Personen met een handicap

Klassieke VIPA-betoelaging

Het VIPA subsidieert de realisatie van duurzame, toegankelijke en betaalbare zorginfrastructuur. De subsidies dienen om nieuwe gebouwen op te richten, of om bestaande gebouwen voor lange termijn in orde te stellen op functioneel en bouwtechnisch vlak.

Het VIPA komt tussen in de bouwkost voor een vast bedrag per m2 dat overeen komt met ongeveer 60% van de geraamde bouwkost. Het gaat om de kosten voor bouwen en eerste uitrusting bij het nieuw te bouwen, uitbreiden of verbouwen van gebouwen. Afhankelijk van de aard van de werken komt het VIPA forfaitair tussen in de bouwkost, of op basis van de goedgekeurde raming (en eindafrekening).
 
De aankoop van een gebouw, eventueel in combinatie met verbouwingen, kan ook gesubsidieerd worden. De aankoop van grond subsidieert het VIPA niet. Het VIPA subsidieert ook uitrusting en meubilering.

Bij uw aanvraagdossier voor VIPA-investeringssubsidies voegt u het BTW-attest, uitgereikt door de Federale Overheidsdienst (FOD) Financiën.

Procedure

De procedure voor 'de aanvraag tot goedkeuring van het masterplan en van de subsidiebelofte' bestaat uit volgende stappen:

  1. Voortraject
  2. Subsidieaanvraag en subsidiebelofte
  3. Start investering, subsidiebetalingen en evaluatie 2 en 3
  4. Waarborg (optioneel)

Hieronder wordt elke stap verder in detail uitgelegd. De nodige formulieren en documenten die u moet indienen, kan u steeds bij 'samenstelling dossier' vinden.

Als uw project een subsidiebelofte kreeg vóór 20/03/2016 moet u een andere procedure volgen.

Voortraject

Als u een aanvraag wilt opstarten, stelt u een vraag voor de aanduiding van een bouwtechnisch adviseur via bouwtechnisch_team_vipa@wvg.vlaanderen.be. Deze adviseur zal afhankelijk van uw vraag een eerste informatievergadering houden of een planbespreking organiseren samen met de adviseur van het functioneel agentschap. Het verslag van deze planbespreking vormt een noodzakelijk dossierstuk van de subsidieaanvraag. Bij vragen over het financiële luik van uw project, kan u ook terecht bij het financieel team.

Subsidieaanvraag en subsidiebelofte

Indienen aanvraag

U bezorgt de subsidieaanvraag elektronisch via vipa@vlaanderen.be. Van de plannen bezorgt u 2 papieren exemplaren.

Ontvankelijkheid

U krijgt steeds een ontvangstbewijs en zo snel mogelijk na ontvangst volgt een bericht van ontvankelijkheid. Als er stukken ontbreken, kan het dossier niet ontvankelijk worden verklaard en vragen wij de ontbrekende stukken op.

Evaluatie 1

De bouwtechnisch, functioneel en financieel adviseur maken de eerste evaluatie op en hebben hiervoor 60 dagen tijd. Als ze op basis van uw ingediende dossier vragen hebben, zullen zij u hiervoor contacteren.
 
De subsidieaanvraag met de 3 adviezen wordt geagendeerd op de coördinatiecommissie. De subsidieaanvraag met de positieve evaluatie van de coördinatiecommissie én met de stedenbouwkundige vergunning wordt voorgelegd aan de minister. De minister kan daarop de subsidiebelofte geven. Met het verlenen van de subsidiebelofte is er zekerheid over het subsidiebedrag voor uw infrastructuurproject. Op dat moment wordt het bedrag voor het project ook daadwerkelijk vastgelegd binnen het VIPA-budget. 

Uitzondering: Klassieke dossiers die ontvankelijk verklaard waren vóór 20/03/2016 kunnen een subsidiebelofte krijgen op basis van het stedenbouwkundig attest of de stedenbouwkundige vergunning, deel uitmakende van het dossier op het moment van de bevestiging van de ontvankelijkheid. Alternatieve dossiers die ingekanteld werden in de klassieke procedure kunnen een belofte krijgen mits toevoeging van een geldig stedenbouwkundig attest of vergunning. 

Als er een aanvraag met autofinanciering werd ingediend, kan na de positieve evaluatie van de coördinatiecommissie en formele berichtgeving daarover, het aanvangsbevel voor de werken worden gegeven, kan de aankoop gebeuren of de bestelling voor uitrusting en meubilering worden geplaatst.

Geldigheid van de subsidiebelofte en wijzigingen aan de subsidiebelofte

De subsidiebelofte is twee jaar geldig. Binnen die termijn dient het bevel van aanvang tot de werken gegeven te worden, de aankoopakte worden verleden of de bestelling (voor louter uitrusting en meubilering) worden geplaatst. De geldigheidstermijn van de subsidiebelofte kan, op gemotiveerd verzoek van de aanvrager, door de minister worden verlengd in geval van overmacht.

Uiterlijk 90 kalenderdagen voor het bevel tot aanvang van de werken die betrekking hebben op het project, kan een wijziging van de subsidiebelofte aangevraagd worden. Die aanvraag tot wijziging wordt omstandig gemotiveerd en bevat de stukken die gewijzigd zijn ten opzichte van de aanvraag van de oorspronkelijke subsidiebelofte. 

In het geval van verbouwing, wordt de subsidiebelofte op basis van de raming berekend en bijgesteld op basis van de eindafrekening. Als de overschrijding van het bedrag van de oorspronkelijke subsidiebelofte meer dan 10% bedraagt van het bedrag van de oorspronkelijke subsidiebelofte, wordt de gewijzigde subsidiebelofte opnieuw voorgelegd voor advies aan de coördinatiecommissie.

Als de overschrijding van het bedrag van de oorspronkelijke subsidiebelofte kleiner is dan of gelijk is aan 10% van het bedrag van de oorspronkelijke subsidiebelofte, wordt het ontwerp van beslissing over de gewijzigde subsidiebelofte opgemaakt door het VIPA en ter beslissing voorgelegd aan de minister.

Start investering, subsidiebetalingen en evaluatie 2 en 3

Na het krijgen van de subsidiebelofte kan het bevel van aanvang van de werken worden gegeven of kan de aankoopakte worden verleden of de bestelling (voor enkel uitrusting en meubilair) worden geplaatst. Een kopie van het aanvangsbevel, de akte of de bestelling moet onmiddellijk aan VIPA worden bezorgd. Die datum is van belang voor de geldigheidstermijn van de subsidiebelofte en voor de indexering van het subsidiebedrag met de bouwindex.
 
De subsidie voor een aankoop wordt betaald bij het voorleggen van de authentieke akte en de kostennota van de notaris.

De subsidie voor enkel uitrusting en meubilering wordt betaald na de goedkeuring van de leveringen door VIPA en na het indienen van het proces-verbaal van voorlopige oplevering en de eindafrekening.

De subsidie voor werken wordt in 5 schijven betaald. Voor iedere schijf wordt een aparte aanvraag ingediend. De betalingen gebeuren naarmate de werken vorderen. De vordering van de werken wordt als volgt bepaald:

  • Bedrag berekend bouwplafond = 10/6*investeringssubsidie, wordt vastgesteld door de coördinatiecommissie (= evaluatie 1).
  • De som van de ingediende facturen wordt vergeleken met het berekend bouwplafond.
Schijf 1 ​ Eerste factuur
Indienen:
- factuur
- overzicht van de gunningen in het sjabloon
Betaling van 25% van de investeringssubsidie  
Schijf 2 Werken zijn 50% gevorderd = de som van de facturen bedraagt 50% van het berekend bouwplafond.

Indienen:
- facturen
- update van de gunningen in het sjabloon
- aanvraag evaluatie 2
Betaling van 25% van de investeringssubsidie​ Evaluatie 2 wordt aangevraagd, betaling kan doorgaan​
Schijf 3 Werken zijn 75% gevorderd = de som van de facturen bedraagt 75% van het berekend bouwplafond.

Indienen:
- facturen
- update van de gunningen in het sjabloon
Betaling van 25% van de investeringssubsidie Betaling kan doorgaan​
Schijf 4 Ingebruikname Betaling van 15% van de investeringssubsidie Uitbetaling voorwaardelijk​ i.f.v. positieve evaluatie 2​
Schijf 5 Ten vroegste 1 jaar na ingebruikname aanvragen 5e schijf.

Indienen:
- aanvraag evaluatie 3
- facturen
- eindstaten
Betaling van 10% van de investeringssubsidie. 

Behalve bij verbouwing: subsidie wordt bijgesteld op basis van de eindafrekening​
Evaluatie 3 wordt aangevraagd; uitbetaling voorwaardelijk i.f.v. positieve evaluatie 3

Evaluatie 2: tijdens de werken 

Het tweede evaluatiemoment is voorzien tijdens de werken om een stand van zaken van de voortgang van het project op te maken. De aanvraag voor de tweede evaluatie gebeurt samen met de aanvraag voor de tweede betalingsschijf. Een evaluatie kan samen gaan met een visitatie op een moment dat de werf al goed gevorderd is. De evaluatie wil de conformiteit met de subsidiebelofte vaststellen, en omvat tevens een controle op de principes van de wetgeving overheidsopdrachten.

Samenstelling aanvraag evaluatie 2

Een positieve evaluatie 2 is een voorwaarde voor de betaling van de vierde schijf bij ingebruikname.

Evaluatie 3: de eindevaluatie

Dit evaluatiemoment komt ten vroegste 1 jaar na de ingebruikname van het gebouw. De datum van ingebruikname moet worden gemeld aan het VIPA en ten vroegste 1 jaar nadien kan evaluatie 3 worden aangevraagd.

  • De werken zijn allemaal definitief opgeleverd, of u bent nog in het proces van definitieve oplevering;
  • Het kunstwerk is gerealiseerd;
  • De eindafrekening is beschikbaar, de finale bouwkost kan vastgesteld worden op basis van de eindafrekening. 

Samenstelling aanvraag evaluatie 3

Een positieve evaluatie 3 is een voorwaarde voor de betaling van de vijfde en laatste schijf.

VIPA-waarborg

Er kan maximaal een bedrag van 2/3 van de subsidiebelofte als lening worden gewaarborgd.

Infrastructuurforfait

PROCEDURE

    1. Voortraject
    2. Aanvraag akkoord masterplan en akkoord infrastructuurforfait
    3. Start investering en evaluatie 2
    4. Aanvraag opstartbeslissing
    5. De opstartbeslissing, vaststellen bedrag en betaling infrastructuurforfait, evaluatie 3

1. Voortraject

Als u een aanvraag wilt opstarten, stelt u een vraag voor de aanduiding van een bouwtechnisch adviseur via bouwtechnisch_team_vipa@wvg.vlaanderen.be. Deze adviseur zal afhankelijk van uw vraag een eerste informatievergadering houden of een planbespreking organiseren samen met de adviseur van het VAPH. Het verslag van deze planbespreking vormt een noodzakelijk dossierstuk van de subsidieaanvraag. Bij vragen over het financiële luik van uw project, kan u ook terecht bij het financieel team.

2. Aanvraag akkoord masterplan en akkoord infrastructuurforfait

Indienen aanvraag

U bezorgt de aanvraag elektronisch via vipa@vlaanderen.be. De plannen bezorgt u digitaal en ook 2 papieren exemplaren. Hier vindt u de samenstelling van de aanvraag.

Ontvankelijkheid

U krijgt steeds een ontvangstbewijs en zo snel mogelijk na ontvangst volgt een bericht van ontvankelijkheid. Als er stukken ontbreken, kan het dossier niet ontvankelijk worden verklaard en vragen wij de ontbrekende stukken op.

Evaluatie 1

De bouwtechnisch, functioneel en financieel adviseur maken de eerste evaluatie op en hebben hiervoor 60 dagen tijd. Als ze op basis van uw ingediende dossier vragen hebben, zullen zij u hiervoor contacteren.
 
De aanvraag goedkeuring masterplan en akkoord infrastructuurforfait met de 3 adviezen wordt geagendeerd op de coördinatiecommissie. De aanvraag met de positieve evaluatie van de coördinatiecommissie wordt voorgelegd aan de minister. De minister kan daarop het masterplan goedkeuren en het akkoord infrastructuurforfait verlenen. Een akkoord infrastructuurforfait houdt in dat het project in principe in aanmerking komt voor een infrastructuurforfait. 

Als er een aanvraag met autofinanciering werd ingediend, kan na de positieve evaluatie van de coördinatiecommissie en formele berichtgeving daarover, het aanvangsbevel voor de werken worden gegeven of de aankoopakte worden verleden. De aanvrager moet beschikken over de nodige financiële middelen die vereist zijn voor de volledige autofinanciering van het project.

Geldigheid van het akkoord infrastructuurforfait, wijzigingen aan het akkoord infrastructuurforfait en mogelijkheid opsplitsing project in projectdelen

Het akkoord infrastructuurforfait is twee jaar geldig. Binnen die termijn dient het bevel van aanvang tot de werken gegeven te worden of de aankoopakte te worden verleden. De geldigheidstermijn van het akkoord infrastructuurforfait kan, op gemotiveerd verzoek van de aanvrager, door de minister worden verlengd in geval van overmacht.

Onmiddellijk nadat het bevel van aanvang tot de werken werd gegeven of de aankoopakte werd verleden, bezorgt u een kopie van het bevel en van de stedenbouwkundige vergunning of de authentieke akte aan het VIPA en deelt u de geplande datum van ingebruikname mee. Het bevel tot aanvang van de werken wordt gegeven conform de principes van de wetgeving betreffende de overheidsopdrachten en sommige opdrachten voor aanneming van werken, leveringen en diensten.

Uiterlijk 90 kalenderdagen voor het bevel tot aanvang van de werken die betrekking hebben op het project, kan een wijziging van het akkoord infrastructuurforfait aangevraagd worden. Die aanvraag tot wijziging wordt omstandig gemotiveerd en bevat de stukken die gewijzigd zijn ten opzichte van de aanvraag van het oorspronkelijke akkoord infrastructuurforfait. Nadat de minister het akkoord heeft verleend met de wijziging kunnen de werken worden aangevat of kan de aankoopakte worden verleden worden geplaatst.

Mogelijkheid voorlopig akkoord infrastructuurforfait

Het is mogelijk om het masterplan ter goedkeuring voorleggen aan het Fonds in twee stappen. Eerst wordt een voorlopig akkoord infrastructuurforfait aangevraagd. Nadat het voorlopige akkoord infrastructuurforfait werd verkregen, kan het akkoord infrastructuurforfait worden aangevraagd.

Zo is het mogelijk om met een andere bouwformule de geplande investeringen te ontwerpen en/of bouwen en/of financieren en/of onderhouden (DBFM) dan de traditionele bouwformule om als aanvrager zelf het bouwheerschap op te nemen. In de eerste stap wordt het voorlopig akkoord gevraagd over het project dat de aanvrager in de markt zal zetten. Indien er vanuit de wetgeving of vanuit het VIPA fundamentele bezwaren zouden zijn t.o.v. het project en de projectaanpak, dan kan het VIPA dat namelijk zo vroeg mogelijk signaleren aan de aanvrager. Aldus wordt vermeden dat er nodeloos veel energie zou worden gestoken in het afsluiten van het DBF(M)-contract. De aanvrager heeft dan meer zekerheid dat het project dat aan het voorlopig akkoord voldoet en dat hij in de markt zet, aan de gestelde vereisten kan beantwoorden en kan toegewezen worden. In de tweede stap - de aanvraag voor het (definitief) akkoord infrastructuurforfait - wordt het concrete voorstel van uitwerking van het project beoordeeld.

Samenstelling aanvraag voorlopig akkoord infrastructuurforfait

3. Start investering en evaluatie 2

Evaluatie 2: tijdens de werken
Eens het akkoord infrastructuurforfait of desgevallend het akkoord met de wijziging van het akkoord infrastructuurforfait werd verleend kunnen de werken worden gestart of de aankoopakte worden verleden.

Tijdens de werkzaamheden en tot de ingebruikname van de betreffende infrastructuur worden al de volgende stukken bezorgd aan het Fonds of ter beschikking gehouden en op verzoek bezorgd: SamenstellingEV2_INFF

Er kan tijdens de uitvoering van de werken altijd een controle door VIPA worden uitgevoerd over de conformiteit met het akkoord infrastructuurforfait.

4. Aanvraag opstartbeslissing en ingebruikname

In het kalenderjaar dat voorafgaat aan de ingebruikname kan de aanvraag tot opstartbeslissing voor het toekennen van het infrastructuurforfait worden ingediend. Dus ten vroegste vanaf 1 januari van het jaar vóór het jaar van ingebruikname van de infrastructuur en ten laatste op 31 december van het jaar voorafgaand aan het jaar van de ingebruikname kan de opstartbeslissing worden aangevraagd.

De aanvrager van de opstartbeslissing bezorgt de ondertekende notulen van de raad van bestuur met de beslissing om het infrastructuurforfait aan te vragen en met de geplande datum van ingebruikname. Nadat de exploitatie van de infrastructuur werd opgestart, wordt de opstartdatum onmiddellijk meegedeeld aan VIPA/uw dossierbehandelaar.

Het infrastructuurforfait kan pas toegekend worden vanaf de datum van de ingebruikname van de infrastructuur. Vanaf de ingebruikname worden de volgende stukken ter beschikking gehouden of op verzoek bezorgd: SamenstellingEV3_INFF

5. De opstartbeslissing, vaststellen bedrag en betaling infrastructuurforfait, evaluatie 3

De opstartbeslissing na ingebruikname door de minister

Bij de aanvraag van een opstartbeslissing over het infrastructuurforfait beslist de minister over het al dan niet opstarten van de toekenning van een infrastructuurforfait. Het Fonds legt binnen negentig dagen na de ingebruikname een ontwerp van opstartbeslissing voor aan de minister.

Vaststellen van het bedrag van en de betaling van het infrastructuurforfait

Na de ondertekening van de opstartbeslissing tot toekenning van een infrastructuurforfait stelt de leidend ambtenaar van het Fonds jaarlijks het bedrag van het infrastructuurforfait vast op naam van de aanvrager. Het Fonds betaalt het bedrag jaarlijks uit. Het Fonds deelt de berekening van het jaarlijkse infrastructuurforfait forfait mee aan de aanvrager.

Als de aanvrager niet akkoord gaat met de berekening van het jaarlijkse infrastructuurforfait, kan hij binnen dertig dagen na de ontvangst van die berekening op elektronische wijze bezwaar aantekenen bij het Fonds. De beslissing van de leidend ambtenaar van het Fonds over het bezwaar wordt binnen dertig dagen na de ontvangst van het bezwaar aan de aanvrager meegedeeld.

Als de aanvrager geen bezwaar heeft ingediend, wordt hij van rechtswege vermoed akkoord te gaan met de berekening van het jaarlijkse infrastructuurforfait.

Het infrastructuurforfait wordt toegekend vanaf de datum van de ingebruikname van de infrastructuur.

Of in het geval het een project met autofinanciering betreft dat al voor het akkoord infrastructuurforfait in gebruik werd genomen, wordt het infrastructuurforfait wordt toegekend vanaf de datum van de opstartbeslissing.

In het jaar van ingebruikname en het daaropvolgende jaar wordt het infrastructuurforfait van een capaciteitseenheid vastgesteld o.b.v. 90% van de maximale capaciteit zoals vermeld in het akkoord infrastructuurforfait en volgens de doelgroep van groep 2 ingeval van verblijfsfuncties en groep 5 ingeval van dagbesteding.

Indien de aanvrager kan aantonen dat de effectieve bezetting hoger ligt (door een hogere bezettingsgraad dan de aangenomen 90%, of een bezetting door een zwaardere zorggroep) via de berekening van het geaggregeerd infrastructuurforfait, kan het VIPA het jaar volgend daarop een supplement bepalen.

In het 2e jaar dat volgt op het jaar van ingebruikname wordt het infrastructuurforfait berekend op basis van de bezettingsfoto van het jaar voordien. Hiervoor dient jaarlijks, uiterlijk op 31 januari, aan het VAPH een verslag over het gebruik in het voorafgaande kalenderjaar van de infrastructuur waarvoor een akkoord infrastructuurforfait werd verleend te worden bezorgd.

Voor de opmaak van het verslag worden gebruikers ingedeeld in zorggroepen op basis van de tabel die is opgenomen in bijlage 2 van het besluit:

Het verslag geeft per zorggroep het aantal bezettingsdagen weer.

Jaarlijks kunnen per zorggebruiker maximaal 220 bezettingsdagen en in totaal maximaal het aantal capaciteitseenheden vermenigvuldigd met 220 bezettingsdagen in aanmerking worden genomen. Als de capaciteitseenheden in het voorafgaande kalenderjaar door gebruikers van verschillende zorggroepen werden gebruikt, wordt dat aantal proportioneel verdeeld over de verschillende zorggroepen. In het jaar van de ingebruikname van capaciteitseenheden wordt het maximale aantal in aanmerking te nemen bezettingsdagen proportioneel verminderd.

Bij overlijden of uitstroom van een gebruiker met een persoonsvolgend budget kan de capaciteitseenheid nog maximaal twee maanden als bezet door de uitgestroomde gebruiker opgenomen worden, waarbij dubbele bezetting wordt uitgesloten.

Bepaling van de deelforfaits

Voor gebruikers met woonondersteuning kan het infrastructuurforfait bestaan uit een deelforfait woonondersteuning en een deelforfait collectieve en ondersteunende zorglokalen.

Voor gebruikers met alleen dagondersteuning bestaat het infrastructuurforfait uit een deelforfait dagbesteding. De voormelde forfaits worden toegekend per bezettingsdag per gebruiker.

De bepaling van de deelforfaits vindt u terug bij samenstelling dossier akkoord infrastructuurforfait, punt oppervlakteoverzichten.

Het deelforfait woonondersteuning wordt toegekend als de capaciteitseenheid een aangepaste woning omvat.

Het deelforfait collectieve en ondersteunende zorglokalen wordt toegekend in de volgende gevallen:

1° de capaciteitseenheid omvat het gebruik van collectieve en ondersteunende zorglokalen die aangepast zijn aan de (zorg)noden van de gebruiker;

2° als het project de collectieve en ondersteunende zorglokalen omvat voor gebruikers zonder hun aangepaste woning, kan voor die gebruikers een deelforfait collectieve en ondersteunende zorglokalen worden opgestart. Op dat deelforfait wordt de verhouding toegepast van de oppervlakte van collectieve en ondersteunende zorglokalen van het project, ten opzichte van het aanvaarde aandeel aan collectieve en ondersteunende zorglokalen voor het aantal gebruikers. Dat aanvaarde aandeel wordt vastgesteld op 16,5 m2 bruto-oppervlakte per gebruiker.

Het forfait dagbesteding wordt toegekend als voldaan is aan de volgende voorwaarden:

1° het project omvat ten minste 25 m2 bruto-oppervlakte voor die capaciteitseenheid als de capaciteitseenheid wordt gebruikt door een gebruiker van zorggroep 4;

2° het project omvat ten minste 17 m2 voor die capaciteitseenheid als de capaciteitseenheid wordt gebruikt door een gebruiker van zorggroep 5.

Als er per gebruiker minder bruto-oppervlakte wordt gerealiseerd, wordt een verlaagd forfait bepaald op basis van de verhouding van de gerealiseerde oppervlakte ten opzichte van de oppervlakten, vermeld in het eerste lid.

Voor gebruikers van rechtstreeks toegankelijke zorg en ondersteuning wordt het infrastructuurforfait vastgesteld op basis van het maximale aantal in aanmerking te nemen bezettingsdagen voor verblijf, conform artikel 1, 7, van het Besluit van de Vlaamse Regering van 22 februari 2013 betreffende rechtstreeks toegankelijke hulp voor personen met een handicap, vermeld in artikel 21, vierde lid, door een gebruiker die behoort tot zorggroep 2.

Evaluatie 3: de eindevaluatie

In het jaar dat volgt op het jaar van de ingebruikname van de infrastructuur maakt de aanvrager een globale evaluatie van het gerealiseerde project. De evaluatie heeft minstens betrekking op het bouwproces, de kostprijsevolutie, de gebruiksgegevens en de gebruikerstevredenheid, en ze wordt uitgevoerd op basis van een model dat het Fonds ter beschikking stelt. De aanvrager bezorgt de evaluatie aan het Fonds.

Veelgestelde vragen infrastructuurforfait


Woon- en leefkosten

Hoe moet het forfait als korting op de dagprijs worden doorgerekend?

De discussie over de woon- en leefkosten loopt nog in de overlegorganen van het VAPH.
De regelgeving stelt dat het bedrag van het infrastructuurforfait op een voor de gebruiker zichtbare wijze in mindering wordt gebracht van de woon- en leefkosten. Dit houdt wel enige complexiteit in zich. Wat bijvoorbeeld indien er bewoners in een VIPA gesubsidieerd gebouw wonen en andere niet? Wat als iemand verhuist van het gebouw naar het andere, gaat de factuur dan omhoog respectievelijk omlaag? De geschetste situatie proberen te vermijden, is één van de vraagstellingen.
Er werden reeds een aantal voorstellen gedaan aan de koepels. Het VAPH zal nu een analyse uitvoeren van IDO’s (individuele overeenkomsten). De uitkomst van de besprekingen zal in een rondschrijven worden mee gedeeld.

Moet het forfait voor slechts 20 jaar in mindering worden gebracht?

Neen, het forfait wordt voor onbepaalde duur uitbetaald en moet dus voor onbepaalde duur in mindering worden gebracht. Het is ook zo dat een voorziening na 20-25 jaar niet opnieuw een aanvraag tot het bekomen van een infrastructuurforfait bij VIPA kan indienen voor infrastructuur waarvoor reeds een infrastructuurforfait wordt uitbetaald.

Wat als iemand nog in de bijdrageregeling zit? moet dan het forfait in de woon- en leefkosten in rekening worden gebracht?

Dit moet eveneens uitgeklaard worden in kader van de besprekingen over woon- en leefkosten. Een mogelijke zienswijze daarbij is dat zolang iemand in de bijdrageregeling zit er geen toepassing van de doorrrekening van het forfait in de woon- en leefkosten moet gebeuren.

Is de intrestvergoeding ook in mindering te brengen van de woon- en leefkosten?

De discussie over de woon- en leefkosten loopt nog in de overlegorganen van het VAPH.
De regelgeving stelt dat het bedrag van het infrastructuurforfait op een voor de gebruiker zichtbare wijze in mindering wordt gebracht van de woon- en leefkosten. Gezien de intrestvergoeding deel uitmaakt van het forfait, is die bepaling ook daar op van toepassing.

Bij een voorziening waarbij de gebruiker enkel een leefkost dient te betalen (casus: autonoom centrum dagondersteuning):Moet het forfait dan wel in mindering worden gebracht? (cf. regelgeving: "wordt op een zichtbare manier in mindering gebracht bij de berekening van de woon- en leefkosten")

Het resultaat voor de gebruiker moet 0 euro zijn. De praktische werkwijze wordt besproken in het overleg aangaande de woon- en leefkosten bij het VAPH

 

Bezetting

Hoe gebeurt praktisch de registratie van de bezetting?

De individuele dienstverleningsovereenkomsten vormen de basis gezien de voorzieningen nu reeds die overeenkomsten hanteren voor de bestaande registratie in de Geïntegreerde integratietool (GIR) van het VAPH. In die tool zullen een paar te registreren variabelen worden toegevoegd omdat op een correcte manier de link moet kunnen worden gelegd tussen de persoon met een handicap met een specifieke zorgzwaarte en het VIPA-investeringsproject. Die relatie is belangrijk opdat het bedrag van het infrastructuurforfait voor de gebruiker op een correcte manier in mindering kan worden gebracht bij de berekening van de woon- en leefkosten, zoals gestipuleerd in het regelgevend kader.

Het aantal dagen zal worden afgeleid uit de individuele dienstverleningsovereenkomsten, zoals ze door de vergunde zorgaanbieders dienen geregistreerd te worden in de appplicaties van het VAPH ten einde de besteding van de persoonsvolgende budgetten te kunnen opvolgen en financieren. Er zal dus geen aparte dagregistratie gevraagd worden naast de registratie van de vouchers. Voor de rechtstreeks toegankelijke hulp moeten RTH-diensten nu ook reeds, in het licht van de subsidiëring, hun aantal dagen met dagondersteuning en verblijf doorgeven.  

Hoe de bezettingsdagen berekend worden zal, zoals voorzien in het besluit, verduidelijkt worden in een ministerieel besluit.

Is binnen RTH het max aantal dagen verblijf = 60?

Dit wordt niet geregeld door de VIPA-regelgeving, maar door de regelgeving RHT.

Wat als een project in verschillende fasen wordt gerealiseerd en in gebruik wordt genomen?

Indien alles reeds ten gevolge van een goedkeuring in autofinanciering reeds gefaseerd in gebruik werd genomen. Het infrastructuurforfait wordt toegekend vanaf de datum van de opstartbeslissing voor het volledige project.

Indien een paar fasen reeds in gebruik werden genomen en een paar andere fasen worden de komende jaren in gebruik genomen:
Fasen reeds in gebruik genomen: Het infrastructuurforfait wordt toegekend vanaf de datum van de opstartbeslissing voor die fasen.
Fasen die de komende jaren in gebruik worden genomen: voor de opstart van het infrastructuurforfait worden de ingebruiknames afzonderlijk bekeken.

Betaalschema: jaar ingebruikname en daarop: 90%. in theorie 80%: ook negatieve correctie?

Enkel een positieve correctie, geen negatieve correctie.

Het vroegere tehuis werkenden komt in principe niet in aanmerking gezien de persoon tijdens de week enkel een overeenkomst wonen heeft. Wat indien er in het weekend  gecombineerd wordt met een overeenkomst dagondersteuning? Komt die persoon dan voor 2 dagen in aanmerking voor het forfait?

Die persoon komt inderdaad voor 2 dagen in aanmerking voor het forfait indien dat duidelijk blijkt uit de voucher.

Stel: kleinschalig bouwproject, 4 aangepaste privatieve woongelegenheden voor rolstoelgebruikers. Er gaan daar dan ook 4 rolstoelgebruikers in, maar na verloop van tijd kunnen daar ook niet-rolstoelgebruikers in. Is het dan mogelijk om de betoelaging te schorsen om later weer op te starten. Niet iedereen verblijft daar permanent, huurt, is gedacht aan uit- en instap?

Het is mogelijk dat de infrastructuur voor een bepaalde periode bewoont wordt door personen die niet beantwoorden aan de vooropgestelde zorggroepen. In dergelijk geval zal er uiteraard gedurende die periode geen forfait worden uitbetaald. Zodra er opnieuw personen gehuisvest worden die wel beantwoorden aan de zorggroepen kan het forfait opnieuw worden uitbetaald.

Hoe lang wordt het forfait uitbetaald?

Onbeperkt, maar in verhouding tot de bezetting van de infrastructuur door personen met een bepaalde zorgzwaarte.

Maximale capaciteit 32 bedden. Quid mensen die elders wonen en in surplus dagbesteding komen doen, hebben die dan recht op dagbesteding? (achterliggend: wat indien 2 x 220 dagen door 2 dienstverleningsovereenkomsten door evt 2 zorgaanbieders)

Een persoon kan het deelforfait wonen en het deelforfait dag combineren als deze functies in 2 voorzieningen wordt opgenomen, maar niet het deelforfait wonen, het deelforfait collectief én het deelforfait dagbesteding. Als de gebruiker woon- en dagondersteuning bij één aanbieder heeft, kan enkel het deelforfait wonen en het deelforfait collectief gecombineerd worden.

220 dagen, wordt die afgetopt in de 2 bezettingslijsten van 2 dienstverleningsovereenkomsten (als een persoon dagbesteding volgt bij 2 verschillende zorgaanbieders op 2 locaties)? Per gebruiker wordt er effectief een maximum van 220 dagen gehanteerd ook al volgt die dagbesteding in meerdere, dmv het infrastructuurforfait betoelaagde voorzieningen.

 

Wanneer welk deelforfait:

Welke oppervlakte wordt in rekening gebracht voor het organisatiegebonden luik, als onderdeel van de 65 m² om tot de deelforfaits te komen? (cf. slide 29 van de presentatie van de infosessies)

Dat is 3,69 m² of 6%

Een forfait wonen bij een voorziening impliceert een overeenkomst met woon-en dagondersteuning bij die voorziening. Wat indien  je enkel overeenkomst wonen hebt, kan je dan wel op het deelforfait wonen beroep doen?

Het moet gaan om personen die binnen hun budget zowel gebruik maken van dagbesteding als woonondersteuning. Personen die gebruik bvb gaan werken, begeleid werken doen, of een dagbesteding hebben die niet binnen het budget gefinancierd wordt, komen niet in aanmerking. Wel mogen dagbesteding en woonondersteuning gespreid zijn over meer dan één zorgaanbieder. Er zal dan gekeken worden naar de aanwezigheid per zorgaanbieder.
Je moet hierbij niet kijken naar de vroegere erkenning (tehuis werkenden of niet-werkenden) maar naar de werkelijke ondersteuning, dus het aanbieden van dagondersteuning. Binnen de politieke discussie werd geargumenteerd dat personen die gaan werken of op andere wijze zelf in hun dagbesteding kunnen voorzien, ook terecht kunnen in niet-VIPA gesubsidieerde woonvormen.

Kan een bewoner beroep doen op meerdere forfaits tegelijkertijd ?

Meerdere forfaits kunnen gecombineerd worden, bvb woonondersteuning in de éne voorziening en dagondersteuning in de andere, of twee deeltijdse forfaits. Uiteraard behoort men steeds tot één doelgroep en kunnen geen forfaits van twee verschillende doelgroepen per persoon gecombineerd worden. 

Genereert een investering in een atelier voor dagbesteding ook het forfait collectief/zorgondersteunend? Therapieruimtes werden in de infosessie als voorbeeld gegeven (zie slide 29 van de presentatie), maar die omvatten kiné en ergotherapie.

Een dergelijke investering in een atelier komt inderdaad in aanmerking voor het forfait collectief/zorgondersteunend.

 

(Oppervlakte)normen

Wat als bij de renovatie van een bestaand gebouw bepaalde kamers de nieuwe oppervlaktenorm van 16 m² zouden halen en andere niet?

De gebouwnormen zijn in principe van toepassing. Het toestaan van afwijkingen zoals voorzien in die normen vormt het voorwerp van een kwalitatieve beoordeling.

Waar moet de bepaling mbt de oppervlakte van 16,5 m² gesitueerd worden?

Die oppervlakte heeft betrekking op het deelforfait collectieve en zorgondersteunende lokalen.
De regelgeving stelt daarover: (artikel 23) “Het deelforfait collectieve en ondersteunende zorglokalen wordt toegekend als het project de collectieve en ondersteunende zorglokalen omvat voor gebruikers zonder hun aangepaste woning, kan voor die gebruikers een deelforfait collectieve en ondersteunende zorglokalen worden opgestart. Op dat deelforfait wordt de verhouding toegepast van de oppervlakte van collectieve en ondersteunende zorglokalen van het project, ten opzichte van het aanvaarde aandeel aan collectieve en ondersteunende zorglokalen voor het aantal gebruikers. Dat aanvaarde aandeel wordt vastgesteld op 16,5 m² bruto-oppervlakte per gebruiker.”

Cf. het voorbeeld in de presentatie:

  • Oppervlakte project = 400m²
  • Aantal gebruikers project = 40
  • Zorgzwaarte gebruikers = groep 2 => forfait = 6,10 euro

400 / (40*16,5) = 61% => 40 gebruikers krijgen 3,70 euro

Er gebeurt de facto een aftopping gezien er niet voor alle 40 gebruikers een integraal forfait wordt bekomen. De aftopping gebeurt op niveau van het forfait dat elke gebruiker genereert.

noot: Is een nuance tov datgene wat geantwoord werd tijdens de infosessie van 11/10/2018 gezien daar werd gezegd dat er een aftopping gebeurt van het aantal gebruikers. De uitkomst in termen van globaal forfait dat zal worden uitbetaald, blijft evenwel hetzelfde. 40 x 3,70 = (400/16,5)*6,10

Is de 16,5 m² ook van toepassing voor het forfait wonen?

Neen, gebouwen die bestemd zijn voor woonondersteuning moeten voldoen aan een aantal voorwaarden. Die voorwaarden zijn apart bepaald in de gebouwnormen.

Kleinschaligheid zijn een principe in de bouwnormen: hoe moeten we dat zien?

De regelgeving (gebouwnormen) stelt: (Art. 8) “Gebouwen bestemd voor woonondersteuning moeten voldoen aan al de volgende voorwaarden:

1° de woonprojecten zijn inclusief en kleinschalig opgezet;…”

Er werd hier bewust geen concreet getal op gekleefd; dit wordt geval per geval bekeken want is immers afhankelijk van de locatie, doelgroep e.d.m. Bovendien bevat de regelgeving ook een afwijkingsmogelijkheid t.a.v. dit principe.

Wanneer de bouwnormen in de toekomst veranderen, heeft dit invloed op het lopend project ?

De bouwnormen welke geldig zijn op het tijdstip van de ontvankelijkheid van de aanvraag bij VIPA blijven van kracht voor de hele duur van de subsidie. Behoudens wanneer desgevallend vanuit regelgeving inzake erkenningen of vergunningen andere gebouwnormen van toepassing zouden worden.

Zijn er mogelijkheden tot afwijkingen van de bouwnormen ?

Dit is geval per geval te bekijken . Het is aan te raden om eerst contact op te nemen met het VIPA alvorens het dossier in te dienen.

 

Procedure en formaliteiten

Wanneer wordt de subsidie uitbetaald ?

De betaling gebeurt jaarlijks in 1 keer. VIPA zal voor het uitvoeren van die betaling niet wachten tot de laatste maanden van het jaar.

Moet er een beslissing zijn van de RVB om in te stappen in het nieuw financieringssysteem?

Dat is afhankelijk van de reikwijdte van het mandaat van de directeur van de voorziening. Is dus afhankelijk van voorziening tot voorziening.

Moet ik als voorziening beschikken over een opstartbeslissing om de werken te kunnen aanvangen?

Nee, van zodra er een akkoord infrastructuurforfait werd verleend, kan u starten. Indien u beschikt over een goedkeuring via de procedure autofinanciering mag u reeds starten zonder dat u beschikt over een akkoord infrastructuurforfait. Uit autofinanciering kan u echter geen rechten putten; het enige wat u vermijdt is dat u helemaal niet in aanmerking zou komen voor het infrastructuurforfait indien de werken reeds gestart zijn.

De opstartbeslissing heeft enkel tot doel om budgettair in te calculeren dat vanaf het jaar nadien een forfait moet voorzien worden.

De aanvraag tot het bekomen van een opstartbeslissing: hoeveel tijd moet daarvoor worden gerekend?

Daarvoor kan gerekend worden met een richtinggevende termijn van 60 dagen.

Indien de werken reeds gestart zijn, kan men dan nog in aanmerking komen voor het infrastructuurforfait?

In principe kan dat enkel als men een procedure voor autofinanciering heeft gevolgd. Maar de regelgeving bevat nog volgende bepaling:

Art.12: “In afwijking van het eerste lid kan voor projecten waarvoor de investeerder de werkzaamheden heeft aangevat na 11 januari 2016 en voor de inwerkingtreding van dit besluit (19/10/2018) de aanvrager toch in aanmerking komen voor een infrastructuurforfait voor het project in kwestie.”

In deze moet er wel opgemerkt worden dat de wetgeving overheidsopdrachten ook in dit geval gerespecteerd moet worden. Bovendien zouden in dergelijk geval de werken zijn opgestart zonder dat het project goed bevonden werd door VIPA. Dat is volledig op eigen risico.

Indien er een volledig nieuw dossier wordt ingediend; wat is de verwachte timing van behandeling ?

Contacteer het VIPA opdat er een bouwtechnisch adviseur kan worden toegewezen. Die kan u vanaf 2019 begeleiding geven. Op het vlak van behandeling geeft het VIPA voorrang aan de voorzieningen die reeds ontvankelijke aanvraag hadden ingediend en die nu aan VIPA een vraag zullen richten tot inkanteling in het nieuw systeem. Voor nieuwe dossiers, ingediend na 19/10/2018 (inwerkingtreding nieuw systeem) kan uitgegaan worden van een behandeling in de 2de jaarhelft van 2019.

Hoe worden categorie reeds ingediende, ontvankelijke dossiers geprioriteerd?

Volgens het FIFO principe op basis van de datum van aanvraag tot inkanteling in het nieuwe systeem.

Hoe is de timing voor de groep voorzieningen die reeds een ontvankelijk dossier hadden ingediend, maar niet beschikken over een goedkeuring in autofinanciering?

Deze dossiers zouden in de eerste jaarhelft van 2019 aan de minister moeten kunnen worden voorgelegd opdat een akkoord infrastructuurforfait kan worden verleend en de voorzieningen vervolgens hun werken kunnen aanvatten.

Welke zijn de bewijsstukken om een forfait te ontvangen in geval van een ter beschikkingstelling door een derde via erfpacht, opstal of huur?

 Artikel 7, 4° van de regelgeving stelt dat bewijs dient geleverd te worden dat de aanvrager beschikt of zal beschikken over minimaal een genotsrecht. Bij de aanvraag van de opstartbeslissing wordt definitief het bewijs van het genotsrecht geleverd:

Artikel 14, paragraaf 2:

 “Daarnaast bevat de aanvraag, als die nog niet is bezorgd aan het Fonds, een kopie van het stuk waaruit blijkt dat de aanvrager over een genotsrecht beschikt als vermeld in artikel 3, 2°. Als een authentieke akte vereist is conform het gemeen recht, betreft het een authentieke akte, anders betreft het een geregistreerde onderhandse akte.”

 

Andere

Zijn de middelen van de Nationale loterij ook van toepassing op het infrastructuurforfait?

De regelgeving inzake de lotto-betoelaging luidt als volgt:

“De toekenning van de subsidie, vermeld in artikel 2, geldt enkel voor:

1° de voorzieningen die een subsidiebelofte als vermeld in artikel 20, § 3, van het besluit van 8 juni 1999 of een definitief principieel akkoord als vermeld in hoofdstuk 5 van het besluit van 18 maart 2011 hebben verkregen voor 31 december 2016;

2° de projecten met financiering zonder voorafgaandelijk principieel akkoord die, overeenkomstig hoofdstuk 7 van het besluit van 18 maart 2011, voor 31 december 2016 een gunstig advies hebben verkregen van de coördinatiecommissie met het oog op het verkrijgen van een definitief principieel akkoord;

3° de projecten met volledige autofinanciering zonder voorafgaande subsidiebelofte die, overeenkomstig hoofdstuk IV van het besluit van 8 juni 1999, voor 31 december 2016 een gunstig advies hebben verkregen van de coördinatiecommissie met het oog op het verkrijgen van een subsidiebelofte.

Voor de projecten, vermeld in het eerste lid, 2° en 3°, geldt de toekenning van de aanvullende subsidie, vermeld in artikel 2, enkel als de projecten effectief een subsidiebelofte of een definitief principieel akkoord verkrijgen.”

Dit impliceert dat er geen lotto-betoelaging is in combinatie met een akkoord infrastructuurforfait.

Kunstwerken: Volgens het voorontwerp van decreet dat de Vlaamse Regering op 20 juli principieel heeft goedgekeurd zal de verplichting tot kunstintegratie niet van toepassing zijn wanneer de kostprijs van de infrastructuur wordt verrekend aan de gebruiker. Dit voorontwerp moet nu nog goedgekeurd worden door het Vlaams Parlement.

De verplichting tot kunstintegratie zal in principe niet van toepassing zijn in combinatie met het infrastructuurforfait.

Het bedrag dat werd meegedeeld bij beslissing autofinanciering is verder zonder betekenis?

Inderdaad, dat bedrag was louter informatief voor het geval het dossier alsnog een principieel akkoord in de alternatieve financiering zou hebben verkregen.

Is de intrestsubsidie variabel in de tijd?

Het intrestgedeelte van het forfait wordt vastgeklikt bij ingebruikname en wordt niet geïndexeerd. Het intrestgedeelte is niet onderhevig aan de correctie voor bezettingsgraad.
Afhankelijk van de intrestevolutie op de financiële markten kan de Vlaamse Regering uiteraard wel beslissen om het intrestgedeelte aan te passen.

Zijn er specifieke richtlijnen indien er een PPS wordt opgezet voor het realiseren van de bouw?

Bij een intentie voor PPS aanpak is het aangewezen om zo snel mogelijk met VIPA een overleg aan te vragen.

Bij PPS overeenkomsten is er het risico dat men geen beroep kan doen op het verlaagd BTW tarief. Kan het VIPA hier omtrent advies verlenen?

De BTW wetgeving is vrij specifiek en VIPA heeft geen expertise hieromtrent. Het is best om in deze contact te nemen met het lokaal BTW kantoor om tot een ruling te komen. Het VIPA kan wel een coördinerende rol opnemen t.a.v. de FOD voor problematieken die zich algemeen stellen.

Voorzieningen die niet met een VIPA subsidie willen bouwen , kunnen deze zich tot VIPA richten voor advies?

Voor niet gesubsidieerde projecten kan men inderdaad ook beroep doen op de experten van het VIPA

Mogen er door een voorziening zelf bijvoorbeeld schilderwerken worden gedaan?

Dat is geen probleem voor beperkte deelwerken. Substantiële werken in eigen beheer uitvoeren, kan echter niet. De wetgeving overheidsopdrachten moet nl. worden toegepast. Dit wordt best geval per geval getoetst bij VIPA.

Als een gebouw aangekocht wordt, is dan een verbouwing nodig opdat men in aanmerking kan komen voor het infrastructuurforfait?

Neen, een verbouwing is niet nodig. De aankoop wordt beschouwd als de investering. Het moet evenwel steeds gaan om een nieuwe verwerving voor de voorziening, niet een verkoop en terugkoop van een pand. De aankoop moet ook steeds gepaard gaan met een aankoop van de bijhorende grond, of het grondaandeel. De akte kan maar verleden worden nadat men van VIPA een akkoord voor het infrastructuurforfait heeft verkregen. De mogelijkheid tot betoelaging in geval van aankoop is ook geen vrijgeleide om de wetgeving overheidsopdrachten te omzeilen. Die wetgeving is namelijk ook van toepassing in een context waarbij men een gebouw door een andere partij laat optrekken in overeenstemming met de eigen behoeften en vervolgens tot de aankoop van dat gebouw overgaat.
Daarbij zal ook gekeken moeten worden, ingeval van bv. een woonzorgcentrum, dat er al geen VIPA subsidies meer lopen op dat project.

Een aanvraag voor een gemengd project, nl. een dagcentrum voor volwassenen en jeugd, welke financieringssysteem zal daarop van toepassing zijn? (infrastructuurforfait dan wel klassieke VIPA betoelaging)

VIPA en het VAPH willen dit pragmatisch benaderen, maar daartoe moet de concrete casus uitvoeriger beschreven worden (bv. staving van de te verwachten evolutie doelpubliek).

Kan een voorziening na 10 jaar besluiten om de zorg in een ander (gelijkwaardig) gebouw te betrekken?

Neen, artikel 3, 2° van de regelgeving stelt: de aanvrager moet minimaal over een genotsrecht beschikken op het project als vermeld in artikel 12 van het VIPA-decreet van 23/2/1994. Het decreet bepaalt dat de duur hiervan voor onroerende goederen minimaal 25 jaar bedraagt. Met project wordt voorwerp van de investering, zoals omschreven in het masterplan, bedoeld. Bijgevolg mag het gebouw gedurende 25 jaar niet verlaten worden.

Toelichting infrastructuurforfait (PPT)