Een centrum voor geestelijke gezondheidszorg (CGG) biedt medisch-psychiatrische en psychotherapeutische hulpverlening aan mensen met ernstige psychische problemen. Elk CGG heeft een aparte werking voor kinderen en jongeren, volwassenen, en ouderen. Een CGG is georganiseerd in meerdere teams op verschillende vestigingsplaatsen. Elk team bestaat uit 1 of meerdere psychiaters, psychologen en maatschappelijk werkers.

De hulpverlening in een CGG gebeurt tijdens consultaties. Er is geen opname of verblijf.

Er zijn 20 centra voor geestelijke gezondheidszorg in Vlaanderen en Brussel erkend.

Wat inspecteren we?

Zorginspectie focust op wat de kwaliteit van de geboden zorg het meest beïnvloedt en baseert zich hiervoor op regelgeving, referentiekaders, eisenkaders, kwaliteitseisen… waaraan de organisatie zich moet houden.

U vindt hierover meer informatie via het Agentschap Zorg en Gezondheid.

Hoe inspecteren we?

Het toezicht op de centra voor geestelijke gezondheidszorg bestaat uit 2 soorten toezicht:

  • Toezicht met focus op de inhoudelijke werking
  • Financieel toezicht

Ieder soort toezicht kent eenzelfde rode draad:

  • elke inspectie is een momentopname. De vaststellingen zijn gebaseerd op wat er tijdens de inspectie vastgesteld wordt. Dit kan via:
    • bevraging van medewerkers en verantwoordelijken
    • inzage in documenten
    • inspecteren van de lokalen die gebruikt worden door de organisatie
  • de inspecteur bespreekt zijn vaststellingen, zowel positieve als negatieve, steeds met zijn gesprekspartner(s) en geeft hen daarbij de kans om vaststellingen toe te lichten, te nuanceren of verder uit te leggen.  
  • een inspectie gebeurt altijd aan de hand van een gestandaardiseerd inspectie-instrument. De inspecteur kan zo beoordelen of de organisatie aan de regelgeving en kwaliteitseisen voldoet. Informatie wordt op een gestructureerde en afgestemde manier verzameld tijdens het inspectiebezoek.
  1. Inspecties met focus op inhoudelijke werking

    In het najaar 2017 en het voorjaar 2018 vindt een inhoudelijke inspectieronde plaats die zich richt op de kwaliteit van de geleverde zorg. In deze inspectieronde ligt de focus op 4 thema’s:
  • behandelplan
  • multidisciplinaire werking
  • uitkomstenmonitoring
  • suïcidebeleid

    De gekozen thema’s betreffen vanzelfsprekende aspecten van een goede hedendaagse zorgpraktijk. In het referentiekader, dat eerder aan de sector werd bekendgemaakt, komen deze thema’s ook expliciet aan bod. Met betrekking tot het thema “suïcidebeleid” worden ook elementen meegenomen uit de "Multidisciplinaire richtlijn voor de detectie en behandeling van suïcidaal gedrag", die op 30/3/2017 werd gelanceerd door het VLESP.
    Tijdens deze inspectieronde beperkt Zorginspectie zich tot de werking voor de doelgroep van volwassenen (18 tot 60 jaar). De teams met een exclusieve gespecialiseerde werking voor bepaalde subdoelgroepen (bv. forensische werking, teams verslavingszorg, teams voor mensen met een verstandelijke beperking) worden hierbij buiten beschouwing gelaten.

    Er wordt voor deze ronde concreet als volgt te werk gegaan:
    • Per CGG wordt één vestigingsplaats bezocht, gedurende maxi­maal 1 dag.
    • De inspecties verlopen gedeeltelijk aangekondigd: in onderling overleg wordt een datum bepaald, maar slechts de dag vóór het bezoek wordt aangegeven welke vestigingsplaats effectief wordt bezocht.
    • Elk bezoek wordt uitgevoerd door twee inspecteurs, onder wie steeds een arts.
    • We leggen de klemtoon op de resultaten die gehaald worden in de dagelijkse werking m.b.t. de verschillende thema’s. We willen deze evenwel voldoende kunnen plaatsen in de context, en daarom nemen we voor elk thema ook de achterliggende systematiek en het (verbe­­ter)beleid mee in ogenschouw.
    • Bij het beoordelen van zowel de resultaten als het (verbeter)beleid, beogen we maximaal  objectieve aantoonbaarheid. We zoeken de antwoorden op de inspectie­vragen voor elk van de vier thema’s dan ook vooral in:
    • De gesprekken met medewerkers zijn aanvullend en dienen om dieper in te gaan op de reeds gedane vaststellingen.
    • Voor vier items werd een te behalen minimum bepaald. Deze aspecten zijn rechtstreeks gelinkt aan de kwaliteit en veiligheid van de zorg. Het niet halen van deze minima zal dan ook resulteren in opvolging door de Vlaamse overheid.
      • 85% van de gecontroleerde dossiers moet voldoende toegankelijk zijn voor het behandelende team
      • 70% van de gezochte basisinformatie-items over de fysieke en psycho-emotionele gezondheid van de cliënten werd gevonden
      • in 85% van de gecontroleerde dossiers gebeurde een inschatting van suïcidaliteit in de loop van de zorgperiode
      • in 70% van de gecontroleerde dossiers waarin sprake was van verhoogde suïcidaliteit werd een plan met waarschuwingssignalen en gerelateerde acties gevonden
      • In elk inspectieverslag wordt duidelijk benoemd of deze minima al dan niet werden gehaald in het CGG in kwestie.
  1. Financieel toezicht

    In het voorjaar 2017 vond een financiële inspectieronde plaats bij de Centra voor Geestelijke Gezondheidszorg. Deze inspecties waren gericht op de financiële rapportering van de CGG, de besteding van de overheidsmiddelen en de financiële gezondheid. Tijdens deze aangekondigde inspecties, in de hoofdzetel van het CGG, maakten de inspecteurs vooral gebruik van de boekhouding en financiële stavingstukken.

Sinds begin 2018 wordt een nieuw toezichtmodel voor de geestelijke gezondheidszorg voorbereid. Daarbij werd reeds gestart met de opmaak van een eisenkader voor het thema forensische geestelijke gezondheidszorg. In 2019 zal een eisenkader worden ontwikkeld voor het thema continuïteit. Telkens worden relevante stakeholders betrokken. Het Agentschap Zorg en Gezondheid staat in voor de ontwikkeling van de eisenkaders; op basis daarvan zal Zorginspectie de nodige inspectie-instrumenten uitwerken.

De GGZ-voorzieningen met een RIZIV-conventie die in het kader van de zesde staatshervorming naar Vlaanderen werden overgeheveld, zullen niet meteen worden opgenomen in de eerste fase van uitrol van het nieuwe toezichtmodel. We willen enerzijds stapsgewijs ervaring opdoen. Anderzijds vraagt de inbedding van die voorzieningen in de Vlaamse context nog wat tijd.

Wat leest u in het verslag?

De bevindingen van ieder inspectiebezoek staan in een inspectieverslag. Het doel van dit verslag is:

  • het weergeven van de vaststellingen en het oordeel of de organisatie voldoet aan de geïnspecteerde regelgeving
  • via dit verslag de organisatie schriftelijk op de hoogte brengen van de vaststellingen en het oordeel
  • rapporteren aan het Agentschap Zorg en Gezondheid
  • informeren van andere betrokken lezers, o.a. burgers die verslagen in het kader van de openbaarheidswetgeving willen raadplegen

Zorginspectie kiest voor maximale transparantie door het verslagsjabloon van de inhoudelijke inspecties beschikbaar te stellen. In de loop van de inspectieronde kunnen het sjabloon en de inspectieverslagen wel nog verder geoptimaliseerd worden op basis van de permanentie interne controle.

Zorginspectie moedigt de organisaties aan om met gebruikers open te communiceren over de vaststellingen.

Voor alle vragen over de inspecties in de centra voor geestelijke gezondheidszorg kan u contact opnemen met contact.zorginspectie@vlaanderen.be.

Wat na de inspectie?

Na het inspectiebezoek ontvangt de organisatie het ontwerpverslag met de vaststellingen. Een inspectieverslag van Zorginspectie wordt pas definitief nadat de geïnspecteerde organisatie de kans gekregen heeft om te reageren op onjuistheden in het inspectieverslag. Op deze manier wil Zorginspectie ook de kwaliteit van de eigen verslaggeving opvolgen en verbeteren. Het definitieve verslag en de (eventuele) reactie worden bezorgd aan het Agentschap Zorg en Gezondheid. Dit agentschap staat in voor de verdere opvolging van de vaststellingen uit het inspectieverslag en beslist wat er op basis van onder andere de vaststellingen van Zorginspectie en het eigen dossier met de erkenning gebeurt.

Overzichtsrapporten

Bij het afronden van de inhoudelijke inspectiecyclus maakt Zorginspectie een beleidsrapport op. In dit beleidsrapport worden de belangrijkste inspectievaststellingen sectorbreed gegroepeerd en besproken. Hiermee wil Zorginspectie:

  • een bijdrage leveren aan transparantie over de kwaliteit van zorg in de CGG
  • sectorbrede cijfers aanleveren die de CGG en het agentschap Zorg en Gezondheid toelaten om verbeterpunten te identificeren of afwijkende resultaten te situeren, hetzij bij de individuele CGG, hetzij sectorbreed
  • beleidsgerichte input geven

De individuele inspectie­versla­gen worden samen met het beleidsrapport gepubliceerd op de website van Zorginspectie.