Waarom is dit belangrijk?

Dak- en thuisloosheid - en bij uitbreiding de bredere woonproblematiek van kwetsbare personen en groepen - is een complexe problematiek, waar zowel welzijns-, gezondheids- als woonactoren en lokale besturen bij betrokken zijn en acties in moeten ondernemen. Op het vlak van wonen wijzen we op het ondersteunen van woonactoren, het verhogen van de toegankelijkheid en uitbreiden van een betaalbaar en kwaliteitsvol woonaanbod. Voor wat het beleidsdomein welzijn betreft, is het inzetten op (preventieve) woonbegeleiding en intersectorale afstemming van cruciaal belang. Op 9 december 2016 stemde de Vlaamse regering in met het globaal plan dak- en thuisloosheid.

Een effectief en efficiënt optreden veronderstelt dan ook samenwerking en afstemming tussen deze verschillende actoren. Bovendien is het lokaal bestuur mee verantwoordelijk voor het realiseren van de noodzakelijke opvang bij extreme weersomstandigheden.

Wat kan het lokale bestuur doen?

1. Bovenlokale netwerken tegen dak- en thuisloosheid

De lokale besturen hebben een belangrijke rol te vervullen in het samenbrengen van partners en organisaties om een gezamenlijk beleid en een gezamenlijke aanpak rond complexe problemen af te spreken. In het kader van de aanpak van dak- en thuisloosheid is het aan te raden bovenlokale netwerken samen te brengen. In het bovenlokaal netwerk kan gewerkt worden aan actieplannen om dak- en thuisloosheid in de regio uit te sluiten. Het lokaal bestuur is de partner bij uitstek om een lokaal – of desgevallend regionaal – netwerk samen te stellen en om in overleg met de betrokken partners de noodzakelijke afstemming en samenwerking te bewerkstelligen. Dit sluit aan bij de regierol die men vanuit het decreet lokaal sociaal beleid krijgt toegekend. Meer over de verwachtingen m.b.t. deze bovenlokale netwerken is te lezen in het globaal plan dak- en thuisloosheid.

2. Lokale meldpunten

Lokale besturen kunnen meldpunten oprichten, waar verhuurders bij betalings- of leefbaarheidsproblemen van hun huurders een signaal kunnen geven aan hulpverleners van het OCMW of CAW. Zo kunnen procedures voor de vrederechter worden vermeden en uithuiszettingen worden voorkomen. Dat vereist een goede samenwerking tussen eigenaars, welzijnspartners, huurdersbonden en andere huisvestingsactoren. Meer over de verwachtingen m.b.t. deze lokale meldpunten is te lezen in het globaal plan dak- en thuisloosheid.

Welke ondersteuning biedt de Vlaamse overheid?

Het globaal plan dak- en thuisloosheid (dat na evaluatie en aanpassing zal worden verdergezet na 2019) bepaalt het kader van een globaal en geïntegreerd beleid met de prioritaire doelstellingen en acties waarin de beleidsplannen van de (boven)lokale netwerken kunnen worden ingepast.

Het Departement Welzijn, Volksgezondheid en Gezin (afdeling Welzijn en Samenleving) zorgt voor ondersteuning en continue opvolging door regionale beleidsmedewerkers in te zetten met het oog op het faciliteren van deze netwerken en inhoudelijk het plan verder op te volgen.

Waar vindt u meer info?

Raadpleeg hier het globaal plan dak- en thuisloosheid.

Op dit ogenblik bestaan reeds 11 bovenlokale netwerken, verspreid in Vlaanderen, die bottom-up tot stand zijn gekomen. Hier vindt u een analyse van deze bovenlokale netwerken tegen thuisloosheid. Dit rapport wil mee bijdragen aan een intersectorale aanpak van thuisloosheid, legt linken tussen Vlaams en lokaal beleid en noemt verder enkele prioriteiten en succesfactoren. 

Op deze webpagina van het Departement Welzijn, Volksgezondheid en Gezin verneemt u meer over de strijd tegen dak- en thuisloosheid en hoe hier vanuit het departement aan gewerkt wordt.