De jeugdrechter kan een jongere die een als misdrijf omschreven feit heeft gepleegd of in een verontrustende leefsituatie verkeert, plaatsen in een publieke jeugdinstelling. Dat zijn:

  • gemeenschapsinstelling De Kempen (met campussen De Hutten en De Markt)
  • gemeenschapsinstelling De Zande (bestaande uit campus Beernem, campus Ruiselede en campus Wingene)
  • gemeenschapsinstelling De Grubbe (Everberg)
  • het Vlaams detentiecentrum De Wijngaard in Tongeren

De gemeenschapsinstellingen kenmerken zich door een vrijheidsbeperkende, gesloten infrastructuur, veiligheidsprocedures en strikte, eenvormige regels op het vlak van uitgaan en verlof.

Het Vlaams detentiecentrum staat in voor de detentie van 15 uithanden gegeven jongeren, zowel op administratief vlak als wat betreft hulp- en dienstverlening, begeleiding en veiligheid.

Wat inspecteren we?

Zorginspectie focust op wat de kwaliteit van de geboden zorg het meest beïnvloedt en baseert zich hiervoor op regelgeving, referentiekaders, eisenkaders, kwaliteitseisen… waaraan de organisatie zich moet houden.

U vindt hierover meer informatie bij het Agentschap Jongerenwelzijn.

Hoe inspecteren we?

Het uitgangspunt van de inspecties is de rechtspositie van de minderjarigen zoals onder meer bepaald in het Decreet Rechtspositie Minderjarigen.

De inspecties gebeuren aangekondigd.

Zorginspectie streeft ernaar om de publieke jeugdinstellingen op regelmatige basis te inspecteren.

De concrete aanpak en de duur van de inspectie worden bepaald door het thema of de reden van inspectie maar wordt steeds gekenmerkt door eenzelfde rode draad:

  • Elke inspectie is een momentopname. De vaststellingen zijn gebaseerd op wat er tijdens de inspectie vastgesteld wordt. Dit kan via:
    • bevraging van medewerkers en verantwoordelijken;
    • inzage in documenten;
    • inspecteren van de lokalen die gebruikt worden door de organisatie;
    • gesprekken met de jongeren (indien mogelijk).
  • De inspecteur bespreekt zijn vaststellingen, zowel positieve als negatieve, steeds met zijn gesprekspartner(s) en geeft hen daarbij de kans om vaststellingen toe te lichten, te nuanceren of verder uit te leggen.  
  • Een inspectie gebeurt altijd aan de hand van een gestandaardiseerd inspectie-instrument. De inspecteur kan zo beoordelen of de organisatie aan de regelgeving en kwaliteitseisen voldoet. Informatie wordt op een gestructureerde en afgestemde manier verzameld tijdens het inspectiebezoek.

Wat leest u in het verslag?

De bevindingen van ieder inspectiebezoek staan in een inspectieverslag. Het doel van dit verslag is:

  • het weergeven van de vaststellingen en het oordeel of de organisatie voldoet aan de geïnspecteerde regelgeving;
  • via dit verslag de organisatie schriftelijk op de hoogte brengen van de vaststellingen en het oordeel;
  • rapporteren aan het Agentschap Jongerenwelzijn;
  • informeren van andere betrokken lezers, o.a. burgers die verslagen in het kader van de openbaarheidswetgeving willen raadplegen.

Zorginspectie moedigt de organisaties aan om met gebruikers open te communiceren over de vaststellingen.

Voor alle vragen over de inspecties in de publieke jeugdinstellingen kan u contact opnemen met contact.zorginspectie@vlaanderen.be.

Wat na inspectie?

Na het inspectiebezoek ontvangt de organisatie het ontwerpverslag met de vaststellingen. Een inspectieverslag van Zorginspectie wordt pas definitief nadat de geïnspecteerde organisatie de kans gekregen heeft om te reageren op onjuistheden in het inspectieverslag. Op deze manier wil Zorginspectie ook de kwaliteit van de eigen verslaggeving opvolgen en verbeteren.

Het definitieve verslag en de (eventuele) reactie worden bezorgd aan het Agentschap Jongerenwelzijn. Dit agentschap staat in voor de verdere opvolging van de vaststellingen uit het inspectieverslag en beslist wat er op basis van onder andere de vaststellingen van Zorginspectie en het eigen dossier met de erkenning gebeurt.

Overzichtsrapporten

Naast het opmaken van de individuele inspectieverslagen, kan Zorginspectie haar kennis en terreinexpertise ook inzetten voor beleidsondersteuning om een beeld te schetsen van een sector. Dit gebeurt meestal in de vorm van een beleidsrapport.

In 2012 werden de publieke jeugdinstellingen een eerste maal geïnspecteerd en werden de resultaten verwerkt in een rapport. De gemeenschapsinstellingen maakten werk van een gezamenlijk actieplan, dat in uitvoering is sinds 2013 en loopt tot 2018.

In het najaar 2015 heeft Zorginspectie de voorgenomen acties voor 2013 – 2015 opgevolgd in elke gemeenschapsinstelling (m.u.v. De Wijngaard). De resultaten werden opgenomen in een opvolgingsrapport.