Het Persoonlijke-Assistentiebudget (PAB) is een budget dat het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap (VAPH) verleent aan personen met een handicap of hun wettelijk vertegenwoordiger om assistentie voor hulp in het dagelijkse leven (thuis, op school of op het werk) te organiseren en te financieren.

Sinds 1 april 2016 kunnen nog enkel minderjarigen een PAB aanvragen.

Voor volwassenen komt er een persoonsvolgend budget dat zij net zoals bij een PAB cash kunnen besteden.

Het VAPH kan ook tussenkomen in de kosten voor hulpmiddelen en aanpassingen aan een woning. Deze tussenkomst duiden we aan als Individuele Materiële Bijstand of IMB.

Wat inspecteren we?

Zorginspectie focust op wat de kwaliteit van de geboden zorg het meest beïnvloedt en baseert zich hiervoor op regelgeving, richtlijnen,…waaraan een gebruiker van een persoonlijk budget of van hulpmiddelen zich moet houden.

U vindt hierover meer informatie op de site van het VAPH.

Hoe inspecteren we?

Een inspectie van een persoonlijk budget of van hulpmiddelen:

  • vindt steeds plaats bij de persoon met een handicap. Indien het beheer van het persoonlijke budget gebeurt door een voorlopig bewindvoerder, kan een deel van het inspectiebezoek op het kantoor doorgaan.
  • gebeurt in principe aangekondigd. De afspraak wordt vooraf per brief meegedeeld. Enkel in uitzonderlijke situaties (bijvoorbeeld in kader van een klachtonderzoek) kan de inspectie onaangekondigd gebeuren.
  • focust op de vraag of de inzet van de middelen overeenstemt met de geldende regelgeving.

Een inspectie kan plaatsvinden op initiatief van Zorginspectie of op basis van een vraag of opdracht van het VAPH.

Tijdens het inspectiebezoek spreekt de inspecteur met de persoon met een handicap en/of zijn vertegenwoordiger. Beschikt de persoon met een handicap over een persoonlijk budget, dan kan de inspecteur ook met de persoonlijk assistent(en) spreken.

Bij elk inspectiebezoek komt volgende rode draad terug:

  • de inspecteur vraagt een aantal aspecten in verband met de toepassing van de regelgeving aan te tonen (bijvoorbeeld het voorleggen van een betalingsbewijs van een bepaalde uitgave betaald met het PAB-budget)
  • de inspecteur bespreekt zijn vaststellingen, zowel positieve als negatieve, steeds met zijn gesprekspartner(s) en geeft hen daarbij de kans om vaststellingen toe te lichten, te nuanceren of verder uit te leggen
  • een inspectie gebeurt altijd aan de hand van een gestandaardiseerd werkdocument opgemaakt op basis van artikels uit de regelgeving. Dit betekent dat bij elk inspectiebezoek dezelfde vragen worden gesteld.

De concrete invulling van het toezicht fluctueert in de tijd, rekening houdend met veranderingen in regelgeving of grote conceptuele veranderingen zoals het opstarten van de persoonsvolgende financiering. Zorginspectie stuurt haar toezicht bij op basis van de nieuwe ontwikkelingen.

Voor alle vragen bij de inspecties in gehandicaptenzorg, kan u contact opnemen met contact@zorginspectie.be

De volledige regelgeving waar gehandicaptenorganisaties moeten aan voldoen, vindt u op de site van het VAPH.

Wat leest u in het verslag?

De bevindingen van ieder inspectiebezoek staan in een inspectieverslag. Het doel van dit verslag is:

  • weergeven welke van de geïnspecteerde elementen in orde zijn en welke niet, door de  vaststellingen af te wegen ten aanzien van de regelgeving
  • via dit verslag de budgethouder of de gebruiker van de hulpmiddelen schriftelijk op de hoogte brengen van de vaststellingen en het oordeel
  • rapporteren aan VAPH

Wat na de inspectie?

Na het inspectiebezoek ontvangt de budgethouder of de gebruiker van de hulpmiddelen het ontwerpverslag met de vaststellingen. Een inspectieverslag van Zorginspectie wordt pas definitief nadat de geïnspecteerde budgethouder of gebruiker van de hulpmiddelen de kans gekregen heeft om te reageren op onjuistheden in het inspectieverslag. Op deze manier wil Zorginspectie ook de kwaliteit van de eigen verslaggeving opvolgen en verbeteren.

Het definitieve verslag wordt bezorgd aan het VAPH. Het VAPH staat in voor de verdere opvolging van de vaststellingen uit het inspectieverslag en beslist wat er op basis van onder andere de vaststellingen van Zorginspectie en het eigen dossier met de persoonlijke budgetten en hulpmiddelen gebeurt.