Een woonzorgcentrum biedt permanente opvang en verzorging aan 65-plussers die niet meer thuis kunnen wonen. Naast een permanente verblijfplaats gaat dat van huishoudelijke hulp en hulp bij dagdagelijkse taken tot (lichaams)verzorging en verpleging.

Binnen een woonzorgcentrum wordt onderscheid gemaakt tussen:

  • Een standaard bed of plaats: dit is een zogenaamd ROB-bed.
  • Daarnaast zijn er ook RVT-bedden, die intensieve verzorging bieden voor zwaar zorgbehoevende ouderen.
  • De zogenaamde NAH-bedden, voor de verzorging van personen met een gestabiliseerde niet-aangeboren hersenaandoening.

Wat inspecteren we?

Zorginspectie focust op wat de kwaliteit van de geboden zorg het meest beïnvloedt en baseert zich hiervoor op regelgeving, referentiekaders, eisenkaders, kwaliteitseisen… waaraan de organisatie zich moet houden.

U vindt hierover meer informatie op de website van het Agentschap Zorg en Gezondheid.

Hoe inspecteren we?

Zorginspectie streeft ernaar om elk erkend woonzorgcentrum minstens om de 3 jaar te inspecteren. De inspectie neemt een volledige dag in beslag en gebeurt meestal onaangekondigd. Zorginspectie wil op die manier een zo concreet mogelijk beeld krijgen van de dagelijkse werking in een voorziening. Zorginspectie verwacht geen specifieke voorbereiding door de voorziening.

De inspecteur spreekt die dag met directie en medewerkers. Het kan voorkomen dat medewerkers die belast zijn met de uitvoering van een bepaald proces niet aanwezig zijn. In dat geval is het mogelijk dat de inspecteur een afspraak maakt voor een bijkomend bezoek.

Naast deze opvolgingsinspecties kunnen er andere redenen zijn om een inspectie uit te voeren zoals

  • ingebruikname van een nieuwbouw;
  • uitbreiding van de capaciteit;
  • een klacht.

Tot nog toe ligt de nadruk van deze inspectie op het aantonen van het normconform werken (erkenningsvoorwaarden en kwaliteitssysteem). Zorginspectie inspecteert niet telkens alle (kwaliteits)voorwaarden. Afhankelijk van de reden van de inspectie gebeurt er een selectie van een beperkt aantal thema’s die als (deel)module opgenomen zijn in het modelverslag. 

Worden als basismodules beschouwd:

  • profiel en aantal gebruikers
  • infrastructuur
  • facilitaire dienstverlening
  • personeel
  • hulp- en dienstverlening
  • bejegening

Het is mogelijk dat tijdens de inspectie niet alle elementen van die modules aan bod komen of dat op bepaalde deelmodules dieper wordt ingegaan. De inspecteur behoudt verder de keuze om bijkomende items te bevragen, o.m. op basis van de vaststellingen bij vorige inspectiebezoeken. 

Daarnaast zijn er ook thematische inspecties. Sinds het najaar van 2013 is Zorginspectie gestart met een inspectieronde betreffende handhygiëne en facturatie.

De actuele inspectie-instrumenten in kader van dit toezicht vindt u hier:

U vindt de toepasselijke regelgeving terug bij het Agentschap Zorg en Gezondheid.

Wat leest u in het verslag?

De bevindingen van ieder inspectiebezoek staan in een inspectieverslag. Het doel van dit verslag is:

  • het weergeven van de vaststellingen en het oordeel of de organisatie voldoet aan de geïnspecteerde regelgeving;
  • de organisatie schriftelijk op de hoogte brengen van de vaststellingen en het oordeel;
  • rapporteren aan het Agentschap Zorg en Gezondheid;
  • informeren van andere betrokken lezers, o.a. burgers die verslagen in het kader van de openbaarheidswetgeving willen raadplegen.

Zorginspectie moedigt de organisaties aan om met gebruikers open te communiceren over de vaststellingen.

Voor alle vragen over de inspecties in de woonzorgcentra kan u contact opnemen met contact.zorginspectie@vlaanderen.be.

Wat na de inspectie?

Na het inspectiebezoek ontvangt de organisatie het ontwerpverslag met de vaststellingen. Een inspectieverslag van Zorginspectie wordt pas definitief nadat de geïnspecteerde organisatie de kans gekregen heeft om te reageren op onjuistheden in het inspectieverslag. Op deze manier wil Zorginspectie ook de kwaliteit van de eigen verslaggeving opvolgen en verbeteren.

Het definitieve verslag en de (eventuele) reactie worden bezorgd aan het Agentschap Zorg en Gezondheid. Dit agentschap staat in voor de verdere opvolging van de vaststellingen uit het inspectieverslag en beslist wat er op basis van onder andere de vaststellingen van Zorginspectie en het eigen dossier met de erkenning gebeurt.

Overzichtsrapporten

Naast het opmaken van de individuele inspectieverslagen, kan Zorginspectie haar kennis en terreinexpertise ook inzetten voor beleidsondersteuning om een beeld te schetsen van een sector. Dit gebeurt meestal in de vorm van een beleidsrapport.