Een centrum voor kortverblijf (CVK) biedt tijdelijk verzorging en opvang aan 65-plussers. Een oudere kan er dag en nacht of alleen ‘s nachts verblijven voor een periode van maximaal 60 opeenvolgende dagen en maximaal 90 dagen per jaar. De centra zijn elk verbonden aan een woonzorgcentrum. De dienstverlening is er grotendeels hetzelfde als in het woonzorgcentrum of centrum voor herstelverblijf.

Wat inspecteren we?

Zorginspectie focust op wat de kwaliteit van de geboden zorg het meest beïnvloedt en baseert zich hiervoor op regelgeving, referentiekaders, eisenkaders, kwaliteitseisen… waaraan de organisatie zich moet houden.

U vindt hierover meer informatie op de website van het Agentschap Zorg en Gezondheid.

Hoe inspecteren we?

De inspectie van centra voor kortverblijf is inhoudelijk zo veel mogelijk afgestemd op die van woonzorgcentra. Zorginspectie kan centra voor kortverblijf inspecteren bij:

  • een nieuwe erkenningsaanvraag
  • een uitbreiding van de erkende capaciteit
  • een ingebruikname van een nieuwbouw
  • een overname
  • een klacht

Daarnaast gebeuren ook opvolgingsinspecties waarbij Zorginspectie de algemene werking nakijkt.

De inspectie wordt al dan niet aangekondigd en neemt een halve dag in beslag. Waar mogelijk stemt Zorginspectie de inspectie af op de inspectie van het woonzorgcentum waar het deel van uitmaakt. Zorginspectie wil op die manier een zo concreet mogelijk beeld krijgen van de dagelijkse werking in een voorziening. Zorginspectie verwacht geen specifieke voorbereiding door de voorziening.

De inspecteur spreekt die dag met directie en medewerkers. Het kan voorkomen dat medewerkers die belast zijn met de uitvoering van een bepaald proces niet aanwezig zijn. In dat geval is het mogelijk dat de inspecteur een afspraak maakt voor een bijkomend bezoek.

Tot nog toe ligt de nadruk van deze inspectie op het aantonen van het normconform werken (erkenningsnormen en kwaliteitssysteem). Zorginspectie inspecteert niet telkens alle (kwaliteits)normen. Afhankelijk van de reden van de inspectie, gebeurt er een selectie van een beperkt aantal thema’s die als (deel)module opgenomen zijn in het modelverslag. 

De onderstaande elementen worden als basismodules beschouwd:

  • profiel en aantal gebruikers
  • infrastructuur
  • facilitaire dienstverlening
  • personeel
  • hulp- en dienstverlening
  • opname- en ontslagbeleid
  • evaluatie
  • afsprakennota en schriftelijke overeenkomst

Het is mogelijk dat tijdens de inspectie niet alle elementen van die modules aan bod komen of dat op bepaalde deelmodules dieper wordt ingegaan. De inspecteur behoudt verder de keuze om bijkomende items te bevragen, onder meer op basis van de vaststellingen bij vorige inspectiebezoeken. 

Het actuele inspectie-instrument in kader van dit toezicht vindt u hier:

U vindt de toepasselijke regelgeving terug bij het Agentschap Zorg en Gezondheid.

Wat leest u in het verslag?

De bevindingen van ieder inspectiebezoek staan in een inspectieverslag. Het doel van dit verslag is:

  • het weergeven van de vaststellingen en het oordeel of de organisatie voldoet aan de geïnspecteerde regelgeving;
  • de organisatie schriftelijk op de hoogte brengen van de vaststellingen en het oordeel;
  • rapporteren aan het Agentschap Zorg en Gezondheid;
  • informeren van andere betrokken lezers, o.a. burgers die verslagen in het kader van de openbaarheidswetgeving willen raadplegen.

Zorginspectie moedigt de organisaties aan om met gebruikers open te communiceren over de vaststellingen.

Voor alle vragen over de inspecties in de centra voor kortverblijf kan u contact opnemen met contact.zorginspectie@vlaanderen.be

Wat na de inspectie?

Na het inspectiebezoek ontvangt de organisatie het ontwerpverslag met de vaststellingen. Een inspectieverslag van Zorginspectie wordt pas definitief nadat de geïnspecteerde organisatie de kans gekregen heeft om te reageren op onjuistheden in het inspectieverslag. Op deze manier wil Zorginspectie ook de kwaliteit van de eigen verslaggeving opvolgen en verbeteren.

Het definitieve verslag en de (eventuele) reactie worden bezorgd aan het Agentschap Zorg en Gezondheid. Dit agentschap staat in voor de verdere opvolging van de vaststellingen uit het inspectieverslag en beslist wat er op basis van onder andere de vaststellingen van Zorginspectie en het eigen dossier met de erkenning gebeurt.