De noden van personen met een handicap op het vlak van wonen, opvang en begeleiding zijn heel uiteenlopend. Zorginspectie houdt toezicht op alle ondersteuningsvormen die het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap (VAPH) mogelijk maakt.

  • Voor volwassenen gaat dit over individuele begeleiding, dag- en woonondersteuning. Zorginspectie inspecteert hiervoor de zorgaanbieders die erkend zijn door het VAPH.
  • Bij kinderen en jongeren spreken we over begeleiding, dagopvang, verblijf en diagnostiek, aangeboden via een multifunctioneel centrum (MFC).

Wat inspecteren we?

Zorginspectie focust op wat de kwaliteit van de geboden zorg het meest beïnvloedt en baseert zich hiervoor op regelgeving, referentiekaders, eisenkaders, kwaliteitseisen… waaraan de organisatie zich moet houden.

U vindt hierover meer informatie op de site van het VAPH.

Hoe inspecteren we?

Het toezicht op de opvang en begeleiding van kinderen, jongeren en volwassenen bestaat uit 4 soorten toezicht:

  • basistoezicht
  • thematisch toezicht
  • opvolgingstoezicht
  • nieuw vergunde zorgaanbieders

Ieder soort toezicht kent eenzelfde rode draad:

  • elke inspectie is een momentopname. De vaststellingen zijn gebaseerd op wat er tijdens de inspectie vastgesteld wordt. Dit kan via:
    • bevraging van medewerkers en verantwoordelijken
    • inzage in documenten
    • inspecteren van de lokalen die gebruikt worden door de organisatie
    • gesprekken met de gebruikers (indien mogelijk)
  • de inspecteur bespreekt zijn vaststellingen, zowel positieve als negatieve, steeds met zijn gesprekspartner(s) en geeft hen daarbij de kans om vaststellingen toe te lichten, te nuanceren of verder uit te leggen.  
  • een inspectie gebeurt altijd aan de hand van een gestandaardiseerd inspectie-instrument. De inspecteur kan zo beoordelen of de organisatie aan de regelgeving en kwaliteitseisen voldoet. Informatie wordt op een gestructureerde en afgestemde manier verzameld tijdens het inspectiebezoek.

Basistoezicht

Het basistoezicht kan plaatsvinden op initiatief van Zorginspectie of op basis van een vraag of opdracht van het VAPH. Het bestaat uit zowel onaangekondigde als aangekondigde inspecties bij de zorgaanbieders of MFC’s, in hoofdzaak gebaseerd op de algemene erkenningsvoorwaarden en kwaliteitseisen. Voor minderjarigen komen ook elementen uit het decreet rechtspositie minderjarigen aan bod.

Bij het onaangekondigd toezicht ligt de focus op de dagelijkse basiszorg, vertaald in volgende onderwerpen:

  • infrastructuur
  • dagelijkse zorg: medicatie, toezicht ’s nachts, informatieoverdracht, privacy
  • individuele dienstverleningsovereenkomsten: beschrijving van de zorg en inspraak
  • gebruik van afzondering

Voor deze inspectie wordt elk werkingsadres aangedaan binnen een periode van  5 jaar. Onze eerste gesprekspartners zijn hier de medewerkers die op dat moment aanwezig zijn. De inspecteur probeert tijdens de inspectie de gewone werking zo weinig mogelijk te verstoren en zal zeker rekening houden met heel specifieke omstandigheden (bijvoorbeeld overlijden in de leefgroep, groepsuitstap…).

De algemene organisatie en werking van elke organisatie komt minstens 1 keer per 5 jaar aangekondigd aan bod, waarbij de werking voor volwassenen en minderjarigen apart wordt behandeld. Bij deze inspecties ligt de nadruk op:

  • opnamebeleid: contracten en praktijktoets
  • individuele dienstverleningsovereenkomsten: beschrijving van de zorg en inspraak
  • beëindigen van hulp- en dienstverlening
  • collectieve inspraak
  • klachten
  • facturatie
  • kwaliteitssysteem en zelfevaluatie

Onze voornaamste gesprekspartners zijn de verantwoordelijke(n) van de organisatie voor wat betreft het algemene beleid en de pedagogisch verantwoordelijke(n) voor wat betreft de geboden zorg en inspraak.

De concrete invulling van het toezicht fluctueert in de tijd, rekening houdend met veranderingen in regelgeving of grote conceptuele veranderingen zoals het opstarten van de persoonsvolgende financiering. In de loop van 2017 zal Zorginspectie haar toezicht verder verfijnen.

De actuele inspectie-instrumenten in kader van het basistoezicht vindt u hier:

Thematisch toezicht

Sommige onderwerpen zijn cruciaal voor de kwaliteit van zorg geboden aan de personen met een handicap en vergen daarom meer en aparte uitdieping. Het opzetten van thematisch toezicht laat toe om te focussen op dergelijke thema’s. Thematisch toezicht staat naast het basistoezicht.

  1. Thema (seksueel) grensoverschrijdend gedrag

Een voorbeeld hiervan is het thematisch toezicht rond (seksueel) grensoverschrijdend gedrag ten aanzien van de gebruikers, dat van start ging in 2016. Door het behandelen van dit thema wil Zorginspectie zicht krijgen op het beleid van de organisatie op vlak van het omgaan met grensoverschrijdend gedrag. Hiervoor gaan we in gesprek met de verantwoordelijken van de organisatie.

Daarnaast komt ook de dagelijkse praktijk aan bod waarbij, naast de manier waarop eventuele incidenten m.b.t. (seksueel) grensoverschrijdend gedrag worden aangepakt, ook het preventief beleid onderzocht wordt. Een belangrijke schakel binnen een preventieve aanpak van seksueel grensoverschrijdend gedrag is bijvoorbeeld het bespreekbaar maken van het thema seksualiteit binnen de organisatie. Voor dit onderdeel gaan we in hoofdzaak in gesprek met begeleiders.

Meer informatie leest u in het inspectie-instrument.

  1. Thema gebruik van vrijheidsbeperkende middelen

Een tweede thema dat via deze vorm van toezicht wordt opgenomen, betreft het gebruik van vrijheidsbeperkende maatregelen.

Deze inspectie gaat in op het gebruik van vrijheidsbeperkende maatregelen en focust op het gebruik van afzondering, fixatie en compartimentering in het bijzonder. Vrijheidsbeperking is een verhaal met heel veel verschillende facetten, teveel zelfs om in één thematische inspectie te kunnen vatten. We kiezen voor dit thema bewust voor die maatregelen die zeer sterk ingrijpen op de directe bewegingsvrijheid van gebruikers en die met andere woorden als vrijheidsberovend kunnen omschreven worden.

Om na te gaan of er sprake is van een verantwoorde ondersteuning schreven we een aantal principes uit waaraan de werking van de organisatie wordt afgetoetst. Daarnaast werden de begrippen die binnen het inspectie-instrument worden aangewend, gedefinieerd. Zorginspectie is zich bewust van de vele verschillende termen die organisaties gebruiken in de context van vrijheidsbeperking. De definities zijn net ontwikkeld om binnen onze eigen werking helder en afgestemd te kunnen werken. De principes en definities samen vormen de bril waarmee gekeken wordt tijdens het inspectiebezoek.

De praktijk is het vertrekpunt voor het inspecteren van dit thema en staat steeds centraal. We gaan in gesprek met begeleiders, onder meer aan de hand van concrete cases. Het achterliggende beleid, met inbegrip van de zelfevaluatie, wordt besproken met de verantwoordelijke(n).

Meer informatie leest u in het inspectie-instrument.

Een selectie van minderjarigenorganisaties komt eerst aan bod. De eerste inspecties zullen doorgaan vanaf 2 mei 2018. Een selectie van organisaties voor volwassenen komt in januari en februari 2019 aan bod.

Zorginspectie blijft echter inzetten op dit thema. Rekening houdend met de conclusie die we uit deze thematische inspectie zullen kunnen trekken, zal vrijheidsbeperking aan de hand van een bijgewerkte module worden opgenomen in het bestaande onaangekondigd toezicht.

Opvolgingstoezicht

De noodzakelijke opvolging van vaststellingen gedaan in het kader van basistoezicht, thematisch toezicht of specifieke opdrachten op vraag van het VAPH, krijgt invulling via het opvolgingstoezicht. Opvolgingstoezicht kan zowel met als zonder bezoek gebeuren, aangekondigd of onaangekondigd.

Door het gericht opvolgen van sommige vaststellingen, maakt Zorginspectie de overgang naar een meer risicogestuurd toezicht. Het opvolgingstoezicht past binnen een beleid van handhaving, waarin zowel Zorginspectie als het VAPH elk een specifieke opdracht hebben. De concrete afspraken tussen Zorginspectie en VAPH leest u in de omzendbrief van 3  april 2014.

Een specifieke vorm van opvolgingstoezicht bestaat uit het toezicht op incidenten van (seksueel) grensoverschrijdend gedrag, gemeld bij het VAPH.

Zorginspectie focust zich voor dit toezicht op:

  • de geboden hulp- en dienstverlening aan de betrokken partijen
  • de eventueel genomen andere maatregelen (zoals het inschakelen van het Vertrouwenscentrum Kindermishandeling, het verwittigen van de politie…)
  • de communicatie van de organisatie

en dit zowel op preventief als curatief vlak.

Niet alle gemelde incidenten komen aan bod: er wordt gewerkt met een risicogestuurde selectie waarvan de criteria in de loop van de tijd mogelijk zullen worden bijgestuurd.

Per situatie wordt afgewogen of de meest zinvolle aanpak bestaat uit een aangekondigd of een onaangekondigd bezoek. Logische gesprekspartners zijn steeds minstens directie, orthopedagoog en/of kwaliteitscoördinator. De aard van het incident bepaalt ook de rubrieken uit het inspectie-instrument die aan bod zullen komen. Een aantal rubrieken maken deel uit van de thematische inspectie en werden mogelijk in dat verband al behandeld.

Meer informatie leest u in het verslagsjabloon dat voor deze inspecties gebruikt wordt.

(Seksueel) grensoverschrijdend gedrag of een vermoeden daarvan heeft een grote impact, niet alleen op het slachtoffer, maar ook op al wie bij het incident betrokken is, dus ook op de organisatie waar het zich voordoet.  Door te kiezen voor deze inspecties meent Zorginspectie haar toezicht op factoren die de kwaliteit van zorg mee beïnvloeden, verder te kunnen versterken en dit voor een kwetsbare doelgroep.

Nieuw vergunde zorgaanbieders

Nieuw vergunde zorgaanbieders krijgen na opstart een aangekondigd inspectiebezoek waarbij zal worden gefocust op:

  • de vergunningsnormen
  • een aantal elementen uit de algemene erkenningsvoorwaarden en kwaliteitszorg waaraan elke vergunde zorgaanbieder moet voldoen

De concrete items die aan bod komen, leest u in het modelverslag.

Nieuw vergunde zorgaanbieders die woon- en/of dagondersteuning aanbieden, krijgen binnen het jaar na het eerste bezoek een onaangekondigd inspectiebezoek zoals beschreven bij het basistoezicht. Daarna zijn de verschillende toezichtsvormen van toepassing zoals hierboven toegelicht.

Wat leest u in het verslag?

De bevindingen van ieder inspectiebezoek staan in een inspectieverslag. Het doel van dit verslag is:

  • het weergeven van de vaststellingen en het oordeel of de organisatie voldoet aan de geïnspecteerde regelgeving
  • via dit verslag de organisatie schriftelijk op de hoogte brengen van de vaststellingen en het oordeel
  • rapporteren aan VAPH
  • informeren van andere betrokken lezers, o.a. burgers die verslagen in het kader van de openbaarheidswetgeving willen raadplegen

Zorginspectie moedigt de organisaties aan om met gebruikers open te communiceren over de vaststellingen.

In het inspectieverslag leest u wat de inspecteur heeft vastgesteld en wat zijn/haar beoordeling is. Per geïnspecteerd aspect van de werking vindt u de regelgeving, de concrete vaststelling en de afweging van de inspecteur uitgedrukt in tekorten en aandachtspunten:

  • Er wordt een tekort genoteerd indien de praktijk niet strookt met de regelgeving. Tekorten die aanleiding geven tot opvolgingstoezicht, worden zo benoemd in het besluit bij het verslag.
  • Door middel van een aandachtspunt wordt aandacht gevraagd voor bijsturing van bepaalde elementen uit de werking van de voorziening, zonder dat er sprake is van een inbreuk op regelgeving. Zorginspectie vraag hiervoor aandacht in functie van een verbetering van de kwaliteit van zorg aan de gebruiker en de optimale werking van de voorziening.

Voor alle vragen bij de inspecties in gehandicaptenzorg kan u contact opnemen met contact@zorginspectie.be.

Wat na de inspectie?

Na het inspectiebezoek ontvangt de organisatie het ontwerpverslag met de vaststellingen. Een inspectieverslag van Zorginspectie wordt pas definitief nadat de geïnspecteerde organisatie de kans gekregen heeft om te reageren op onjuistheden in het inspectieverslag. Op deze manier wil Zorginspectie ook de kwaliteit van de eigen verslaggeving opvolgen en verbeteren.

Het definitieve verslag en de (eventuele) reactie worden bezorgd aan het VAPH. VAPH staat in voor de verdere opvolging van de vaststellingen uit het inspectieverslag  en beslist wat er op basis van onder andere de vaststellingen van Zorginspectie en het eigen dossier bij VAPH  met de vergunning of erkenning gebeurt.

Overzichtsrapporten

Zorginspectie maakt regelmatig overzichtsrapporten waarin de belangrijkste vaststellingen uit inspecties worden gebundeld.