Private voorzieningen zijn organisaties die minderjarigen begeleiden of opvangen. Kinderen en jongeren komen er terecht hetzij rechtstreeks, hetzij via de intersectorale toegangspoort of via een jeugdrechter.

Er bestaat een divers gamma aan private voorzieningen:

  • Organisaties voor Bijzondere Jeugdzorg (OVBJ)
  • Voorzieningen voor Opvang, Observatie en Oriëntatie (OOOC)
  • Diensten voor Crisishulp aan Huis (CaH)
  • Diensten voor Herstelgerichte en Constructieve Afhandeling (HCA)
  • Centra voor Integrale Gezinszorg (CIG)

Wat inspecteren we?

Zorginspectie focust op wat de kwaliteit van de geboden zorg het meest beïnvloedt en baseert zich hiervoor op regelgeving, referentiekaders, eisenkaders, kwaliteitseisen… waaraan de organisatie zich moet houden.

U vindt hierover meer informatie op de website van het Agentschap Jongerenwelzijn.

Hoe inspecteren we?

Zorginspectie streeft ernaar om de private voorzieningen op regelmatige basis te inspecteren. Meestal wordt gekozen voor een specifiek thema dat onze aandacht vraagt omdat:

  • het risico’s inhoudt voor de doelgroep;
  • het nieuw is;
  • het maatschappelijk in de aandacht wordt gebracht;
  • terugkerend is bij klachten of incidenten.

Inspectiethema’s worden afgetoetst bij onze belanghebbenden zoals de gebruikers, de private voorzieningen en het Agentschap Jongerenwelzijn.

Recente voorbeelden zijn:

  • participatie van jongeren en hun context in de hulpverlening (verblijf en dagbegeleiding);
  • zelfevaluatie van afgesproken thema’s en beleid en toepassing ervan inzake seksueel grensoverschrijdend gedrag.

De concrete aanpak en de duur van de inspectie worden bepaald door het thema of de reden van inspectie maar wordt steeds gekenmerkt door eenzelfde rode draad:

  • Elke inspectie is een momentopname. De vaststellingen zijn gebaseerd op wat er tijdens de inspectie vastgesteld wordt. Dit kan via:
    • bevraging van medewerkers en verantwoordelijken;
    • inzage in documenten;
    • inspecteren van de lokalen die gebruikt worden door de organisatie;
    • gesprekken met de jongeren (indien mogelijk).
  • De inspecteur bespreekt zijn vaststellingen, zowel positieve als negatieve, steeds met zijn gesprekspartner(s) en geeft hen daarbij de kans om vaststellingen toe te lichten, te nuanceren of verder uit te leggen.  
  • Een inspectie gebeurt altijd aan de hand van een gestandaardiseerd inspectie-instrument. De inspecteur kan zo beoordelen of de organisatie aan de regelgeving en kwaliteitseisen voldoet. Informatie wordt op een gestructureerde en afgestemde manier verzameld tijdens het inspectiebezoek.

Wat staat er in het verslag?

De bevindingen van ieder inspectiebezoek staan in een inspectieverslag. Het doel van dit verslag is:

  • het weergeven van de vaststellingen en het oordeel of de organisatie voldoet aan de geïnspecteerde regelgeving;
  • via dit verslag de organisatie schriftelijk op de hoogte brengen van de vaststellingen en het oordeel;
  • rapporteren aan het Agentschap Jongerenwelzijn;
  • informeren van andere betrokken lezers, o.a. burgers die verslagen in het kader van de openbaarheidswetgeving willen raadplegen.

Zorginspectie moedigt de organisaties aan om met gebruikers open te communiceren over de vaststellingen.

Voor alle vragen over de inspecties in de private voorzieningen jeugdhulp kan u contact opnemen met contact.zorginspectie@vlaanderen.be.

Wat na inspectie?

Na het inspectiebezoek ontvangt de organisatie het ontwerpverslag met de vaststellingen. Een inspectieverslag van Zorginspectie wordt pas definitief nadat de geïnspecteerde organisatie de kans gekregen heeft om te reageren op onjuistheden in het inspectieverslag. Op deze manier wil Zorginspectie ook de kwaliteit van de eigen verslaggeving opvolgen en verbeteren.

Het definitieve verslag en de (eventuele) reactie worden bezorgd aan het Agentschap Jongerenwelzijn. Dit agentschap staat in voor de verdere opvolging van de vaststellingen uit het inspectieverslag en beslist wat er op basis van onder andere de vaststellingen van Zorginspectie en het eigen dossier met de erkenning gebeurt.

Overzichtsrapporten

Naast het opmaken van de individuele inspectieverslagen, kan Zorginspectie haar kennis en terreinexpertise ook inzetten voor beleidsondersteuning om een beeld te schetsen van een sector. Dit gebeurt meestal in de vorm van een beleidsrapport.

In 2014 werden de organisaties bijzondere jeugdzorg met verblijf en dagbegeleiding geïnspecteerd op de mate waarin jongeren en hun context kunnen participeren in de hulpverlening. Op 17 maart 2015 heeft Zorginspectie de resultaten van deze inspecties aan de sector voorgesteld.

Tussen 1 juni en 1 augustus 2016 heeft Zorginspectie bij de OVBJ een stand van zaken opgemaakt over de eerste zelfevaluatie van de afgesproken thema’ s in uitvoering van het kwaliteitsdecreet. In een tweede luik was er aandacht voor het beleid over seksueel grensoverschrijdend gedrag en de toepassing ervan in de praktijk. De resultaten zijn gebundeld in een rapport.