Concentratie luchtkwaliteit in VlaanderenLuchtkwaliteit is een complexe materie met meerdere dimensies, gaande van buitenluchtverontreiniging (o.a. door gemotoriseerd verkeer) tot binnenluchtverontreiniging (o.a. door materialen en producten, mate van ventilatie,…).  De doelgroepen van het beleidsdomein Welzijn, Volksgezondheid en Gezin omvatten de meest kwetsbare bevolkingsgroepen (zieken, ouderen, baby’s, e.d.m.). Door de grotere gevoeligheid van deze doelgroepen is een bijzondere aandacht voor luchtkwaliteit nodig (Advies Hoge Gezondheidsraad, 2011). Zo berekende de Europese Commissie in zijn milieurapport een kostprijs van meer dan 32 miljoen euro voor de gezondheidszorg veroorzaakt door ziektes gerelateerd aan de luchtvervuiling.

Iedere voorziening kan reeds met kleine en grotere ingrepen een bijdrage leveren aan de realisatie van een betere luchtkwaliteit. In onderstaande rubriek informeren we u over wat u kunt doen op gebouw- en siteniveau. De acties om een betere luchtkwaliteit te voorzien zijn zowel bron- als blootstellingsgericht.

Specifiek voor de kinderopvang voorzien we informatie voor voorzieningen die geen VIPA-betoelaging aanvragen of voor de bestaande locaties..

Binnenluchtkwaliteit

De lucht en de omgeving binnenskamers is "het binnenmilieu". De kwaliteit van het binnenmilieu is belangrijk. We brengen immers tot 85% van onze tijd binnen door. Vaak gaat het om de meest gevoelige personen zoals zeer jonge kinderen, ouderen of zieken die de meeste tijd binnen doorbrengen.

Het binnenmilieu is vaak ongezonder dan de omgeving buiten (het buitenmilieu), aangezien deze een combinatie is van de vervuilende stoffen (polluenten) afkomstig van buiten en binnen. Een ongezond binnenmilieu kan gezondheidsklachten zoals verergering van astma en allergie, irritatie van de slijmvliezen (neus, keel en ogen), vermoeidheid en hoofdpijn veroorzaken.

De luchtkwaliteit in het gebouw wordt vooral bepaald door het gebouw zelf, zoals bijvoorbeeld de gebruikte bouwmaterialen, bouwtechnische aspecten (isolatie, ventilatie) of een vervuiling door een onnauwkeurige uitvoering van de aannemer. Ook het gedrag van de bewoner of de gebruiker van een gebouw, zoals bijvoorbeeld de producten die gebruikt worden of de mate waarin geventileerd wordt, heeft een invloed op de kwaliteit van het binnenmilieu.

Wat een goede binnenluchtkwaliteit is, vindt u terug in de bijlage van het binnenmilieubesluit.

BRONGERICHTE MAATREGELEN BLOOTSTELLINGSGERICHTE MAATREGELEN
1. Hou de vervuilde buitenlucht buiten 1. Bewaak de focus op luchtkwaliteit tijdens het gebouwontwerp
2. Voorzie een goede installatie en onderhoud van het ventilatiesysteem 2. Gecontroleerd ventileren
3. Gebruik gezonde (bouw)materialen en producten 3. Voorzie opengaande ramen
  4. Bewaak een goede luchtvochtigheid

Buitenluchtkwaliteit

Naast de uitstoot door gebouwen (stoken (1)), veeteelt, en industrie is vooral gemotoriseerde mobiliteit een bron van buitenluchtverontreiniging. Recente studies (2) wijzen bijvoorbeeld op een verband tussen wonen langs een drukke weg en dementie. Stoffen in de lucht hebben een schadelijke invloed op voor de hand liggende lichamelijke aspecten (luchtwegen, hart, bloedvaten), maar beïnvloeden dus ook onze hersenen.
Het garanderen van een goede buitenluchtkwaliteit moet in eerste instantie gebeuren op een overkoepelend niveau (stedelijk of nationaal), toch kan u ook als voorziening hier bewust mee omgaan.

BRONGERICHTE MAATREGELEN BLOOTSTELLINGSGERICHTE MAATREGELEN
1. Breng de luchtverontreiniging in jouw buurt in kaart 1. Doordachte inplanting
2. Kies bewust de locatie van de voorziening  
3. Voorzie een autoluwe omgeving in geval van een campus  

(1) Stoken: het betreft hier luchtverontreiniging door bvb. kachels en andere verwarmingsprocessen op basis van fossiele brandstoffen.
(2) https://www.thelancet.com/journals/lancet/article/PIIS0140-6736%2816%2932399-6/fulltext

Kinderopvang

Voor een gezonde binnenlucht is het belangrijk dat er voldoende luchtverversing is. Er zijn twee types luchtverversing:

  • Ventileren = voortdurend lucht verversen (ventilatiesysteem/roosters)
  • Verluchten = in korte tijd alle verontreinigde binnenlucht verversen door ramen en/of buitendeuren wijd open te zetten

Beide types van luchtverversing moeten toegepast worden om een goed binnenmilieu te kunnen garanderen. Ventileren is het belangrijkst. Door te ventileren en te verluchten, voorkom je dat vervuilende stoffen zich binnen opstapelen en verminder je de kans op luchtwegaandoeningen.

Op de website gezondheid en milieu vindt u specifieke informatie over een gezond binnenmilieu in de kinderopvang. In de folder ‘ventileren en verluchten’ vindt u tips om in uw bestaande gebouwen (zonder verbouwing) de binnenlucht gezond te houden.  

CO2 of koolstofdioxide (niet hetzelfde als het giftige CO of koolstofmonoxide) wordt uitgeademd door mensen (en dieren), maar komt ook vrij bij bijvoorbeeld de verbranding van gas. Vooral in ruimtes waar veel mensen samen verblijven, zoals kinderopvangvoorzieningen kan het CO2-gehalte oplopen. Een te hoge CO2-concentratie geeft een indicatie van een globale verontreiniging van de lucht, aangezien andere gevaarlijkere stoffen parallel stijgen met de CO2-concentratie. Als richtwaarde hanteert het binnenmilieubesluit, ook van toepassing op onthaalouders tijdens de opvangmomenten, een maximum concentratie van < 500 ppm boven de buitenluchtconcentratie. De buitenluchtconcentratie is gemiddeld 400 ppm. In dit geval is er een binnenluchtconcentratie van < 900 ppm. Voor arbeidsplaatsen neemt de werkgever de nodige technische of organisatorische maatregelen om de CO2-concentratie in deze werklokalen lager te houden dan 900 ppm of minstens een ventilatiedebiet van 40 m³/u per persoon). In afwijking en onder voorwaarden kan de CO2-concentratie in de werklokalen maximaal 1.200 ppm of minstens een ventilatiedebiet van 25 m³/u per persoon bedragen.). De voorwaarden voor de afwijking vindt u terug in de codex (boek III, titel 1, hoofdstuk IV), Een heldere toelichting van deze voorwaarden staat op de website van NAV.

Een CO2-meter kan een hulp zijn om mensen eraan ter herinneren aandacht te besteden aan ventilatie of een kortstondige verluchting te voorzien door de ramen te openen. Kinderopvangvoorzieningen kunnen een CO2-meter lenen. Om een goede kwaliteit van uw ventilatie te garanderen, is een regelmatig onderhoud van uw ventilatiesysteem cruciaal. Onder 'tip 2: Voorzie een goede installatie en onderhoud van het ventilatiesysteem' vindt u een tabel met richtlijnen m.b.t. onderhoud.

Door het agentschap Zorg en Gezondheid is al het nodige onderzoek en sensibilisering gebeurd voor de sector kinderopvang. Zo is de ‘leidraad omgevingsfactoren kinderopvang’ ontwikkeld. 

Sinds 2018 is het beoordelingskader luchtverontreiniging en geluidshinder actief, voor kinderdagverblijven, bijzondere jeugdzorg, centra voor geestelijke gezondheidzorg, en centra voor kinderzorg en gezinsondersteuning die in Antwerpen (ver)bouwen. Bouwaanvragen waarvan de site gelegen is in een zone met een slechte luchtkwaliteit - concentratie NO2 > 40 µg/m³ voor nieuwbouw en > 42 µg/m voor uitbreiding - krijgen een negatief advies door de afdeling Energie en Milieu Antwerpen. Antwerpen voorziet een toelage voor deze voorzieningen die in een zone met een slechte luchtkwaliteit gelegen zijn. Voor meer info zie tip 2 van bronaanpak buitenlucht.