Bevoegdheid brandveiligheid

Brandveiligheid in de voorzieningen is een gedeelde bevoegdheid:

  • De federale overheid is bevoegd voor de algemeen geldende basisnormen voor de brandveiligheid.
  • De gemeenschappen zijn bevoegd om specifieke brandveiligheidsnormen op te stellen in functie van de bestemming van het gebouw. Het beleidsdomein Welzijn, Volksgezondheid en Gezin (WVG) past specifieke normen voor voorzieningen toe binnen bepaalde WVG-sectoren. Beantwoorden aan de algemene en specifieke normen is voor WVG-voorzieningen een onderdeel van de erkennings- of vergunningsvoorwaarden. Via een attest wordt aangegeven in welke mate een voorziening aan de brandveiligheidsnormen voldoet.
  • De gemeenten kunnen gemeentelijke verordeningen voor brandveiligheid uitvaardigen.

Nagaan of de huidige of toekomstige infrastructuur overeenstemt met de normen voor brandveiligheid betekent soms dat de inhoud van verschillende besluiten moet afgetoetst worden. Dit is geen eenvoudige oefening is. Daarom betrek je best specialisten in deze materie bij het ontwerpproces. 

Algemene normen - federale regelgeving

De gemeenschappelijke voorschriften voor brandveiligheid, voor alle categorieën van gebouwen ongeacht hun bestemming, worden bepaald in de federale basisnormen, het Koninklijk Besluit (KB) van 7 juli 1994 "Basisnormen brandpreventie". Deze basisnormen gelden voor alle nieuwe gebouwen en zijn niet van toepassing op ‘bestaande’ gebouwen. In functie van de datum van indiening van de bouwaanvraag wordt een gebouw al dan niet als ‘bestaand’ beschouwd. Hoge en middelhoge gebouwen waarvoor de bouwaanvraag werd ingediend vóór 26 mei 1995 en lage gebouwen waarvoor een bouwaanvraag werd ingediend vóór 1 januari 1998 worden beschouwd als ‘bestaande’ gebouwen.

Voor de openbare instellingen en de instellingen van openbaar nut en voor het personeel dat er tewerkgesteld is, zijn ook de bepalingen van de Codex over het Welzijn op het Werk en wat rest van het Algemeen Reglement voor de Arbeidsbescherming (ARAB), van toepassing.

De basisteksten van de brandreglementering in het kader van de arbeidsovereenkomst zijn opgenomen in Boek III, Titel 3. - Brandpreventie op de arbeidsplaatsen van de Codex over het Welzijn op het Werk en de ARAB artikel 52 (KB van 10 mei 1968).

Specifieke normen - Vlaamse regelgeving

Voor volgende sectoren van WVG zijn specifieke brandveiligheidsnormen van toepassing:

Voor de andere sectoren bestaat nog geen Vlaamse specifieke regelgeving voor brandveiligheid. Voor recente gebouwen kan de federale regelgeving van het KB basisnormen brandveiligheid van toepassing zijn. Bij gebrek aan regelgevend kader komt het inschatten en motiveren van de noodzaak aan bijzondere veiligheidsmaatregelen toe aan de brandweer. Meer info over adviesverlening door de hulpverleningszones van de brandweer.

Ouderenzorg

  • BVR 9 december 2011 tot vaststelling van de specifieke brandveiligheidsnormen waaraan lokale dienstencentra, centra voor dagverzorging, centra voor dagopvang, centra voor kortverblijf, centra voor herstelverblijf, groepen van assistentiewoningen en woonzorgcentra (verv. BVR 28 juni 2019, art 33, I: 1 januari 2020) moeten voldoen en tot bepaling van de procedure voor de uitreiking van het attest van naleving van die normen.
  • De specifieke brandveiligheidsnormen voor woonzorgcentra, centra voor dagopvang, centra voor dagverzorging, hoofdgebouwen van lokale dienstencentra en centra voor herstelverblijf zijn opgenomen in bijlage 1 bij het BVR van 9 december 2011
  • De specifieke brandveiligheidsnormen voor groepen van assistentiewoningen zijn opgenomen in bijlage 1/1 bij het BVR van 9 december 2011
  • Attesten brandveiligheid

Meer info:

Opgepast: de serviceflatgebouwen of woningcomplexen met dienstverlening gebouwd met BEVAK vallen niet onder het toepassingsgebied van het BVR brandveiligheid ouderenzorg. De specifieke normen voor brandveiligheid voor deze gebouwen is opgenomen in het Besluit van de Vlaamse Regering van 17 juli 1985 tot vaststelling van de normen waaraan een serviceflatgebouw, een woningcomplex met dienstverlening moet voldoen om voor erkenning in aanmerking te komen.

Kinderopvang: 

Gezins- en groepsopvang baby's en peuters

Meer info:  toelichting bij de brandveiligheidsnormen (06/2019) voor groepsopvang (bijlage 1 van het Vergunningsbesluit van 22/11/2013)

Buitenschoolse opvang

Meer info: de toelichting bij de brandveiligheidsnormen (06/2019) voor groepsopvang (bijlage 1 van het Vergunningsbesluit van 22/11/2013) geldt als referentie.

Ziekenhuizen

Psychiatrische verzorgingstehuizen

Vanaf 1 januari 2019 gelden nieuwe specifieke normen voor de PVT, opgenomen in het uitvoeringsbesluit van 7 januari 2018 bij het overnamedecreet van 6 juli 2018 (art. 106). De regeling voorzien in het KB 10 juli 1990 is opgeheven.

Voor de andere sectoren gelden geen specifieke normen.

COVID-19 attestering brandveiligheid: nieuwe aanpassing procedures en termijnen (principiële goedkeuring 12/02/2021)

Het besluit van de Vlaamse Regering tot bepaling van afwijkingen van de administratieve procedures en de termijnen in de regelgeving van het beleidsdomein Welzijn, Volksgezondheid en Gezin door de uitbraak van COVID-19 en tot wijziging van diverse besluiten van de Vlaamse Regering van het beleidsdomein Welzijn, Volksgezondheid en Gezin van, dat principieel werd goedgekeurd 12/02/2021 voorziet voor bepaalde WVG-voorzieningen en -diensten opnieuw (zie het soortgelijk besluit van de Vlaamse regering van 8 mei 2020) aanpassingen van verschillende procedures en termijnen, naar aanleiding van vastgestelde knelpunten als gevolg van de coronapandemie.

In afwachting van de definitieve goedkeuring door de Vlaamse Regering wordt de inhoud van het besluit hier ter info opgenomen.

Voor brandveiligheid behandelt het besluit aangepaste termijnen voor de administratieve procedures voor attestering van de ouderenvoorzieningen en de ziekenhuizen en de kinderopvang en de psychiatrische verzorgingstehuizen. De termijnen opgenomen in de normen zelf (bvb. periodieke keuringen) werden niet aangepast.

Hieronder een samenvatting van de aanpassingen en de termijnen:

Attestering brandveiligheid ziekenhuizen en ziekenhuisdiensten:

  • het ontbreken van een brandveiligheidsattest bij een erkenningsaanvraag vormt geen belemmering voor het verlenen van de erkenning of een verlenging van een bestaande erkenning. Dit geldt voor de aanvragen tot erkenning of tot verlenging van de erkenning ingediend in de periode van 01/01/2021 tot en met 30/09/2021 (inclusief de verlenging van de erkenning van de psychiatrische ziekenhuizen, ziekenhuisdiensten van psychiatrische ziekenhuizen, ziekenhuisonderdelen van psychiatrische ziekenhuizen en samenwerkingsvormen tussen psychiatrische ziekenhuizen). Uiterlijk 31/12/2021 moet het attest dan bezorgd zijn aan het agentschap Zorg en Gezondheid. In de tussenliggende periode neemt de ziekenhuisbeheerder alle noodzakelijke maatregelen om de brandveiligheid maximaal te garanderen. Ten slotte geldt dit ook voor aanvraag tot voorlopige erkenning van een ziekenhuis of ziekenhuisdienst, ingediend in de periode van 01/01/2021 tot en met 30/09/2021. Uiterlijk 31/12/2021 moet het attest dan bezorgd zijn aan het agentschap Zorg en Gezondheid. In de tussenliggende periode neemt de ziekenhuisbeheerder alle noodzakelijke maatregelen om de brandveiligheid maximaal te garanderen.
  • de termijn van 3 maanden waarbinnen de burgemeester een attest moet afleveren of een gemotiveerde weigering moet betekenen wordt geschorst gedurende de periode van de civiele noodsituatie.
  • Bij erkenning van onbepaalde duur wordt de geldigheidsduur van de attesten die voor 1/01/2022 vervallen verlengd tot 31/03/2022. In de tussenliggende periode neemt de initiatiefnemer alle noodzakelijke maatregelen om de brandveiligheid in het ziekenhuis maximaal te blijven garanderen.

(detail zie: artikel 5, 6, 16, 17 en 20)

Attestering brandveiligheid psychiatrische verzorgingstehuizen:

  • het ontbreken van een verklaring van de burgemeester en een verslag van de brandweer bij een erkenningsaanvraag vormt geen belemmering voor het verlenen van de erkenning of een verlenging van een bestaande erkenning. Dit geldt voor de aanvragen tot erkenning of tot verlenging van de erkenning ingediend in de periode van 01/01/2021 tot en met 30/09/2021. Uiterlijk 31/12/2021  moet het attest dan bezorgd zijn aan het agentschap Zorg en Gezondheid. In de tussenliggende periode neemt de voorziening alle noodzakelijke maatregelen om de brandveiligheid maximaal te garanderen.

(detail zie: artikels 18 en 19)

Attestering brandveiligheid woonzorgvoorzieningen (WZC, GAW, …):

  • de volgende termijnen met betrekking tot de brandveiligheid worden geschorst gedurende de periode van de civiele noodsituatie
    • voor de uitreiking van de attesten
    • voor het aanleveren van de brandpreventieverslagen
    • voor de opmaak en advisering van het stappenplan
  • het gebrek aan brandveiligheidsattest leidt niet tot de onontvankelijkheid van erkenningsaanvragen of aanvragen tot voorlopige erkenning die zijn ingediend in de periode van 01/01/2021 tot en met 30/09/2021
    • het bewijs dat de voorziening aan de geldende brandveiligheidsreglementering voldoet bezorgt de voorziening in dit geval ten laatste op 31/12/2021 aan het agentschap Zorg en Gezondheid.
    • in de tussenliggende periode neemt de initiatiefnemer alle noodzakelijke maatregelen om de brandveiligheid in de voorziening maximaal te garanderen
  • de geldigheidsduur van attesten A en B die vervallen voor 01/01/2022 wordt verlengd tot en met 31/03/2022.  Voor de attesten A geldt deze verlenging ook als de geldigheidsduur door die verlenging langer dan 8 jaar is. Voor de attesten B geldt deze verlenging ook als de totale geldigheidsduur door die verlenging langer dan 9 jaar wordt.
    • voor de attesten waarvoor de geldigheidsduur werd verlengd tot en met 31/03/2022 wordt ten laatste op 30/09/2021 een aanvraag voor nieuw onderzoek bij de burgemeester ingediend. De burgemeester bezorgt uiterlijk op 1/03/2022 het attest en het bijhorende verslag.
    • in de periode van de verlengde geldigheidsduur neemt de initiatiefnemer alle noodzakelijke maatregelen om de brandveiligheid in de voorziening maximaal te blijven garanderen
  • het einde van de overgangstermijn voor de GAW en de lokale dienstencentra wordt verschoven van 01/10/2021 naar 01/10/2022. Uiterlijk op 31/03/2022 moet de aanvraag tot attestering bij de burgemeester gebeuren. De burgemeester bezorgt het attest met het bijbehorend verslag uiterlijk op 1 /09/ 2022.

(detail zie: artikel 9, 10, 13, 14, 32 en 33)

Attestering brandveiligheid groepsopvang en buitenschoolse opvang:

  • de termijnen voor de uitreiking van de attesten worden geschorst gedurende de periode van de civiele noodsituatie.
  • het gebrek aan brandveiligheidsattest leidt niet tot de onontvankelijkheid van de aanvragen tot vergunning van groepsopvang baby’s en peuters of tot erkenning of attest van toezicht voor buitenschoolse opvang die zijn ingediend in de periode van 01/01/2021 tot en met 30/09/2021
    • het bewijs dat de voorziening aan de geldende brandveiligheidsreglementering voldoet bezorgt de organisator in dit geval ten laatste op 31/12/2021 aan het agentschap Opgroeien regie
    • in de tussenliggende periode neemt de organisator alle noodzakelijke maatregelen om de brandveiligheid in de opvanglocatie maximaal te garanderen

 

  • Groepsopvang baby’s en peuters: de geldigheidsduur van attesten A en B die vervallen vóór 01/01/2022 wordt verlengd tot en met 31/03/2022.  Voor de attesten A geldt deze verlenging ook als de geldigheidsduur door die verlenging langer dan 8 jaar is. Voor de attesten B geldt deze verlenging ook als de totale geldigheidsduur door die verlenging langer dan 8 jaar wordt.
    • voor de attesten waarvoor de geldigheidsduur werd verlengd tot 31/03/2022 wordt ten laatste op 30/09/2021 een aanvraag voor nieuw onderzoek bij de burgemeester ingediend.
    • in de periode van de verlengde geldigheidsduur neemt de organisator alle noodzakelijke maatregelen om de brandveiligheid in de kinderopvanglocatie maximaal te blijven garanderen
    • De burgemeester bezorgt het attest met het bijbehorend verslag uiterlijk tegen 1 maart 2022.

 

  • Buitenschoolse opvang: de geldigheidsduur van attesten A en B die vervallen vóór 01/01/2022 wordt verlengd tot en met 31/12/2021. Voor de attesten A geldt deze verlenging ook als de geldigheidsduur door die verlenging langer dan 8 jaar is. Voor de attesten B geldt deze verlenging ook als de totale geldigheidsduur door die verlenging langer dan 8 jaar wordt.
    • voor de attesten waarvoor de geldigheidsduur werd verlengd tot 31/12/2021 dient vóór 31/12/2021 het nieuwe brandveiligheidsattest te zijn uitgereikt.
    • in de periode van de verlengde geldigheidsduur neemt de organisator alle noodzakelijke maatregelen om de brandveiligheid in de opvanglocatie maximaal te blijven garanderen

(detail zie: artikel 25, 26, 27, 28, 29 en 30)