingen van ieder inspectiebezoek staan in een inspectieverslag. Het doel van dit verslag is:

  • het weergeven van de vaststellingen en het oordeel of de organisatie voldoet aan de geïnspecteerde regelgeving;
  • via dit verslag de organisatie schriftelijk op de hoogte brengen van de vaststellingen en het oordeel;
  • rapporteren aan het VAPH of het Agentschap Jongerenwelzijn;
  • informeren van andere betrokken lezers, o.a. burgers die verslagen in het kader van de openbaarheidswetgeving willen raadplegen.

Zorginspectie moedigt de organisaties aan om met gebruikers open te communiceren over de vaststellingen.

In het inspectieverslag leest u wat de inspecteur heeft vastgesteld en wat zijn/haar beoordeling is. Per geïnspecteerd aspect van de werking vindt u de regelgeving, de concrete vaststelling en de afweging van de inspecteur uitgedrukt in tekorten en aandachtspunten:

  • Er wordt een tekort genoteerd indien de praktijk niet strookt met de regelgeving. Tekorten die aanleiding geven tot opvolgingstoezicht, worden zo benoemd in het besluit bij het verslag.
  • Door middel van een aandachtspunt wordt aandacht gevraagd voor bijsturing van bepaalde elementen uit de werking van de voorziening, zonder dat er sprake is van een inbreuk op regelgeving. Zorginspectie vraag hiervoor aandacht in functie van een verbetering van de kwaliteit van zorg aan de gebruiker en de optimale werking van de voorziening.

Voor alle vragen bij de inspecties in MDT’s kan u contact opnemen met contact.zorginspectie@vlaanderen.be.

Wat na de inspectie?

Na het inspectiebezoek ontvangt de organisatie het ontwerpverslag met de vaststellingen. Een inspectieverslag van Zorginspectie wordt pas definitief nadat de geïnspecteerde organisatie de kans gekregen heeft om te reageren op onjuistheden in het inspectieverslag. Op deze manier wil Zorginspectie ook de kwaliteit van de eigen verslaggeving opvolgen en verbeteren.

Het definitieve verslag en de (eventuele) reactie worden bezorgd aan het VAPH en/of Jongerenwelzijn. Het VAPH en het Agentschap Jongerenwelzijn staan in voor de verdere opvolging van de vaststellingen uit het inspectieverslag en beslist wat er op basis van onder andere de vaststellingen van Zorginspectie en het eigen dossier met de erkenning gebeurt.

Overzichtsrapporten

Zorginspectie maakt regelmatig overzichtsrapporten waarin de belangrijkste vaststellingen uit inspecties worden gebundeld.