Personen met een handicap

1. Klassieke VIPA-betoelaging

Het VIPA subsidieert de realisatie van duurzame, toegankelijke en betaalbare zorginfrastructuur. De subsidies dienen om nieuwe gebouwen op te richten, of om bestaande gebouwen voor lange termijn in orde te stellen op functioneel en bouwtechnisch vlak.

Het VIPA komt tussen in de bouwkost voor een vast bedrag per m² dat overeen komt met ongeveer 60% van de geraamde bouwkost. Het gaat om de kosten voor bouwen en eerste uitrusting bij het nieuw te bouwen, uitbreiden of verbouwen van gebouwen. Afhankelijk van de aard van de werken komt het VIPA forfaitair tussen in de bouwkost, of op basis van de goedgekeurde raming (en eindafrekening).

De aankoop van een gebouw, eventueel in combinatie met verbouwingen, kan ook gesubsidieerd worden. De aankoop van grond subsidieert het VIPA niet. Het VIPA subsidieert ook uitrusting en meubilering.

Bij uw aanvraagdossier voor VIPA-investeringssubsidies voegt u het BTW-attest, uitgereikt door de Federale Overheidsdienst (FOD) Financiën.

Procedure aanvraag subsidiebelofte

  1. Voortraject
  2. Subsidieaanvraag en subsidiebelofte
  3. Start investering, subsidiebetalingen en evaluatie 2 en 3
  4. Waarborg (optioneel)

Hieronder leggen we elke stap verder in detail uit. De nodige formulieren en documenten die u moet indienen, kan u steeds bij 'samenstelling dossier' vinden.

Als uw project een subsidiebelofte kreeg vóór 20/03/2016 volgt u een andere procedure.

Voortraject

  • Wilt u een aanvraag opstarten? Vraag een bouwtechnisch adviseur via bouwtechnisch_team_vipa@wvg.vlaanderen.be. Deze adviseur organiseert, afhankelijk van uw vraag, een eerste informatievergadering of een planbespreking samen met de adviseur van het functionele agentschap.
  • Heeft u vragen over het financiële luik van uw project?  Neem contact op met het financieel team.

Subsidieaanvraag en subsidiebelofte

Indienen aanvraag

U bezorgt de subsidieaanvraag elektronisch via vipa@vlaanderen.be. De plannen bezorgt u in 2 papieren exemplaren.

Ontvankelijkheid

U krijgt een ontvangstbewijs en als uw aanvraag volledig is, volgt een bericht van ontvankelijkheid. Als uw aanvraag onvolledig is, contacteren wij u om de ontbrekende documenten te bezorgen.

Evaluatie 1

De bouwtechnisch, functioneel en financieel adviseur maken de eerste evaluatie op en hebben hiervoor 60 dagen tijd. Als ze op basis van uw ingediende dossier vragen hebben, contacteren ze u.

Het VIPA agendeert de subsidieaanvraag met de 3 adviezen op de coördinatiecommissie. We leggen het advies van de coördinatiecommissie met de stedenbouwkundige vergunning voor aan de minister. De minister kan daarop de subsidiebelofte geven. Met het verlenen van de subsidiebelofte is er zekerheid over het subsidiebedrag voor uw infrastructuurproject. Op dat moment legt het VIPA het bedrag voor het project ook daadwerkelijk vast binnen het VIPA-budget. 

Uitzondering: Klassieke dossiers die ontvankelijk verklaard waren vóór 20/03/2016 kunnen een subsidiebelofte krijgen op basis van het stedenbouwkundig attest of de stedenbouwkundige vergunning, deel uitmakende van het dossier op het moment van de bevestiging van de ontvankelijkheid. Alternatieve dossiers die ingekanteld werden in de klassieke procedure kunnen een belofte krijgen mits toevoeging van een geldig stedenbouwkundig attest of vergunning. 

Als er een aanvraag met autofinanciering werd ingediend, kan na de positieve evaluatie van de coördinatiecommissie en formele berichtgeving daarover, het aanvangsbevel voor de werken worden gegeven, kan de aankoop gebeuren of de bestelling voor uitrusting en meubilering worden geplaatst.

Geldigheid van de subsidiebelofte en wijzigingen aan de subsidiebelofte

De subsidiebelofte is 2 jaar geldig. Binnen die termijn dient het bevel van aanvang tot de werken gegeven te worden, de aankoopakte worden verleden of de bestelling (voor louter uitrusting en meubilering) worden geplaatst. De geldigheidstermijn van de subsidiebelofte kan, op gemotiveerd verzoek van de aanvrager, door de minister worden verlengd in geval van overmacht.

Uiterlijk 90 kalenderdagen voor het bevel tot aanvang van de werken die betrekking hebben op het project, kan een wijziging van de subsidiebelofte aangevraagd worden. Die aanvraag tot wijziging wordt omstandig gemotiveerd en bevat de stukken die gewijzigd zijn ten opzichte van de aanvraag van de oorspronkelijke subsidiebelofte. 

In het geval van verbouwing, wordt de subsidiebelofte op basis van de raming berekend en bijgesteld op basis van de eindafrekening. Als de overschrijding van het bedrag van de oorspronkelijke subsidiebelofte meer dan 10% bedraagt van het bedrag van de oorspronkelijke subsidiebelofte, wordt de gewijzigde subsidiebelofte opnieuw voorgelegd voor advies aan de coördinatiecommissie.

Als de overschrijding van het bedrag van de oorspronkelijke subsidiebelofte kleiner is dan of gelijk is aan 10% van het bedrag van de oorspronkelijke subsidiebelofte, wordt het ontwerp van beslissing over de gewijzigde subsidiebelofte opgemaakt door het VIPA en ter beslissing voorgelegd aan de minister.

Start investering, subsidiebetalingen en evaluatie 2 en 3

Na het krijgen van de subsidiebelofte kan het bevel van aanvang van de werken worden gegeven of kan de aankoopakte worden verleden of de bestelling (voor enkel uitrusting en meubilair) worden geplaatst. Een kopie van het aanvangsbevel, de akte of de bestelling moet onmiddellijk aan VIPA worden bezorgd. Die datum is van belang voor de geldigheidstermijn van de subsidiebelofte en voor de indexering van het subsidiebedrag met de bouwindex.

De subsidie voor een aankoop wordt betaald bij het voorleggen van de authentieke akte en de kostennota van de notaris.

De subsidie voor enkel uitrusting en meubilering wordt betaald na de goedkeuring van de leveringen door VIPA en na het indienen van het proces-verbaal van voorlopige oplevering en de eindafrekening.

De subsidie voor werken wordt in 5 schijven betaald. Voor iedere schijf wordt een aparte aanvraag ingediend. De betalingen gebeuren naarmate de werken vorderen. De vordering van de werken wordt als volgt bepaald:

  • Bedrag berekend bouwplafond = 10/6*investeringssubsidie, wordt vastgesteld door de coördinatiecommissie (= evaluatie 1).
  • De som van de ingediende facturen wordt vergeleken met het berekend bouwplafond.
Schijf 1 ​

Eerste factuur

Indienen:

Betaling 25% van investeringssubsidie  
Schijf 2

Werken 50% gevorderd = som facturen is 50% van berekend bouwplafond.

Indienen:

Betaling 25% van investeringssubsidie​ Evaluatie 2 aangevraagd, betaling kan doorgaan​
Schijf 3

Werken 75% gevorderd = som facturen is 75% van berekend bouwplafond.

Indienen:

Betaling 25% van investeringssubsidie Betaling kan doorgaan​
Schijf 4 Ingebruikname Betaling 15% van investeringssubsidie Uitbetaling voorwaardelijk​ i.f.v. positieve evaluatie 2​
Schijf 5

Vanaf 1 jaar na ingebruikname aanvragen 5e schijf.

Indienen:
- aanvraag evaluatie 3
- facturen
- eindstaten

Betaling 10% van investeringssubsidie. 

Behalve bij verbouwing: subsidie bijgesteld o.b.v. eindafrekening​

Evaluatie 3 aangevraagd; uitbetaling voorwaardelijk i.f.v. positieve evaluatie 3

Evaluatie 2: tijdens de werken 

Het tweede evaluatiemoment is voorzien tijdens de werken om een stand van zaken van de voortgang van het project op te maken. De aanvraag voor de tweede evaluatie gebeurt samen met de aanvraag voor de tweede betalingsschijf. Een evaluatie kan samen gaan met een visitatie op een moment dat de werf al goed gevorderd is. De evaluatie wil de conformiteit met de subsidiebelofte vaststellen, en omvat tevens een controle op de principes van de wetgeving overheidsopdrachten.

Samenstelling aanvraag evaluatie 2

Een positieve evaluatie 2 is een voorwaarde voor de betaling van de vierde schijf bij ingebruikname.

Evaluatie 3: de eindevaluatie

Dit evaluatiemoment komt ten vroegste 1 jaar na de ingebruikname van het gebouw. De datum van ingebruikname moet worden gemeld aan het VIPA en ten vroegste 1 jaar nadien kan evaluatie 3 worden aangevraagd.

  • De werken zijn allemaal definitief opgeleverd, of u bent nog in het proces van definitieve oplevering;
  • Het kunstwerk is gerealiseerd;
  • De eindafrekening is beschikbaar, de finale bouwkost kan vastgesteld worden op basis van de eindafrekening. 

Samenstelling aanvraag evaluatie 3

Een positieve evaluatie 3 is een voorwaarde voor de betaling van de vijfde en laatste schijf.

VIPA-waarborg

Er kan maximaal een bedrag van 2/3 van de subsidiebelofte als lening worden gewaarborgd.

2. Infrastructuurforfait

PROCEDURE

  1. Voortraject
  2. Aanvraag akkoord masterplan en akkoord infrastructuurforfait
  3. Start investering en evaluatie 2
  4. Aanvraag opstartbeslissing
  5. De opstartbeslissing, vaststellen bedrag en betaling infrastructuurforfait, evaluatie 3
  6. Veelgestelde vragen
  7. Toelichting infrastructuurforfait personen met een handicap

1. Voortraject

Als u een aanvraag wilt opstarten, stelt u een vraag voor de aanduiding van een bouwtechnisch adviseur via bouwtechnisch_team_vipa@wvg.vlaanderen.be. Deze adviseur zal afhankelijk van uw vraag een eerste informatievergadering houden of een planbespreking organiseren samen met de adviseur van het VAPH. Het verslag van deze planbespreking vormt een noodzakelijk dossierstuk van de subsidieaanvraag. Bij vragen over het financiële luik van uw project, kan u ook terecht bij het financieel team.

2. Aanvraag akkoord masterplan en akkoord infrastructuurforfait

Indienen aanvraag

U bezorgt de aanvraag elektronisch via vipa@vlaanderen.be. De plannen bezorgt u digitaal en ook 2 papieren exemplaren. Hier vindt u de samenstelling van de aanvraag.

Ontvankelijkheid

U krijgt steeds een ontvangstbewijs en zo snel mogelijk na ontvangst volgt een bericht van ontvankelijkheid. Als er stukken ontbreken, kan het dossier niet ontvankelijk worden verklaard en vragen wij de ontbrekende stukken op.

Evaluatie 1

De bouwtechnisch, functioneel en financieel adviseur maken de eerste evaluatie op en hebben hiervoor 60 dagen tijd. Als ze op basis van uw ingediende dossier vragen hebben, zullen zij u hiervoor contacteren.

De aanvraag goedkeuring masterplan en akkoord infrastructuurforfait met de 3 adviezen wordt geagendeerd op de coördinatiecommissie. De aanvraag met de positieve evaluatie van de coördinatiecommissie wordt voorgelegd aan de minister. De minister kan daarop het masterplan goedkeuren en het akkoord infrastructuurforfait verlenen. Een akkoord infrastructuurforfait houdt in dat het project in principe in aanmerking komt voor een infrastructuurforfait. 

Als er een aanvraag met autofinanciering werd ingediend, kan na de positieve evaluatie van de coördinatiecommissie en formele berichtgeving daarover, het aanvangsbevel voor de werken worden gegeven of de aankoopakte worden verleden. De aanvrager moet beschikken over de nodige financiële middelen die vereist zijn voor de volledige autofinanciering van het project.

Geldigheid van het akkoord infrastructuurforfait, wijzigingen aan het akkoord infrastructuurforfait en mogelijkheid opsplitsing project in projectdelen

Het akkoord infrastructuurforfait is twee jaar geldig. Binnen die termijn dient het bevel van aanvang tot de werken gegeven te worden of de aankoopakte te worden verleden. De geldigheidstermijn van het akkoord infrastructuurforfait kan, op gemotiveerd verzoek van de aanvrager, door de minister worden verlengd in geval van overmacht.

Onmiddellijk nadat het bevel van aanvang tot de werken werd gegeven of de aankoopakte werd verleden, bezorgt u een kopie van het bevel en van de stedenbouwkundige vergunning of de authentieke akte aan het VIPA en deelt u de geplande datum van ingebruikname mee. Het bevel tot aanvang van de werken wordt gegeven conform de principes van de wetgeving betreffende de overheidsopdrachten en sommige opdrachten voor aanneming van werken, leveringen en diensten.

Uiterlijk 90 kalenderdagen voor het bevel tot aanvang van de werken die betrekking hebben op het project, kan een wijziging van het akkoord infrastructuurforfait aangevraagd worden. Die aanvraag tot wijziging wordt omstandig gemotiveerd en bevat de stukken die gewijzigd zijn ten opzichte van de aanvraag van het oorspronkelijke akkoord infrastructuurforfait. Nadat de minister het akkoord heeft verleend met de wijziging kunnen de werken worden aangevat of kan de aankoopakte worden verleden worden geplaatst.

Mogelijkheid voorlopig akkoord infrastructuurforfait

Het is mogelijk om het masterplan ter goedkeuring voorleggen aan het Fonds in twee stappen. Eerst wordt een voorlopig akkoord infrastructuurforfait aangevraagd. Nadat het voorlopige akkoord infrastructuurforfait werd verkregen, kan het akkoord infrastructuurforfait worden aangevraagd.

Zo is het mogelijk om met een andere bouwformule de geplande investeringen te ontwerpen en/of bouwen en/of financieren en/of onderhouden (DBFM) dan de traditionele bouwformule om als aanvrager zelf het bouwheerschap op te nemen. In de eerste stap wordt het voorlopig akkoord gevraagd over het project dat de aanvrager in de markt zal zetten. Indien er vanuit de wetgeving of vanuit het VIPA fundamentele bezwaren zouden zijn t.o.v. het project en de projectaanpak, dan kan het VIPA dat namelijk zo vroeg mogelijk signaleren aan de aanvrager. Aldus wordt vermeden dat er nodeloos veel energie zou worden gestoken in het afsluiten van het DBF(M)-contract. De aanvrager heeft dan meer zekerheid dat het project dat aan het voorlopig akkoord voldoet en dat hij in de markt zet, aan de gestelde vereisten kan beantwoorden en kan toegewezen worden. In de tweede stap - de aanvraag voor het (definitief) akkoord infrastructuurforfait - wordt het concrete voorstel van uitwerking van het project beoordeeld.

Samenstelling aanvraag voorlopig akkoord infrastructuurforfait

3. Start investering en evaluatie 2

Evaluatie 2: tijdens de werken
Eens het akkoord infrastructuurforfait of desgevallend het akkoord met de wijziging van het akkoord infrastructuurforfait werd verleend kunnen de werken worden gestart of de aankoopakte worden verleden.

Tijdens de werkzaamheden en tot de ingebruikname van de betreffende infrastructuur worden al de volgende stukken bezorgd aan het Fonds of ter beschikking gehouden en op verzoek bezorgd: SamenstellingEV2_INFF

Er kan tijdens de uitvoering van de werken altijd een controle door VIPA worden uitgevoerd over de conformiteit met het akkoord infrastructuurforfait.

4. Aanvraag opstartbeslissing en ingebruikname

In het kalenderjaar dat voorafgaat aan de ingebruikname kan de aanvraag tot opstartbeslissing voor het toekennen van het infrastructuurforfait worden ingediend. Dus ten vroegste vanaf 1 januari van het jaar vóór het jaar van ingebruikname van de infrastructuur en ten laatste op 31 december van het jaar voorafgaand aan het jaar van de ingebruikname kan de opstartbeslissing worden aangevraagd.

De aanvrager van de opstartbeslissing bezorgt de ondertekende notulen van de raad van bestuur met de beslissing om het infrastructuurforfait aan te vragen en met de geplande datum van ingebruikname. Nadat de exploitatie van de infrastructuur werd opgestart, wordt de opstartdatum onmiddellijk meegedeeld aan VIPA/uw dossierbehandelaar.

Het infrastructuurforfait kan pas toegekend worden vanaf de datum van de ingebruikname van de infrastructuur. Vanaf de ingebruikname worden de volgende stukken ter beschikking gehouden of op verzoek bezorgd: SamenstellingEV3_INFF

5. De opstartbeslissing, vaststellen bedrag en betaling infrastructuurforfait, evaluatie 3

De opstartbeslissing na ingebruikname door de minister

Bij de aanvraag van een opstartbeslissing over het infrastructuurforfait beslist de minister over het al dan niet opstarten van de toekenning van een infrastructuurforfait. Het Fonds legt binnen negentig dagen na de ingebruikname een ontwerp van opstartbeslissing voor aan de minister.

Vaststellen van het bedrag van en de betaling van het infrastructuurforfait

Na de ondertekening van de opstartbeslissing tot toekenning van een infrastructuurforfait stelt de leidend ambtenaar van het Fonds jaarlijks het bedrag van het infrastructuurforfait vast op naam van de aanvrager. Het Fonds betaalt het bedrag jaarlijks uit. Het Fonds deelt de berekening van het jaarlijkse infrastructuurforfait forfait mee aan de aanvrager.

Als de aanvrager niet akkoord gaat met de berekening van het jaarlijkse infrastructuurforfait, kan hij binnen dertig dagen na de ontvangst van die berekening op elektronische wijze bezwaar aantekenen bij het Fonds. De beslissing van de leidend ambtenaar van het Fonds over het bezwaar wordt binnen dertig dagen na de ontvangst van het bezwaar aan de aanvrager meegedeeld.

Als de aanvrager geen bezwaar heeft ingediend, wordt hij van rechtswege vermoed akkoord te gaan met de berekening van het jaarlijkse infrastructuurforfait.

Het infrastructuurforfait wordt toegekend vanaf de datum van de ingebruikname van de infrastructuur.

Of in het geval het een project met autofinanciering betreft dat al voor het akkoord infrastructuurforfait in gebruik werd genomen, wordt het infrastructuurforfait wordt toegekend vanaf de datum van de opstartbeslissing.

In het jaar van ingebruikname en het daaropvolgende jaar wordt het infrastructuurforfait van een capaciteitseenheid vastgesteld o.b.v. 90% van de maximale capaciteit zoals vermeld in het akkoord infrastructuurforfait en volgens de doelgroep van groep 2 ingeval van verblijfsfuncties en groep 5 ingeval van dagbesteding.

Indien de aanvrager kan aantonen dat de effectieve bezetting hoger ligt (door een hogere bezettingsgraad dan de aangenomen 90%, of een bezetting door een zwaardere zorggroep) via de berekening van het geaggregeerd infrastructuurforfait, kan het VIPA het jaar volgend daarop een supplement bepalen.

In het 2e jaar dat volgt op het jaar van ingebruikname wordt het infrastructuurforfait berekend op basis van de bezettingsfoto van het jaar voordien. Hiervoor dient jaarlijks, uiterlijk op 31 januari, aan het VAPH een verslag over het gebruik in het voorafgaande kalenderjaar van de infrastructuur waarvoor een akkoord infrastructuurforfait werd verleend te worden bezorgd.

Voor de opmaak van het verslag worden gebruikers ingedeeld in zorggroepen op basis van de tabel die is opgenomen in bijlage 2 van het besluit
Het verslag geeft per zorggroep het aantal bezettingsdagen weer.

Jaarlijks kunnen per zorggebruiker maximaal 220 bezettingsdagen en in totaal maximaal het aantal capaciteitseenheden vermenigvuldigd met 220 bezettingsdagen in aanmerking worden genomen. Als de capaciteitseenheden in het voorafgaande kalenderjaar door gebruikers van verschillende zorggroepen werden gebruikt, wordt dat aantal proportioneel verdeeld over de verschillende zorggroepen. In het jaar van de ingebruikname van capaciteitseenheden wordt het maximale aantal in aanmerking te nemen bezettingsdagen proportioneel verminderd.

Bij overlijden of uitstroom van een gebruiker met een persoonsvolgend budget kan de capaciteitseenheid nog maximaal twee maanden als bezet door de uitgestroomde gebruiker opgenomen worden, waarbij dubbele bezetting wordt uitgesloten.

Bepaling van de deelforfaits

Voor gebruikers met woonondersteuning kan het infrastructuurforfait bestaan uit een deelforfait woonondersteuning en een deelforfait collectieve en ondersteunende zorglokalen.

Voor gebruikers met alleen dagondersteuning bestaat het infrastructuurforfait uit een deelforfait dagbesteding. De voormelde forfaits worden toegekend per bezettingsdag per gebruiker.

De bepaling van de deelforfaits vindt u terug bij samenstelling dossier akkoord infrastructuurforfait, punt oppervlakteoverzichten.

Het deelforfait woonondersteuning wordt toegekend als de capaciteitseenheid een aangepaste woning omvat.

Het deelforfait collectieve en ondersteunende zorglokalen wordt toegekend in de volgende gevallen:
1° de capaciteitseenheid omvat naast de aangepaste woning ook de nodige ruimte voor activiteiten en therapie, aangepast aan de (zorg)behoeften van de gebruiker, waarbij de totale netto-oppervlakte van de capaciteitseenheid ten minste 45 m² bedraagt;
2° als het project de collectieve en ondersteunende zorglokalen omvat voor gebruikers zonder hun aangepaste woning, kan voor die gebruikers een deelforfait collectieve en ondersteunende zorglokalen worden opgestart. Op dat deelforfait wordt de verhouding toegepast van de oppervlakte van collectieve en ondersteunende zorglokalen van het project, ten opzichte van het aanvaarde aandeel aan collectieve en ondersteunende zorglokalen voor het aantal gebruikers. Dat aanvaarde aandeel wordt vastgesteld op 15 m² netto-oppervlakte per gebruiker.

Het forfait dagbesteding wordt toegekend als het project ten minste 15 m² netto-oppervlakte voor de capaciteitseenheid omvat.
Als er per gebruiker minder netto-oppervlakte wordt gerealiseerd, wordt een verlaagd forfait bepaald op basis van de verhouding van de gerealiseerde oppervlakte ten opzichte van de oppervlakte, vermeld in het eerste lid.

Voor gebruikers van rechtstreeks toegankelijke zorg en ondersteuning wordt het infrastructuurforfait vastgesteld op basis van het maximale aantal in aanmerking te nemen bezettingsdagen voor verblijf, conform artikel 1, 7, van het Besluit van de Vlaamse Regering van 22 februari 2013 betreffende rechtstreeks toegankelijke hulp voor personen met een handicap, vermeld in artikel 21, vierde lid, door een gebruiker die behoort tot zorggroep 2.

Evaluatie 3: de eindevaluatie

In het jaar dat volgt op het jaar van de ingebruikname van de infrastructuur maakt de aanvrager een globale evaluatie van het gerealiseerde project. De evaluatie heeft minstens betrekking op het bouwproces, de kostprijsevolutie, de gebruiksgegevens en de gebruikerstevredenheid, en ze wordt uitgevoerd op basis van een model dat het Fonds ter beschikking stelt. De aanvrager bezorgt de evaluatie aan het Fonds.

6. Veelgestelde vragen infrastructuurforfait

Woon- en leefkosten

Hoe moet het forfait als korting op de dagprijs worden doorgerekend?

Moet het forfait voor slechts 20 jaar in mindering worden gebracht?

Wat als iemand nog in de bijdrageregeling zit? moet dan het forfait in de woon- en leefkosten in rekening worden gebracht?

Is de intrestvergoeding ook in mindering te brengen van de woon- en leefkosten?

Bij een voorziening waarbij de gebruiker enkel een leefkost dient te betalen (casus: autonoom centrum dagondersteuning):Moet het forfait dan wel in mindering worden gebracht? (cf. regelgeving: "wordt op een zichtbare manier in mindering gebracht bij de berekening van de woon- en leefkosten")

Bezetting

Hoe gebeurt praktisch de registratie van de bezetting?

Is binnen RTH het max aantal dagen verblijf = 60?

Wat als een project in verschillende fasen wordt gerealiseerd en in gebruik wordt genomen?

Betaalschema: jaar ingebruikname en daarop: 90%. in theorie 80%: ook negatieve correctie?

Het vroegere tehuis werkenden komt in principe niet in aanmerking gezien de persoon tijdens de week enkel een overeenkomst wonen heeft. Wat indien er in het weekend  gecombineerd wordt met een overeenkomst dagondersteuning? Komt die persoon dan voor 2 dagen in aanmerking voor het forfait?

Stel: kleinschalig bouwproject, 4 aangepaste privatieve woongelegenheden voor rolstoelgebruikers. Er gaan daar dan ook 4 rolstoelgebruikers in, maar na verloop van tijd kunnen daar ook niet-rolstoelgebruikers in. Is het dan mogelijk om de betoelaging te schorsen om later weer op te starten. Niet iedereen verblijft daar permanent, huurt, is gedacht aan uit- en instap?

Hoe lang wordt het forfait uitbetaald?

Maximale capaciteit 32 bedden. Quid mensen die elders wonen en in surplus dagbesteding komen doen, hebben die dan recht op dagbesteding? (achterliggend: wat indien 2 x 220 dagen door 2 dienstverleningsovereenkomsten door evt 2 zorgaanbieders)

Wanneer welk deelforfait:

Welke oppervlakte wordt in rekening gebracht voor het organisatiegebonden luik, als onderdeel van de 65 m² om tot de deelforfaits te komen? (cf. slide 29 van de presentatie van de infosessies)

Een forfait wonen bij een voorziening impliceert een overeenkomst met woon-en dagondersteuning bij die voorziening. Wat indien  je enkel overeenkomst wonen hebt, kan je dan wel op het deelforfait wonen beroep doen?

Kan een bewoner beroep doen op meerdere forfaits tegelijkertijd ?

Genereert een investering in een atelier voor dagbesteding ook het forfait collectief/zorgondersteunend? Therapieruimtes werden in de infosessie als voorbeeld gegeven (zie slide 29 van de presentatie), maar die omvatten kiné en ergotherapie.

(Oppervlakte)normen

Wat als bij de renovatie van een bestaand gebouw bepaalde kamers de nieuwe oppervlaktenorm van 16 m² zouden halen en andere niet?

Waar moet de bepaling m.b.t. de oppervlakte van 16,5 m² gesitueerd worden?

Is de 16,5 m² ook van toepassing voor het forfait wonen?

Kleinschaligheid zijn een principe in de bouwnormen: hoe moeten we dat zien?

Wanneer de bouwnormen in de toekomst veranderen, heeft dit invloed op het lopend project ?

Zijn er mogelijkheden tot afwijkingen van de bouwnormen ?

Procedure en formaliteiten

Wanneer wordt de subsidie uitbetaald ?

Moet er een beslissing zijn van de RVB om in te stappen in het nieuw financieringssysteem?

Moet ik als voorziening beschikken over een opstartbeslissing om de werken te kunnen aanvangen?

De aanvraag tot het bekomen van een opstartbeslissing: hoeveel tijd moet daarvoor worden gerekend?

Indien de werken reeds gestart zijn, kan men dan nog in aanmerking komen voor het infrastructuurforfait?

Welke zijn de bewijsstukken om een forfait te ontvangen in geval van een ter beschikkingstelling door een derde via erfpacht, opstal of huur?

Andere

Zijn de middelen van de Nationale Loterij ook van toepassing op het infrastructuurforfait?

Kunstwerken: Volgens het voorontwerp van decreet dat de Vlaamse Regering op 20 juli principieel heeft goedgekeurd zal de verplichting tot kunstintegratie niet van toepassing zijn wanneer de kostprijs van de infrastructuur wordt verrekend aan de gebruiker.

Het bedrag dat werd meegedeeld bij beslissing autofinanciering is verder zonder betekenis?

Is de intrestsubsidie variabel in de tijd?

Zijn er specifieke richtlijnen indien er een PPS wordt opgezet voor het realiseren van de bouw?

Bij PPS overeenkomsten is er het risico dat men geen beroep kan doen op het verlaagd BTW tarief. Kan het VIPA hier omtrent advies verlenen?

Voorzieningen die niet met een VIPA subsidie willen bouwen , kunnen deze zich tot VIPA richten voor advies?

Mogen er door een voorziening zelf bijvoorbeeld schilderwerken worden gedaan?

Als een gebouw aangekocht wordt, is dan een verbouwing nodig opdat men in aanmerking kan komen voor het infrastructuurforfait?

Een aanvraag voor een gemengd project, nl. een dagcentrum voor volwassenen en jeugd, welke financieringssysteem zal daarop van toepassing zijn? (infrastructuurforfait dan wel klassieke VIPA betoelaging)

Kan een voorziening na 10 jaar besluiten om de zorg in een ander (gelijkwaardig) gebouw te betrekken?

Toelichting infrastructuurforfait (PPT)

3. Subsidies voor preventie van agressie, vrijheidsbeperking of vrijheidsberoving

1. Wat?

2. Welke voorzieningen?

3. Welke maatregelen?

4. Hoeveel subsidies?

5. Procedure?

Wat?

VIPA-subsidies voor projecten met preventieve infrastructurele maatregelen inzake agressie, vrijheidsbeperking of vrijheidsberoving.  

Voor wie?

Deze VIPA-subsidies zijn van toepassing op voorzieningen met verblijfsfunctie die werken met minderjarigen in de volgende sectoren:

  • Jongerenwelzijn: organisaties voor bijzondere jeugdzorg, centra voor integrale gezinszorg en onthaal-, oriëntatie- en observatiecentra
  • Personen met een handicap: multifunctionele centra, vergunde zorgaanbieders, units voor geïnterneerden;
  • Kinder- en jeugdpsychiatrie: forensische K-bedden, dienst Neuropsychiatrie voor kinderen (K-dienst), de (semi)residentiële revalidatiecentra voor kinderen en jongeren met een ernstige medisch-psychologische aandoening en de residentiële revalidatiecentra voor minderjarige verslaafden.

Welke maatregelen?

Er zijn 4 groepen van maatregelen die in aanmerking komen: 

  1. Aangepaste inrichting van de buitenomgeving: sportvelden, buitenspeeltoestellen, …;
  2. Punctuele herinrichting of aanpassing van bestaande kamers of gemeenschappelijke ruimten: prikkelarme en veilige ruimtes;
  3. Installatie van zorgtechnologie: camera’s, alarm, …
  4. Specifieke inrichtingsruimten inrichten, herinrichten of uitrusten i.f.v. preventie van agressie of vrijheidsbeperking, of ter uitvoering van veilige vrijheidsbeperking: ontspannings-, rust-, afzonderingsruimte, comfortrooms, …
  • Voor bestaande gebouwen kan je voor de 4 types van maatregelen subsidies aanvragen;
  • Voor geplande nieuwbouw- of uitbreidingsprojecten kan je enkel subsidies vragen voor de maatregelen m.b.t. de buitenomgeving, als men voor die projecten een beroep wil doen op reguliere VIPA-subsidies.

Hoeveel subsidies?

De investeringssubsidie bedraagt 75% van de kostenraming (excl. BTW) van het project.  Het maximale bedrag van de investeringssubsidie per voorziening is vastgesteld op:

  • 175.000 euro voor voorzieningen met een verblijfscapaciteit van minder dan 50 personen
  • 175.000 euro vermeerderd met 2.500 euro voor voorzieningen met een verblijfscapaciteit van 50 personen of meer

Hoe aanvragen?

Na een projectoproep van het VIPA kunt u investeringssubsidies aanvragen.  U dient uw aanvraag, samen met het identificatieformulier en de bijhorende bijlagen, digitaal in op vipa@vlaanderen.be.  U kunt deze aanvraag ook gezamenlijk indienen voor een gemeenschappelijk project met verschillende voorzieningen. In dat geval wijst u één van de aanvragers aan als hoofdaanvrager en sluit u onderling een samenwerkingsovereenkomst. 

Binnen de 30 dagen nadat u uw aanvraag heeft ingediend, ontvangt u van het VIPA een ontvangstbewijs met de vermelding of uw aanvraag ontvankelijk is of niet.  Indien niet, dan vraagt het VIPA u de ontbrekende documenten alsnog te bezorgen. 

Beoordelingscommissie

Het VIPA legt de ontvankelijke aanvraagdossiers voor aan de beoordelingscommissie.  Deze beoordelingscommissie bestaat uit vertegenwoordigers van het VIPA en van de functionele WVG-agentschappen.  Ze komt ten laatste 2 maanden na de uiterste datum voor de indiening van de aanvragen een eerste keer samen.

De beoordelingscommissie toetst de aanvragen aan de volgende beoordelingscriteria:

  1. de functionele aspecten: de manier waarop het project past in het beleid en de visie van de aanvrager;
  2. de kwaliteit van het project betreffende het preventieve karakter van de voorgestelde maatregelen, de meerwaarde voor de gebruikers en de doelgerichtheid;
  3. de kwaliteit van de uitwerking van het project, onder meer op het vlak van comfort, privacy, veiligheid, huiselijkheid, duurzaamheid, vernieuwend karakter en kostenraming;
  4. de procesmatige aanpak, onder meer op het vlak van gedragenheid van het project, betrokkenheid van gebruikers, multidisciplinaire aanpak en eventuele samenwerkingsverbanden.

Na de formele toezegging van de investeringssubsidie heeft u als aanvrager 2 jaar tijd om het project te voltooien.