Deze website is verhuisd naar departementzorg.be.
De meeste pagina's vindt u dan ook daar terug.
Enkele pagina's zijn uitzonderlijk nog op deze oude omgeving te vinden.

De aanvrager heeft een aantal verplichtingen:

  • De aanvrager voert zijn project uit conform de verleende subsidiebelofte.
  • De aanvrager waakt erover dat VIPA steeds een zakelijke zekerheid kan nemen, dit vereist bijzondere aandacht in het geval van
    • Hypothecaire volmachten of hypotheek die reeds op de grond van het project rusten: deze grondfinancier dient desgevallend mee in een pari-passu-overeenkomst te worden opgenomen;
    • Grond die de eigenaar niet in eigendom heeft, maar bekomen heeft via erfpacht of opstal:
      • Eventuele clausules in de overeenkomst van erfpacht of opstal mogen de (latere) vestiging van een zakelijke zekerheid niet in de weg staan;
      • In geval van beëindiging van het zakelijk recht vóór afloop van de investeringswaarborg moeten maatregelen voorzien worden om het volgrecht van een zakelijke zekerheid te vrijwaren. Mogelijke maatregelen zijn onder meer de toestemming van de grondeigenaar om ook op de grond een zekerheid te vestigen of een clausule in de overeenkomst van erfpacht of opstal in geval van natrekking.
  • De aanvrager die geen jaarrekening neerlegt bij de Nationale Bank, zal jaarlijks en voor de duur van de gewaarborgde lening een kopie van zijn laatst goedgekeurde jaarrekening en, in voorkomend geval, van het verslag van de bedrijfsrevisor over de jaarrekening aan het VIPA bezorgen.
  • De aanvrager zal het goed dat betrekking heeft op het project, de grond of het terrein waarop het goed zich bevindt niet belasten met een zekerheid ten voordele van een derde (= niet-gewaarborgde financier), tenzij met de uitdrukkelijke en voorafgaande toestemming van de minister. Die verplichting geldt vanaf de aanvraag tot het verkrijgen van een principieel akkoord inzake de investeringswaarborg.
  • De aanvrager mag de concrete bestemming van het goed dat betrekking heeft op het project niet wijzigen of het goed vervreemden gedurende een periode die voor de onroerende goederen minstens 25 jaar, voor de medische of bijzondere uitrusting minstens 5 jaar en voor de andere roerende goederen minstens 10 jaar bedraagt, behalve na de uitdrukkelijke en voorafgaande toestemming. Bij bestemmingswijziging in het kader van de persoonsgebonden aangelegenheden, volstaat toestemming van VIPA. Voor andere bestemmingswijzigingen is toestemming van de minister vereist. Bij elke aanvraag voor vervreemding, bezwaring met zakelijk recht of bestemmingswijziging die de aanvrager indient bij de minister wordt een document gevoegd waarin de financier zich akkoord verklaart met de aanvraag.
  • De aanvrager is ertoe gehouden het goed dat betrekking heeft op het project als een goede huisvader te beheren en te onderhouden gedurende de periodes zoals vermeld onder het vorige punt.

De investeringswaarborg vervalt als de aanvrager een van zijn verplichtingen niet nakomt.