De inspecties gebeurden bij de 20 Centra voor Geestelijke Gezondheidszorg in Vlaanderen, waar telkens op één wille­keurig gekozen vestigingsplaats een volwassenenteam werd geïnspecteerd. Ondanks deze beperking van de scope kunnen we een aantal sectorbrede conclusies formuleren, weliswaar met het voor­behoud dat deze niet allemaal kunnen veralgemeend worden naar de werking voor andere doelgroepen (bv. zorg voor kinderen en jongeren, forensische zorg, verslavingszorg, ouderenzorg).

De inspectie ging over 4 thema's: behandelplan, multidisciplinaire werking, outcomemonitoring en suïcidebeleid.

Zo ging Zorginspectie te werk

infografiek inspectieronde in 20 CGG's

Conclusies

Voor elk van de 4 thema's zagen we goede voorbeelden, maar stellen we ook grote verschillen vast in de werking van de geïnspecteerde teams. De zorg die cliënten ontvangen verschilt op tal van vlakken: de termijn waarin een individueel behandelplan wordt opgesteld voor cliënten schommelt sterk, de inhoud van zo’n behandelplan varieert, niet alle CGG bieden hun cliënten minstens één face-to-facecontact met een psychiater (die eindverantwoordelijke is), dossiers verschillen in kwali­teit en worden niet in alle CGG in dezelfde mate met diverse professionals besproken, …

Op een aantal punten scoorden bijna alle geïnspecteerde CGG onvoldoende, zoals op de eis om behandelplannen minstens om de zes maanden te bespreken met andere professionals, op het noteren van de evolutie van suïciderisico’s en het noteren van acties bij verhoogd suïciderisico, en op het versturen van afsluitbrieven na een behandeling.

De knelpunten kunnen aangepakt worden door meer interne kwaliteitsbewaking in de CGG: het meer uitwerken en opvolgen van afspraken, betere dossiervorming, het regelmatig bespreken van dossiers met diverse professionals, het aantoonbaar maken van de resultaten van behandelingen, en regelmatige cliëntenbevraging. Het is ook aangewezen dat CGG meer van elkaar leren.