Budgethulpverlening - schuldhulpverlening

Budgethulpverlening

Budgethulpverlening is een vorm van hulpverlening waarbij de cliënt/het gezin betalingsproblemen heeft, en/of moeilijk met geld kan omgaan of schulden heeft. Bij budgethulpverlening spitst de aangeboden hulpverlening zich toe op budgetbegeleiding en/of budgetbeheer.

Budgetbegeleiding

Budgetbegeleiding is een vorm van hulpverlening waarbij de cliënt/het gezin zelf zijn/haar budget met advies en steun van de erkende instelling voor schuldbemiddeling beheert. De cliënt/het gezin behoudt dus zelf het beheersrecht over het inkomen. Budgetbegeleiding betekent hulpverlening - louter administratieve tussenkomsten (bijvoorbeeld maandelijkse afhoudingen voor de betaling van huur,...) zijn onvoldoende om van budgetbegeleiding te spreken.

Budgetbeheer

Budgetbeheer is een vorm van hulpverlening waarbij het beheer van de gelden van de cliënt/het gezin geheel of gedeeltelijk overgelaten wordt aan de erkende instelling voor schuldbemiddeling. De inkomsten komen geheel of gedeeltelijk op een budgetbeheerrekening, die door de erkende instelling voor schuldbemiddeling wordt beheerd. Ook budgetbeheer brengt, net zoals budgetbegeleiding, hulpverlening met zich mee - louter administratieve tussenkomsten (bijvoorbeeld maandelijkse afhoudingen voor de betaling van huur,...) zijn onvoldoende om van budgetbeheer te spreken.

Schuldhulpverlening

Schuldhulpverlening omvat zowel schuldbemiddeling als collectieve schuldenregeling.

Schuldbemiddeling

Van zodra de cliënt/het gezin schulden heeft en de erkende instelling voor schuldbemiddeling die hulpverlening verstrekt met het oog op het tot stand brengen van een regeling tussen schuldenaar en schuldeiser omtrent de wijze van betaling van de schuldenlast van de schuldenaar, spreekt men van ‘schuldbemiddeling’.

Er is sprake van schuldbemiddeling:

  • indien de schuldbemiddelaar contact opneemt met en inlichtingen inwint bij de verschillende schuldeisers,
  • de gegrondheid of de wettelijkheid van de door de schuldenaar aangegane verbintenissen onderzoekt;
  • indien mogelijk een betalingsplan opstelt, het aan de schuldeisers voorlegt en erover onderhandelt, het plan uitvoert en het verloop ervan nagaat.

Ook de verstrekte dienstverlening met het oog op de betwisting van een schuld ten aanzien van de schuldeiser, zoals bijvoorbeeld het opwerpen van een verjaring, valt onder het begrip ‘schuldbemiddeling’.

Collectieve schuldenregeling

Collectieve schuldenregeling is een gerechtelijke procedure voor structurele schuldproblemen. Het doel is om in de mate van het mogelijke de schulden af te betalen waarbij de cliënt/het gezin tijdens die afbetalingsperiode toch nog menswaardig kan leven. Een collectieve schuldenregeling dient te worden aangevraagd met een verzoekschrift bij de arbeidsrechtbank. Eénmaal toegelaten tot de collectieve schuldenregeling, stelt de rechter een schuldbemiddelaar aan. Deze probeert in eerste instantie tot een minnelijke aanzuiveringsregeling te komen. Wanneer hij/zij hier niet in slaagt, zal de rechter een gerechtelijke aanzuiveringsregeling of een totale kwijtschelding van schulden opleggen.

Degene die toegelaten is tot een collectieve schuldenregeling, ontvangt niet meer zelf zijn/haar inkomsten. De inkomsten worden door de schuldbemiddelaar ontvangen, die in de mate van het mogelijke zorgt voor de afbetaling van de schulden. Een gedeelte van het gezinsinkomen, het zogenaamde leefgeld, wordt ter beschikking gesteld van de cliënt/het gezin om dagelijkse behoeften, zoals voeding, huur, vaste kosten... mee te betalen.

Zowel de erkende instellingen voor schuldbemiddeling (OCMW’s, CAW’s en OCMW-verenigingen) als andere actoren (in de praktijk voornamelijk advocaten) kunnen als schuldbemiddelaar binnen een procedure collectieve schuldenregeling worden aangesteld.

Cijfers

Heel wat gezinnen worden geconfronteerd met overmatige schuldenlast. Enkele cijfers uit het statistisch jaarverslag 2016 van de Centrale voor kredieten aan particulieren van de Nationale Bank illustreren dit:

  • Achterstallige kredietovereenkomsten

Het aantal openstaande betalingsachterstanden is opnieuw toegenomen, maar in mindere mate dan de voorgaande jaren: eind 2016 staan er 555.936 wanbetalingen geregistreerd (+ 1,5 %). Tussen de verschillende kredietvormen zijn er echter aanzienlijke verschillen. Het aantal achterstallige contracten stijgt bij de kredietopeningen (+ 3,9 %), maar neemt af bij zowel de verkopen op afbetaling (- 3,2 %), de hypothecaire kredieten (- 2,0 %) als de leningen op afbetaling (- 0,9 %).

Toestand einde periode – aantal achterstallige contracten:

  2012 2013 2014 2015 2016
Leningen op afbetaling

162 067 
 (33,6 %)    

161 880
(32,1 %)    

161 349   
(30,9 %)   
160 282   
(29,3 %)      

158 765
(28,6 %)

Verkopen op afbetaling 46 254
(9,6 %)   
45 864     
(9,1 %)     
44 932      
(8,6 %)     
44 092        
(8,1 %)       

42 696
(7,7 %)

Kredietopeningen 243 790
(50,5 %)     

263 46
(52,3 %)     

282 554    
(54,0 %)   
309 432     
(56,5 %)     

321 434
(57,8 %)

Hypothecaire kredieten 30 509
(6,3 %)         
32 340
(6,4 %)         
34 005  
(6,5 %)     
33 709      
(6,2 %)      

33 041
(5,9 %)

TOTAAL 482 620      503 544        522 840     547 515     

555 936

  • In 2016 werden 152.922 kredietnemers met een nieuwe betalingsachterstand geregistreerd (- 2,3 % in vergelijking met 2015).  Deze daling is te danken aan het feit dat minder kredietnemers met een nieuwe wanbetaling voor een kredietopening (- 5,2 %) of een verkoop op afbetaling (- 12,1 %) werden geconfronteerd. Daarentegen hebben meer personen nieuwe betalingsmoeilijkheden opgelopen voor hypothecaire kredieten (+ 2,4 %) en leningen op afbetaling (+ 2,2 %).
  • Het aantal kredietnemers met een openstaande betalingsachterstand op het einde van het jaar neemt in 2016 met 1,7 % toe tot 370.701 personen (3,8 % van de bevolking). De meeste personen hebben één of twee betalingsachterstanden, maar bijna 40 % daarvan heeft daarnaast echter nog één of meerdere lopende kredieten die wel correct worden afbetaald.
  • Personen die geconfronteerd worden met overmatige schuldenlast of ernstige financiële moeilijkheden kunnen beroep doen op de procedure van collectieve schuldenregeling. In dat kader werd de Centrale voor kredieten aan particulieren er door de wetgever mee belast bepaalde gegevens met betrekking tot deze regelingen te centraliseren. In 2016 werden 15.355 nieuwe aanvragen van personen die een beroep deden op de procedure van collectieve schuldenregeling, door de rechtbanken toelaatbaar verklaard (- 3,3 % in vergelijking met 2015).
  • Eind 2016 staan in de Centrale voor Kredieten aan Particulieren 95.569 lopende procedures collectieve schuldenregeling geregistreerd (- 2,1 % in vergelijking met 2015 %), waarvoor in 48,5 % van de gevallen ook een minnelijke of gerechtelijke aanzuiveringsregeling werd gemeld. In de andere dossiers hebben de rechtbanken en schuldbemiddelaars nog geen melding gedaan dat een aanzuive-ringsregeling werd bereikt.

Toestand einde periode – aantal collectieve schuldenregelingen:

  2012 2013 2014 2015 2016
Minnelijke aanzuiveringsregeling 28 249  
(31,7 %) 

33 773  
(36,6 %)

34 836
(35,9 %)     
3 384   
(38,3 %)   

42 999
(45,0 %)

Gerechtelijke aanzuiveringsregeling 3925
(4,4 %) 
 
3 752     
(4,1 %)    
3 402
(3,5 %)       
3 461
(3,5 %)
3 383
(3,5 %)
Geen aanzuiveringsregeling 56 850
(63,9 %)
54 837    
(59,4 %)
58 827        
(60,6 %)     
56 791    
(58,2 %)   

49 187
(51,5 %)

TOTAAL 89 024 92 362 97 065 97 636 95 569

Belangrijke toelichting van de Centrale voor Kredieten aan Particulieren m.b.t. de interpretatie van de cijfers m.b.t. de registratie van de collectieve schuldenregeling:

  • Het gegeven dat een meerderheid van de berichten van toelaatbaarheid zonder gevolg blijft in het bestand, betekent niet noodzakelijk dat ze in werkelijkheid niet leiden tot een minnelijke of gerechtelijke aanzuiveringsregeling. In bijna de helft van de gevallen gaat het immers om recente dossiers uit 2015 of 2016, waarvoor het normaal is dat nog geen regeling werd overeengekomen. Naarmate de datum van de beslissing echter meer in het verleden ligt, kan verondersteld worden dat ofwel geen aanzuiveringsregeling bereikt is maar de procedure toch niet werd afgesloten, ofwel de bereikte aanzuiveringsregeling niet gemeld werd door de rechtbank en/of schuldbemiddelaar. In beide gevallen is de impact van deze onvolledige registratie voor de consument zeer ingrijpend. Aangezien de collectieve schuldenregeling immers pas uit de Centrale verdwijnt na afloop van de aanzuiveringsregeling, betekent dit dat bij het ontbreken van informatie hierover, de consument toch vermeld blijft, zelfs indien zijn aanzuiveringsregeling in werkelijkheid reeds beëindigd zou zijn. Op dat ogenblik voldoet de registratie niet langer aan de wettelijke voorwaarden. Bovendien loopt de consument het risico dat hem de toegang tot krediet ontzegd blijft.
  • Er bestaat een duidelijk verband tussen het aantal achterstallige kredieten van een kredietnemer en de mate waarin deze laatste een beroep doet op de procedure van collectieve schuldenregeling: terwijl 10,9 % van de personen met één betalingsachterstand ook een collectieve schuldenregeling heeft, loopt dit percentage op tot 42,4 % indien de kredietnemer vijf of meer betalingsachterstanden heeft. Dit laatste cijfer toont echter eveneens aan dat meer dan de helft van de kredietnemers (nog) geen beroep doet op de procedure van collectieve schuldenregeling, ook al hebben ze zeer zware problemen om hun kredieten terug te betalen.
  • Ten slotte dient opgemerkt te worden dat de problematiek van de overmatige schuldenlast zich niet beperkt tot het krediet: 28,7 % van de personen doet een beroep op de procedure van collectieve schuldenregeling zonder met een achterstallige kredietovereenkomst geregistreerd te zijn. Consu-menten kampen immers vaak ook met andere betalingsmoeilijkheden, zoals bijvoorbeeld schulden met betrekking tot gezondheidszorg, energiefacturen, telefoon, huur of fiscale schulden.)

Meer gedetailleerde informatie vind je terug in het statisch verslag 2016 van de Centrale voor Kredieten aan Particulieren van de Nationale Bank van België. De meest recente en meer uitgebreide cijfers zijn eveneens terug te vinden op de website van de kredietcentrale.

Schuldhulpverleners ervaren deze schuldenproblematiek dagelijks. Schuldenlast is heel belastend voor de betrokken gezinnen en heeft een impact op de hele levenssituatie van de mensen. De weg terug naar een schuldenvrij leven is vaak een complexe, moeizame weg die veel inspanning vraagt zowel van de gezinnen als van de hulpverleners.

Instellingen voor schuldbemiddeling

Een OCMW of een CAW kan erkend worden als instelling voor schuldbemiddeling. Zij helpen mensen met financiële problemen om hun budget te beheren en kunnen bemiddelen bij schuldeisers. Er zijn 321 erkende instellingen voor schuldbemiddeling in Vlaanderen (306 OCMW’s, 4 OCMW-verenigingen en 11 Centra Algemeen Welzijnswerk). In 2016 waren er in heel Vlaanderen 59.433 gezinnen in begeleiding bij de instellingen voor schuldbemiddeling. In 2016 werden er zo in totaal 88.374 hulpverleningsmodules ingezet. In volgorde van belangrijkheid: budgetbeheer (38.117 of 43,12%), schuldbemiddeling (33.120 of 37,48%), budgetbegeleiding (13.366 of 15,12%), collectieve schuldenregeling (3.771 of 4,27%).
Iedereen kan terecht komen bij een instelling voor schuldbemiddeling, maar bepaalde groepen blijken wel extra kwetsbaar voor de schuldenproblematiek. Het gaat onder meer om alleenstaanden en eenoudergezinnen, huurders, laaggeschoolden, werklozen …

De top 3 van schulden waarmee mensen terecht komen bij een instelling bestaat uit

  1. schulden met betrekking tot nutsvoorziening,
  2. gezondheidszorgschulden
  3. telecomschulden.

De meest actuele cijfers rond de hulp- en dienstverlening van de erkende instellingen voor schuldbemiddeling zijn terug te vinden op de website van het Vlaams Centrum Schuldenlast.

Heeft u hulp nodig, contacteer dan een instelling voor schuldbemiddeling in uw buurt.

Vlaams Centrum Schuldenlast

Het Vlaams Centrum Schuldenlast (VCS) voert het beleid van de minister bevoegd voor Welzijn uit en wordt door het Departement Welzijn, Volksgezondheid en Gezin erkend en gesubsidieerd. VCS stemt haar werking af in overleg en er is periodiek overleg. Het VCS werkt aan de hand van een door de minister goedgekeurd meer-jarenplan met bijhorende jaarplannen zodat zij zowel op korte als op langere termijn hun werking kunnen uitbouwen.

Het VCS is in eerste instantie een steunpunt voor personen/instellingen die aan schuldbemiddeling doen in Vlaanderen en Brussel om de kwaliteit van de dienstverlening te verhogen.

Het Vlaams Centrum Schuldenlast vervult decretaal de volgende opdracht:

  • VCS bouwt expertise op rond de preventie en remediëring van schuldenproblemen;
  • VCS verwerkt de basis- en de uitgebreide registratie van cijfergegevens over gezinnen in schuldenlast;
  • VCS biedt permanente vorming en inhoudelijke ondersteuning aan personen die aan schuldbemiddeling doen;
  • VCS ontwikkelt programma’s rond de preventie van schuldenlast;
  • VCS is verantwoordelijk voor de kwaliteitsbevordering en –bewaking bij de erkende instelling-en voor schuldbemiddeling;
  • VCS zorgt voor efficiënte en effectieve informatieverstrekking rond schuldbemiddeling;
  • VCS formuleert beleidsaanbevelingen rond schuldenlast en doet hiervoor een beroep op een werkgroep die zij aanstuurt en die samengesteld is uit een groep experten;
  • VCS onderhoudt contacten met analoge centra in binnen- en buitenland;
  • VCS organiseert de gespecialiseerde opleiding schuldbemiddeling (basisopleiding en themati-sche verdiepende opleiding rond specifieke maatschappelijke, juridische, financiële, methodische of deontologische aspecten van schuldbemiddeling.

In de beleidsnota 2014-2019 van de Vlaamse minister van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin (WVG) is bepaald dat er werk gemaakt wordt van het optimaliseren van de afstemming en samenwerking tussen steunpunten en expertisecentra die actief zijn binnen dit beleidsdomein WVG. In dialoog met de betrokkenen wordt nagegaan hoe zij een eengemaakte werking kunnen realiseren. De volgende organisaties zijn in deze oefening betrokken:

  • het Steunpunt Algemeen Welzijnswerk,
  • het Vlaams Centrum Schuldenlast,
  • Samenlevingsopbouw Vlaanderen,
  • het Steunpunt Expertise-netwerken
  • het Steunpunt Jeugdhulp.

SAM bundelt vanaf 1/1/2018 vijf bestaande steunpunten uit de sociale sector.

Er komt in Vlaanderen één centraal steunpunt voor welzijnsbevordering en samenlevingsopbouw. De vijf bestaande steunpunten uit de sociale sector fuseren tot SAM, Steunpunt Mens en Samenleving. 

Vlaanderen telt tot 31/12/2017 vijf verschillende steunpunten in de sociale sector, elk met hun eigen opdracht en expertise. Het gaat om Samenlevingsopbouw Vlaanderen, Steunpunt Algemeen Welzijnswerk, Steunpunt Expertisenetwerken, Steunpunt Jeugdhulp en het Vlaams Centrum Schuldenlast. Er zijn al langer plannen om de verschillende steunpunten meer te laten samenwerken.

Vanaf 1 januari 2018 worden die vijf steunpunten gecentraliseerd in SAM. Binnen deze nieuwe koepelvzw zullen zowel de sectorale als de intersectorale werkingen een plaats vinden. Door de vijf steunpunten nu te laten samensmelten willen we komen tot een meer integrale aanpak. De fusie past ook in de filosofie om de schotten in het welzijnsveld weg te werken.

Bedoeling is dat het gecentraliseerde steunpunt het hele werkveld kan ondersteunen, bijvoorbeeld in het opbouwen van expertise of in het ontwikkelen van nieuwe praktijken en methodieken. Het thema schuldenlast en schuldhulpverlening komt hierin ook aan bod.

Werkgroep beleidsaanbevelingen

Experten en vertegenwoordigers van sectoren die met het thema schuldenlast te maken hebben zijn verenigd in de werkgroep beleidsaanbevelingen van het Vlaams Centrum Schuldenlast. Zij werken visies uit, bepalen een weloverwogen standpunt, doen voorstellen voor aanpassing van bestaande regelgeving (in 2016 omtrent de vernieuwing van de federale collectieve schuldenregelgeving) en inspireren het beleid rond schuldenlast.

De werkgroep beleidsaanbevelingen zal haar werking  voortzetten na inwerkingtreding van het nieuwe eengemaakte steunpunt vanaf 1/1/2018. Dit overleg zal in een aan de nieuwe context van het eengemaakte steunpunt aangepaste werkwijze vorm krijgen.

Subsidiëring van samenwerkingsverbanden schuldhulpverlening

Op initiatief van de minister van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin subsidieert de Vlaamse overheid 11 samenwerkingsverbanden schuldhulpverlening. Zo wordt schuldhulpverlening en preventie van schuldenlast gesubsidieerd in heel Vlaanderen en Brussel. Dit gebeurde projectmatig vanaf 2010 tot en met 2013, terwijl de stakeholders (VCS, VVSG, SOM, Vlaams Netwerk armoedebestrijding) samen met het kabinet WVG en de afdeling Welzijn en Samenleving werkten aan een passend decreet en uitvoeringsbesluit om reguliere subsidiëring mogelijk te maken.

Omdat deze projecten positief werden geëvalueerd, werd ervoor gekozen om de samenwerkingsverbanden regulier te subsidiëren vanaf 2014 op basis van het besluit van de Vlaamse regering van 31/1/2014.

Elk samenwerkingsverband bestaat uit een netwerk van erkende instellingen voor schuldbemiddeling dat in het werkgebied werkt aan het voorkomen en terugdringen van schuldenlast. Het samenwerkingsverband kan enkel gesubsidieerd worden als de volgende actoren er deel van uitmaken: alle OCMW’s, het CAW dat erkend is krachtens het decreet betreffende het algemeen welzijnswerk en alle verenigingen waar armen het woord nemen.

Elk samenwerkingsverband werkt aan twee doelstellingen:

  1. Preventie-initiatieven nemen en nazorg voorzien om (herval in) schuldenlast te voorkomen.
  2. Initiatieven nemen ter ondersteuning van een toegankelijke, cliëntgerichte en integrale budget- en schuldhulpverlening, om mensen in staat te stellen om zelf verantwoordelijkheid te (leren) dragen voor hun eigen duurzaam budgetmanagement.

Het Centrum voor Algemeen Welzijnswerk dat deel uitmaakt van het samenwerkingsverband neemt  nu het budgethouderschap op. Indien het CAW dit niet zou doen, dan duidt de stuurgroep van het samenwerkingsverband een andere organisatie met rechtspersoonlijkheid aan om de rol van budgethouder op te nemen.

De beslissingen worden genomen in de stuurgroep van het samenwerkingsverband, waarin alle partnerorganisaties vertegenwoordigd zijn.

Deze samenwerkingsverbanden schuldhulpverlening overleggen regelmatig om hun werking af te stemmen en gezamenlijke initiatieven uit te werken, zoals bijvoorbeeld in het kader van de Dag zonder Krediet. Zij noemen zichzelf vaak de BIZ-ers, BudgetInZicht. Wil je meer weten over hun werking? Dan kan je terecht op de website van BIZ.

De samenwerkingsverbanden werken aan de hand van een door de minister goedgekeurd beleidsplan (nu voor de periode 2016-2020) en concretiseren hun werking in goedgekeurde jaarplannen. Voor het jaar 2017 heeft de minister een budget vrijgemaakt van in totaal 1.266.392 euro.

Wat doen wij rond schuldbemiddeling?

De afdeling Welzijn en Samenleving evalueert de werking van de samenwerkingsverbanden schuldhulpverlening en het Vlaams Centrum Schuldenlast, bezorgt een advies en voorstel van beslissing aan de minister en staat in voor de subsidiëring. Wij overleggen regelmatig met de sector.

Wij erkennen de erkende instellingen voor schuldbemiddeling (ISB) en volgen de werking op via de jaarverslagen en via contacten. Momenteel zijn er 321 erkende instellingen voor schuldbemiddeling (4 Ocmw-verenigingen, 11 Centra voor Algemeen Welzijnswerk en 306 OCMW’s).

Wij volgen de inspecties bij erkende ISB’s op en ook de voortgang van de remediëring van eventuele werkpunten bij een ISB. Wij helpen de departementale klachtenbehandelaar die tweedelijnsklachten behandelt, indien een klacht niet kon opgelost worden vanuit een rechtstreeks overleg tussen een burger met klachten en een erkende instelling voor schuldbemiddeling.

Tweedelijnsklachten komen tot nu toe weinig voor, maar zijn telkens een aanleiding om constructief te werken aan kwaliteitsverbetering van de schuldhulpverlening en schuldbemiddeling. We volgen de evolutie in het plan van aanpak op die de instelling voor schuldbemiddeling uitvoert op weg naar een oplossing voor de betrokken burger en het vinden van structurele oplossingen die nieuwe problemen helpen voorkomen.

Onze afdeling doet geen schuldhulpverlening, maar wanneer een burger een hulpvraag stelt, wordt er verwezen naar de erkende instelling voor schuldbemiddeling in zijn/haar buurt, waar mensen gratis geholpen worden. Je kan de gegevens van al deze diensten en de basisinformatie opzoeken op de website www.eerstehulpbijschulden.be.

Wanneer dit nuttig is, wordt er vanuit de afdeling Welzijn en Samenleving overlegd of afgestemd met andere diensten:

  • met de federale organisatie FSMA (Autoriteit voor Financiële diensten en Markten): De FSMA streeft naar een eerlijke en correcte behandeling van de financiële consumenten en bevordert correcte financiële dienstverlening. Meer informatie over FSMA vind je hier.
  • de FOD Economie voor informatie rond financiële thema’s en schuldenlast
  • voor vragen met betrekking tot de collectieve schuldenregeling met de FOD Justitie
  • ...

Contact

Afdeling Welzijn en Samenleving
Koning Albert II-laan 35 bus 30
1030 Brussel
T 02 553 33 30
E-mail